Aanpassing GMH Code per 1 januari 2018

Op 1 januari 2018 treden de Beleidsregels gunstbetoon medische hulpmiddelen van de Minister van VWS in werking. Deze beleidsregels bevatten een nadere uitwerking van het nieuwe art. 10 over gunstbetoon in de Wet op de Medische Hulpmiddelen, dat eveneens per 1 januari a.s. in werking treedt.
In de vorige GMH nieuwsbrief is reeds een uitvoerige toelichting gegeven op de verhouding tussen de nieuwe wetgeving en de Beleidsregels gunstbetoon enerzijds en de GMH Code anderzijds. Daarbij is vastgesteld dat de beleidsregels op één onderdeel strenger zijn dan de GMH Code. Het gaat om de financiële bijdrage van leveranciers van medische hulpmiddelen aan productgerelateerde bijeenkomsten.

Het verschil tussen de Beleidsregels gunstbetoon en het huidige art. 10 GMH Code heeft betrekking op het volgende:

  1. In de beleidsregels wordt onder productgerelateerde verstaan: ‘bijeenkomsten die bestemd zijn voor zorgprofessionals en die noodzakelijk zijn in het kader van goed gebruik en onderhoud van medische hulpmiddelen’, terwijl in het huidige art, 10 GMH Code ook bijeenkomsten die noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke beslissing tot aanschaf van medische hulpmiddelen onder de definitie van productgerelateerde bijeenkomst vallen.

  2. In de beleidsregels wordt een maximum gesteld aan de financiële bijdrage die een leverancier mag geven bij productgerelateerde bijeenkomsten: € 500 per keer met een maximum van € 1.500 jaar of een hoger bedrag op voorwaarde dat de zorgprofessional zelf tenminste 50% van de kosten draagt. In het huidige art. 10 GMH Code gelden geen maxima voor productgerelateerde bijeenkomsten.

Omdat de zelfregulering wel strenger mag zijn dan de wetgeving, maar niet soepeler heeft het bestuur van de GMH besloten art. 10 GMH Code per 1 januari 2018 aan te passen en in overeenstemming te brengen met de inhoud van de Beleidsregels gunstbetoon medische hulpmiddelen (zie hieronder). Aanpassingen van de GMH Code in verband met de MedTech Europe Code staan gepland voor 1 juli 2018.


De nieuwe tekst van art. 10 GMH komt als volgt te luiden:

Artikel 10. Door leveranciers georganiseerde productgerelateerde bijeenkomsten
  1. Onder door leveranciers georganiseerde productgerelateerde bijeenkomsten worden verstaan bijeenkomsten die bestemd zijn voor zorgprofessionals en die noodzakelijk zijn in het kader van goed gebruik en onderhoud van medische hulpmiddelen.

  2. Leveranciers mogen de kosten van een door hen georganiseerde productgerelateerde bijeenkomst voor hun rekening nemen, mits wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden:

    1. Programma: het programma van de bijeenkomst is:
  • geschikt voor demonstraties van de specifieke hulpmiddelen en/of het overdragen van kennis en/of vaardigheden met betrekking tot het gebruik, toepassing of onderhoud van specifieke hulpmiddelen, en
  • qua opbouwen tijdsindeling evenwichtig en redelijk en uitsluitend gericht op het doel van de bijeenkomst.

    b.Locatie: de locatie waar de bijeenkomst plaats vindt is gerechtvaardigd in het licht van de aard van de productgerelateerde bijeenkomst, zowel wat faciliteiten als wat geografische ligging betreft. Qua faciliteiten betekent dit dat de bijeenkomst plaatsvindt in een klinische omgeving, laboratorium/practicum, educatieve instelling, of in een andere gepaste omgeving, zoals gehuurde zakelijk vergaderfaciliteiten of eigen (bedrijfs)gebouwen of –ruimtes. Qua ligging betekent dit dat de locatie logisch verband houdt met de aanwezigheid van de specifieke hulpmiddelen en/of de benodigde trainings- of opleidingsfaciliteiten.C. Kosten: de leverancier mag per individuele zorgprofessional in het kader van een in dit artikel bedoelde bijeenkomst uitsluitend de volgende kosten voor zijn rekening nemen:

    c. Kosten: de leverancier mag per individuele zorgprofessional in het kader van een in dit artikel bedoelde bijeenkomst uitsluitend de volgende kosten voor zijn rekening nemen:
  1. de kosten voor de organisatie;
  2. één of meerdere redelijk geprijsde maaltijden;
  3. noodzakelijke overnachtingen, voor zover redelijk geprijsd;
  4. redelijke reiskosten.

Aangenomen wordt dat de vergoeding van voormelde kosten redelijk is indien:

  • de leverancier per zorgprofessional niet meer bijdraagt in de hierboven genoemde kosten dan € 500 per bijeenkomst tot een maximum van € 1.500 per jaar,
  • of de zorgprofessional tenminste 50% van de hierboven genoemde kosten zelf draagt.


3.          Afspraken omtrent vergoeding van kosten moeten schriftelijk worden vastgelegd.
             Onderdeel van deze afspraken is dat de betrokken zorgprofessional deze afspraken meldt aan het bestuur                 van de instelling dan wel zijn werkgever.

 De toelichting bij art. 10 GMH Code komt te luiden:
 
Met ingang van 1 januari 2018 worden onder productgerelateerde bijeenkomsten in de zin van art. 10 lid 1 GMH Code alleen nog maar verstaan door leveranciers georganiseerde productgerelateerde bijeenkomsten die bestemd zijn voor zorgprofessionals en die noodzakelijk zijn in het kader van goed gebruik en onderhoud van medische hulpmiddelen. Door leveranciers georganiseerde bijeenkomsten die noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke beslissing tot aanschaf van medische hulpmiddelen vallen niet meer onder de reikwijdte van art. 10. De toelaatbaarheid van deze bijeenkomsten zal vanaf 2018 dienen te worden getoetst aan het bepaalde in art. 12 GMH Code.
Op grond van art. 10 lid 2 onder c gelden met ingang van 1 januari 2018 maxima aan de kosten die een leverancier per zorgprofessional in het kader van een productgerelateerde bijeenkomst voor zijn rekening mag nemen. Deze maxima komen overeen met de maxima die van toepassing zijn bij art. 9 en 10 GMH. De vergoeding van de in art. 10 lid 2 onder c genoemde kosten wordt redelijk geacht indien:
 
  1. de leverancier per zorgprofessional niet meer bijdraagt in de hierboven genoemde kosten dan € 500 per bijeenkomst tot een maximum van € 1.500 per jaar, of

  2. de zorgprofessional tenminste 50% van de hierboven genoemde kosten zelf draagt.

Deze wijzigingen zijn doorgevoerd teneinde art. 10 GMH Code in overeenstemming te brengen met de per 1 januari 2018 in werking getreden Beleidsregels gunstbetoon medische hulpmiddelen.