A19.03 Bijzondere, eenmalige attenties

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd naar de reikwijdte van de uitzondering voor attenties die worden verstrekt in het kader van een “bijzondere, eenmalige gebeurtenis”.

Achtergrondinformatie

De Codecommissie heeft van een leverancier van medisch hulpmiddelen (hierna: ‘de Aanvrager’) een algemene vraag ontvangen over de interpretatie van art. 7 lid 5 onder b GMH. De Aanvrager wijst op het feit dat in dat artikelonderdeel voor attenties een uitzondering wordt gemaakt op het verbod op het geven van geschenken in art. 7 lid 1 GMH. De Aanvrager geeft aan dat in de tekst van art. 7 lid 5 sub b staat dat sprake moet zijn van een “bijzondere eenmalige gebeurtenis” terwijl in de toelichting staat dat hierbij gedacht moet worden aan een “persoonlijke gebeurtenis” als een promotie of jubileum. De tekst van art. 7 lid 5 sub b GMH spreekt dus uitsluitend over een “bijzonder eenmalige gebeurtenis” en vermeldt niet de eis dat de gebeurtenis ook “persoonlijk” moet zijn.

De Aanvrager vraagt zich af of de volgende situaties onder de uitzondering van art. 7 lid 5b vallen dan wel op een andere wijze te rechtvaardigen zijn:

  1. het geven van taartjes aan medewerkers van een bepaalde afdeling in een zorginstelling bij het afronden van een implementatietraject;
  2. het geven van een klein kunstwerk aan een afdeling in een ziekenhuis bij het ondertekenen van een ziekenhuisbreed partnerschap;
  3. het verzorgen van een lunch na succesvolle afronding van een langdurig en complex traject waarin leverancier en medewerkers van een afdeling hebben samengewerkt vanwege problemen met bepaalde systemen op die afdeling.

Zij verzoekt tevens de Codecommissie andere voorbeelden te noemen waarbij het geven van attenties ten gevolge van een bijzondere, eenmalige gebeurtenis is toegestaan?

De Aanvrager heeft deze vragen in algemene zin voorgelegd, zonder nadere stukken of illustratie. Daarom zal de Codecommissie zich ook beperken tot het geven van advies over de drie geschetste voorbeelden.

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)

De Voorzitter gaat ervan uit dat in de geschetste scenario’s degene die de attentie aanbiedt, een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van art. 1 sub d GMH Code en dat de ontvangers daarvan zorgprofessionals zijn in de zin van art. 1 sub r b GMH dan wel instellingen zijn in de zin van art. 1 sub c GMH Code.

Vanwege de waarde van attentie is er sprake van een interactie in de zin van art. 5 GMH Code.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Allereerst is de kwalificatie van de interactie aan de orde. Uit de adviesaanvraag blijkt dat het gaat om het geven van een geschenk/attentie zoals bedoeld in art. 7 GMH Code. Het eerste lid stelt een aantal eisen aan het geven van een geschenk: het geschenk moet van geringe waarde zijn en gerelateerd zijn aan de praktijk van de zorgprofessional, de patiëntenzorg ten goede komen kunnen of een zuiver educatieve functie kunnen vervullen. De ‘geringe waarde’ is gemaximeerd op € 50 (incl. BTW) en per zorgprofessional geldt een maximum van drie geschenken per jaar per leverancier.

In het vijfde lid is onder b bepaald dat niet als geschenken in de zin van dit artikel worden beschouwd “attenties die worden verstrekt in verband met een bijzondere, eenmalige gebeurtenis, voor zover deze redelijk zijn en passend bij deze gebeurtenis.”

De toelichting bij art. 7 bepaalt onder dit artikelonderdeel: “Met de uitzondering onder b wordt mogelijk gemaakt dat bijvoorbeeld het geven van een bos bloemen of fles wijn bij een eenmalige, persoonlijke gebeurtenis als een promotie of relevant jubileum op basis van deze Gedragscode niet verboden is, mits deze redelijk zijn en passend. Deze uitzondering moet beperkt worden toegepast; het geven van geschenken in het kader van terugkerende algemene feestdagen (verjaardagen, Pasen of Kerst) valt er niet onder.”

