A18.01 Gastvrijheid bij standbezoek tijdens congressen en/of beurzen
Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) zijn op grond van art. 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep vragen voorgelegd over de grenzen van de gastvrijheid bij stand bezoek tijdens congressen en/of beurzen.
Achtergrondinformatie
Bij congressen van zorgprofessionals is het niet ongebruikelijk dat leveranciers standruimte huren om zorgprofessionals producten te demonstreren en hen bij te praten over nieuwe ontwikkelingen. De aanvrager van het advies gaat er vanuit dat het aanbieden van een kopje koffie/thee of een broodje rond lunchtijd tijdens deze vaak relatief korte ontmoetingen moet worden aangemerkt als een normale omgangsvorm, die niet beschouwd dient te worden als gunstbetoon/interactie.
In dit verband doet zich echter de vraag voor of dit ook geldt voor meer speciale drankjes en/of hapjes. Gedacht moet hierbij worden aan bijv. Barista-koffie, taart/koek, bonbons/petit fours, een broodje met zalm, Corona-bier, wijn, bitterballen/snacks, ijs, haring, wafelbakker op de stand.
Deze zullen in dit advies worden aangeduid als ‘versnaperingen’. Daarnaast gaat het ook om het weggeven van allerlei merkdragers van een bedrijf zoals USB-sticks, powerbanks, pennen en andere kleine gimmicks (bijv. knopenboekje), flesjes water met logo etc. Deze zullen in dit advies worden aangeduid als ‘gimmicks’.
De voorzitter van de Codecommissie interpreteert de aan hem gestelde vraag als volgt: wanneer is er in bovengenoemde en vergelijkbare gevallen niet langer meer sprake van ‘normale omgangsvormen’ maar van ‘gunstbetoon/interactie’ die aan de Code moet voldoen, en welke voorwaarden worden daaraan gesteld wanneer deze worden aangeboden op stands?
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH)
De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de adviesaanvrager een koepelorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen in de zin van art. 1 onder d GMH is. De adviesaanvraag heeft onder meer betrekking op het bieden van een vorm van gastvrijheid aan zorgprofessionals in de zin van art. 1 onder b GMH. De adviesaanvraag heeft derhalve betrekking op interacties in de zin van art. 5 GMH.
Beoordeling van de adviesaanvraag
De GMH kent slechts één bepaling met betrekking tot stands van leveranciers van medische hulpmiddelen op bijeenkomsten en dat is art. 9 lid 5. Deze bepaling heeft betrekking op de toelaatbaarheid van stands als zodanig en komt er op neer dat de hoofdregels voor door onafhankelijke derden georganiseerde bijeenkomsten (over het programma, de locatie en de kosten) niet van toepassing zijn indien de huurprijs die de leverancier voor de standruimte dient te betalen marktconform is, dus niet onevenredig hoog. Bij de verdere beantwoording van de gestelde vragen gaat de voorzitter van de Codecommissie uit van de aanname dat aan dit vereiste is voldaan.
De voorzitter stelt vast dat de GMH geen specifieke voorschriften kent met betrekking tot hetgeen aan bezoekers van standruimtes mag worden aangeboden. De bedoeling van de GMH is dat leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals op verantwoorde wijze met elkaar omgaan. De uitzondering van art. 9 lid 5 is ingegeven door de gedachte dat een leverancier die een stand huurt, geen enkele invloed heeft op de organisatie (programma, locatie en kosten) van het congres zelf. Maar hij heeft uiteraard wel invloed op wat hij aan de bezoekers van de stand aanbiedt. De voorzitter acht het daarom passend dat een leverancier ervoor zorg draagt dat wat hij aanbiedt op de stand, aansluit bij inhoud en geest van de regels over gastvrijheid en geschenken. De voorzitter zal zich bij de beantwoording van de vraag voor zover deze betrekking heeft op het aanbieden van versnaperingen dan ook mede laten leiden door de algemene regels en gebruiken over gastvrijheid en bij het aanbieden van gimmicks door de algemene regels en gebruiken over geschenken.
Het aanbieden van versnaperingen in stands.
