Versie: januari 2025
Interne melding bij en goedkeuring door Raad van Bestuur
Veel zorgprofessionals zijn werkzaam in een instelling en vormen daarmee een onderdeel van een groter organisatorisch verband. Naast de verantwoordelijkheden die de individuele zorgprofessionals dragen voor het verlenen van goede zorg, dient ook binnen het grotere organisatorische verband zorggedragen te worden voor de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg. De eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het bestuur van het organisatorische verband. Deze bestuurders dienen op de hoogte te zijn van bepaalde financiële relaties die de in de instellingen werkzame zorgprofessionals met leveranciers aangaan, en dienen in bepaalde gevallen daar zelfs toestemming voor te geven.
Met de raad van bestuur wordt gelijkgesteld degene die onder een andere titel de eindverantwoordelijkheid draagt. Voor volledig solistisch werkzame zorgprofessionals geldt dat zij zelf de volledig op de hoogte zijn van en verantwoordelijk voor hun eigen handelen. De regels van de artikelen 24 t/m 26 zijn om die reden niet op hen van toepassing.
De interacties waar de raad van bestuur van op de hoogte gesteld moeten worden zijn gastvrijheid, dienstverlening en sponsoring. In het geval van gastvrijheid is sprake van een meldplicht. De voorwaarden hiervoor zijn uitgewerkt in artikel 24. Voor het aangaan van dienstverlenings- en sponsoringsovereenkomsten is voorafgaande toestemming van de raad van bestuur vereist. De voorwaarden hiervoor zijn uitgewerkt in artikel 25.
Artikel 24. Melden gastvrijheid
1. Een zorgprofessional die een overeenkomst sluit met een leverancier over het vergoeden dan wel voor rekening nemen van kosten in het kader van bijeenkomsten in de zin van artikel 9-11, dient dit te melden aan de raad van bestuur van de instelling. Dit geldt niet voor bijeenkomsten op grond van artikel 12.
2. In het geval een zorgprofessional werkzaam is in meer dan één instelling, dient de melding te worden gedaan bij de instelling waar hij/zij in overwegende mate werkzaam is.