Uit de geciteerde passage uit de toelichting blijkt dat de uitzondering genoemd in art. 7 lid 5 sub b wordt gerechtvaardigd door de context waarin en de reden waarom een attentie wordt gegeven.

De toelichting voegt aan de twee eisen die in het artikellid zelf zijn gesteld aan de context (‘eenmalige’ en ‘bijzondere’ gebeurtenis) nog een extra eis toe: de gebeurtenis moet ‘persoonlijk’ zijn. Als voorbeelden worden genoemd een jubileum of een promotie. Dit zijn duidelijk voorbeelden van gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer. Het geven van een attentie, zoals de in de toelichting genoemde voorbeelden van een fles wijn of een bos bloemen, is in die context passend.

De eis dat het moet gaan om een gebeurtenis in de persoonlijke sfeer hangt ook samen met de achtergrond van de regels voor gunstbetoon, namelijk het voorkomen van ongewenste beïnvloeding in de commerciële context. Als de attentie wordt gegeven in het kader van de (huidige of toekomstige) commerciële relatie tussen leverancier en de zorgprofessional in diens rol als (huidige of toekomstige) klant, is de uitzondering niet van toepassing. Uitsluitend indien een redelijke en passende attentie wordt gegeven bij een eenmalige, persoonlijke gebeurtenis als een promotie of relevant jubileum is dat op basis van de Gedragscode niet verboden.

Tegen deze achtergrond komt de Codecommissie tot het oordeel dat het geven van taartjes aan medewerkers bij het afronden van een implementatietraject in een instelling zozeer verweven is met de klant-leverancier relatie dat deze niet onder de uitzondering valt. Hetzelfde geldt voor het geven van een klein kunstwerk bij het ondertekenen van een ziekenhuisbreed partnerschap.

Het verzorgen van een lunch na succesvolle afronding van een langdurig en complex traject waarin leverancier en zorgprofessionals hebben samengewerkt vanwege problemen met bepaalde systemen op de afdeling valt om een andere reden niet onder de uitzondering; in dat geval is er immers geen sprake van een geschenk als bedoeld in art. 7 lid 1 GMH Code maar van gastvrijheid, in de zin van art. 8 jo art. 12 GMH Code. Deze bepalingen kennen deze of een vergelijkbare uitzondering niet.

De Codecommissie begrijpt dat de Aanvrager behoefte heeft aan andere voorbeelden waarbij het geven van attenties ten gevolge van een bijzondere, eenmalige gebeurtenis is toegestaan. De Codecommissie acht het niet haar taak om hierin verder te gaan dan hetgeen in art. 7 lid 5 sub b GMH Code en de toelichting daarop is aangegeven en hetgeen in dit advies is opgemerkt.

Uitgangspunt blijft dat de uitzondering strikt moet worden geïnterpreteerd. Zo valt bijvoorbeeld het geven van geschenken in het kader van terugkerende algemene feestdagen (verjaardagen, Pasen of Kerst) niet onder de uitzondering.

Conclusie

In het licht van het bovenstaande komt de Voorzitter tot de conclusie dat de uitzondering genoemd in art. 7 lid 5 sub b strikt geïnterpreteerd moet worden in die zin, dat deze uitsluitend geldt voor eenmalige, bijzondere gebeurtenissen in een persoonlijke context. De uitzondering is niet van toepassing op het geven van attenties in het kader van de (huidige of toekomstige) commerciële relatie tussen leverancier en de zorgprofessional in diens rol als (huidige of toekomstige) klant.

 

Den Haag, 11 december 2019

mr P.N. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A19.03

Onderwerp(en):

Geschenken

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

19-09-2019

Relevante artikelen:

Art. 7

Het officiële document:

Print deze uitspraak