De voorzitter onderschrijft het uitgangspunt dat het aanbieden van een versnapering aan een bezoeker van een stand kan worden gezien als een normale omgangsvorm in die zin dat het aanbieden van koffie, thee, frisdrank en dergelijke op de daarvoor geëigende tijden gangbaar en gebruikelijk is. Tevens behoort het tot de normale omgangsnormen daarbij iets kleins eetbaars bij te geven zoals een koekje of iets hartigs. Deze normale omgangsvormen vormen geen interactie in de zin van in art. 1 onder f GMH.
Bij de vraag wanneer het aanbieden van een versnapering niet meer kan worden gezien als een normale omgangsvorm maar overgaat in een interactie speelt een aantal factoren mee. Aan de algemene regels die worden gesteld aan de financiële ondersteuning door leveranciers aan bijeenkomsten ligt ten grondslag dat de gastvrijheid die bedrijven bieden ondergeschikt moet zijn aan het hoofddoel van de bijeenkomst. Daarom worden eisen gesteld aan het programma, de locatie en de kosten van bijvoorbeeld maaltijden. Het hoofddoel voor deelname van een zorgprofessional aan een bijeenkomst behoort de bijeenkomst zelf te zijn, de daarbij geboden gastvrijheid is van ondergeschikt belang. Er mogen alleen kosten van redelijk geprijsde maaltijden worden vergoed. De maaltijd zelf of de locatie van de bijeenkomst mag niet de trekker voor deelname zijn.
Eenzelfde principe geldt dus ook voor standbezoek. Een standhouder mag er voor zorgen dat bezoekers zich welkom voelen, maar de op de stand geboden versnaperingen mogen niet het hoofddoel vormen van het bezoek aan die stand. Ook de aard van de medische hulpmiddelen bedrijfstak leent zich er niet voor dat stands de uitstraling of functie van een horecagelegenheid krijgen.
De aanvrager van het advies heeft een groot aantal varianten genoemd van versnaperingen die op een stand kunnen worden aangeboden. De voorzitter van de Codecommissie acht het niet op zijn weg liggen tot in detail aan te geven welke koffieapparaten wel en welke niet gebruikt mogen worden en of een petitfourtje mag en een kroket niet. Als algemeen uitgangspunt kan echter dienen dat het niet toelaatbaar is wanneer de versnaperingen en de wijze waarop deze geëtaleerd worden een dusdanig uitstraling hebben dat het aannemelijk is dat zij het hoofddoel van het standbezoek kunnen worden.
Het aanbieden van gadgets
Ten aanzien van het aanbieden van materiele zaken in stands wijst de voorzitter op de regels voor het aanbieden van geschenken. Hiervoor gelden maxima per jaar, hetgeen veronderstelt dat geadministreerd wordt aan welke zorgprofessionals een geschenk is overhandigd. Van een dergelijke administratie zal bij stands in de regel geen sprake zijn, hetgeen er aan in de weg staat dat in stands materiële zaken worden aangeboden die als geschenk bedoeld zijn of als geschenk gepercipieerd zullen worden. Dit sluit aan bij eerdere oordeel van de Codecommissie in advies 13.02, waarin de voorzitter heeft overwogen dat in dat kader de waarde, de uitstraling en de context relevant zijn. Zo zal een item dat als praktisch gebruiksvoorwerp tijdens het congres aan bezoekers van een stand wordt aangeboden (zoals een eenvoudige tas, een pen, een flesje water) niet snel als geschenk worden gepercipieerd, in tegenstelling tot een item dat voor de deelnemer ook waarde heeft buiten dat congres. Dit betekent dat alleen items van zeer geringe waarde, zakelijke uitstraling en praktisch nut in de context van het congres, in stands kunnen worden aangeboden. Het ligt dan immers niet voor de hand dat dit de keuze van een zorgprofessional voor een bepaalde leverancier of hulpmiddel zal beïnvloeden.
De voorzitter gaat er van uit dat het voorgaande voldoende aanknopingspunten biedt om het verdere beleid te bepalen.
Den Haag, 20 september 2018
prof. mr. C.J.J.C van Nispen, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A18.01
Onderwerp(en):
Geschenken, Sponsoring bijeenkomsten, Divers
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
20-09-2018
Relevante artikelen:
Art. 6, art. 9
Het officiële document: