Versie: januari 2025

Paragraaf 3 – Interacties

Artikel 7. Geschenken

Net zoals dat in andere bedrijfstakken geldt, moet het voor een leverancier van medische hulpmiddelen mogelijk zijn marketingactiviteiten te ontplooien. Het verstrekken van promotiemateriaal of geschenken kan daarvan onderdeel zijn. In artikel 7 wordt dat erkend, maar worden tevens grenzen gesteld aan aard en waarde van geschenken, alsmede aan de frequentie waarmee deze mogen worden gegeven en ontvangen. De in artikel 7 genoemde cumulatieve eisen en bedragen sluiten aan bij de regeling die over het aanvaarden van geschenken geldt voor Rijksambtenaren, en die ook ten grondslag ligt aan de Beleidsregels gunstbetoon Wmh.

Bij de vraag wanneer sprake is van een geschenk speelt de perceptie een rol. Zo oordeelde de Codecommissie in een specifieke casus dat een congrestas en badge niet als geschenk worden gepercipieerd, tenzij de waarde en de uitstraling zodanig is dat het niet uitsluitend te beschouwen is als praktisch gebruiksvoorwerp tijdens het congres, maar waarde heeft buiten dat congres (A13.02). In latere adviezen is dit bevestigd (A18.01 en A24.08). In A18.01 werd ingegaan op de ‘gimmicks’ die worden aangebonden in stands tijdens congressen, zoals pennen of een flesje water. Uitsluitend items van zeer geringe waarde, een zakelijke uitstraling en praktisch nut in de context van een congres kunnen op stands worden aangeboden omdat deze in die context niet als geschenk zullen worden gepercipieerd. Dit heeft ook te maken met het feit dat op grond van artikel 7 moet worden bijgehouden of en zo ja hoe vaak een zorgprofessional een geschenk heeft ontvangen. Op een congres ontbreekt deze administratiemogelijkheid (zie hiervoor ook A13.02, A18.01, A20.02 en A24.08).

Indien een item wel als geschenk zal worden gepercipieerd, moet worden voldaan aan artikel 7. In lid 1 sub b. is de eis opgenomen dat het geschenk gerelateerd moet zijn aan de praktijk van de zorgprofessional, patiëntenzorg ten goede kan komen of een zuiver educatieve functie kan vervullen. Als redelijkerwijs aannemelijk is dat een geschenk hoofdzakelijk in de privésfeer gebruikt zal worden, is niet aan deze eis voldaan. In A20.02 is geoordeeld dat het aanbieden van een herbruikbaar waterflesje met bedrijfslogo aan bezoekers van een stand als geschenk moet worden gepercipieerd en niet is toegestaan. Ook al is de waarde van zo’n flesje gering, het komt de praktijk van de zorgprofessional of patiëntenzorg niet ten goede en vervult ook geen zuiver educatieve functie (A20.02).

Het in lid 2 genoemde bedrag is de winkelwaarde inclusief BTW. Het gaat dus niet om de inkoopwaarde voor het bedrijf, maar om de waarde in het economisch verkeer. Relevant is de vraag: wat zou de zorgprofessional er zelf voor moeten betalen. Er is een maximumbedrag per keer, maar ook een maximum van drie gesteld aan het aantal geschenken dat per jaar mag worden gegeven c.q. ontvangen.

Lid 3 verbiedt geschenken in de vorm van contant geld of bijv. boekenbonnen worden gegeven. Dit verbod vloeit uiteraard ook voort uit de eis uit lid 1.

Lid 5 bevat drie uitzonderingen van de werkingssfeer van dit artikel. Productmonsters zullen in het algemeen niet als geschenk worden gepercipieerd en zijn dus toegestaan (lid 5 onder a.). Hetzelfde geldt voor demonstratiemodellen, waarbij overigens wel de waarde en uitstraling een rol spelen. Zie voor beide uitzonderingen A14.01.

Met de uitzondering onder c. wordt mogelijk gemaakt dat bijvoorbeeld het geven van een bos bloemen of fles wijn bij een eenmalige, bijzondere gebeurtenis in een persoonlijke context, zoals een promotie of relevant jubileum op basis van deze Gedragscode niet verboden is, mits deze redelijk zijn en passend. Deze uitzondering moet strikt worden toegepast; de uitzondering is niet van toepassing op het geven van attenties in het kader van de (huidige of toekomstige) commerciële relatie tussen leverancier en de zorgprofessional in diens rol als (huidige of toekomstige) klant. Zo is het geven van geschenken in het kader van terugkerende algemene feestdagen (verjaardagen, Pasen of Kerst) niet toegestaan. Zie A19.03.

1. Het incidenteel geven en ontvangen van een geschenk is toegestaan, mits:

a. het geschenk van geringe waarde is, en
b. gerelateerd is aan de praktijk van de zorgprofessional, patiëntenzorg ten goede kan komen of een zuiver educatieve functie kan vervullen.

2. Een geschenk wordt geacht van geringe waarde te zijn wanneer de winkelwaarde niet meer bedraagt dan € 50 (incl. BTW). Per zorgprofessional geldt een maximum van drie geschenken per jaar per leverancier.

3. Het is niet toegestaan geschenken in de vorm van contant geld of equivalenten te geven.

4. Het is toegestaan om de merknaam of het logo van een product of een bedrijf op of bij het geschenk te vermelden.

5. Als geschenken in de zin van dit artikel worden niet beschouwd:

a. productmonsters;
b. demonstratiemodellen;
c. attenties die worden verstrekt in verband met een bijzondere, eenmalige gebeurtenis in een persoonlijke context, voor zover deze redelijk zijn en passend bij deze gebeurtenis.

Print