Artikel 22 - Verplichte openbaarmaking in Transparantieregister Zorg

  1. In het Transparantieregister Zorg, dan wel een ander daartoe door het bestuur van de stichting GMH aangewezen openbaar register, dienen de volgende categorieën interacties openbaar te worden gemaakt:
     
    a.    honorering van dienstverlening, zoals bedoeld in artikel. 5 lid 3 sub d. jo de artikelen 13 en 14, en 
    b.    sponsoring van projecten of activiteiten anders dan bijeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 sub e. jo de artikelen 15 t/m 17,

    een en ander voor zover deze tot stand zijn gekomen tussen:

    i.    zorgprofessionals die onder de titel ‘arts’ zijn opgenomen in het BIG-Register (met uitzondering van artsen die zijn ingeschreven onder het specialisme ‘huisartsengeneeskunde of ‘huisartsengeneeskunde met apotheek’). Hieronder vallen tevens de samenwerkingsverbanden van de genoemde zorgprofessionals, dan wel, in het geval de interacties plaatsvinden via de instellingen waarin deze zorgprofessionals participeren dan wel werkzaam zijn, deze instellingen), en

    ii.    leveranciers van medische hulpmiddelen.

  2. De verplichting tot openbaarmaking geldt uitsluitend voor zover het totale bedrag uit hoofde van (een of meerdere) interacties tussen een bepaalde leverancier en een bepaalde zorgprofessional als bedoeld in lid 1 van dit artikel hoger is dan € 500 per kalenderjaar.

  3. Uitgezonderd van de verplichting tot openbaarmaking zoals omschreven in dit artikel is de honorering van dienstverlening voor onderzoek, waarop de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen van toepassing is.

  4. Met de onder in lid 1 a. en b. genoemde categorieën interacties worden vereenzelvigd overeenkomsten die niet op naam maar door een derde in opdracht van een leverancier respectievelijk een zorgprofessional, een samenwerkingsverband van zorgprofessionals of instelling zijn aangegaan, waarbij de regels in deze paragraaf worden toegepast alsof deze overeenkomsten wel op naam van de leverancier respectievelijk de zorgprofessional, samenwerkingsverband of instelling zijn aangegaan.





TOELICHTING

Met ingang van 2015 is een afzonderlijke paragraaf aan de Gedragscode toegevoegd met betrekking tot externe transparantie. Externe transparantie is er op gericht om derden, waaronder de patiënt, in de gelegenheid te stellen na te gaan of er bepaalde interacties bestaan tussen een zorgprofessional en leveranciers van medische hulpmiddelen. Dit kan met name relevant zijn in het geval van patiënt-gebonden medische hulpmiddelen, die in overwegende mate door de zorgprofessional worden geselecteerd. Door verplicht te stellen dat bepaalde interacties in het publiek toegankelijke Transparantieregister Zorg worden opgenomen, kunnen patiënten en andere geïnteresseerden binnen bepaalde kaders verifiëren of, en zo ja, welke financiële relaties bestaan tussen een zorgprofessional en leveranciers van bepaalde medische hulpmiddelen.

Het Transparantieregister Zorg is in 2012 op initiatief van de stichting Code Geneesmiddelen Reclame (CGR) opgericht met als doel de financiële relaties van zorgaanbieders met farmaceutische bedrijven inzichtelijk te maken en wordt beheerd door stichting Transparantieregister Zorg. Het bestuur van de stichting GMH heeft er voor gekozen om bij de openbaarmaking van interacties tussen leveranciers van medisch hulpmiddelen en zorgprofessionals aansluiting te zoeken bij het Transparantieregister Zorg. Hierdoor is er nu één centraal openbaar register waar het publiek kan nagaan welke banden er zijn tussen zorgprofessionals en industrie. Meer informatie over het Transparantieregister Zorg en de stichting Transparantieregister Zorg is te vinden op www.transparantieregister.nl.

Met ingang van 1 januari 2015 is de eerste fase van verplichte openbaarmaking van interacties in het Transparantieregister Zorg inwerking getreden. Deze eerste fase had betrekking op bepaalde interacties tussen medisch specialisten die onder de titel ‘cardiologie’ of ‘orthopedie’ zijn opgenomen in het BIG register enerzijds en leveranciers van de volgende implantaten: ICD’s, pacemakers, stents en heup- en knieprothesen.

Na een uitvoerige evaluatie van deze eerste fase heeft het bestuur van de GMH in 2016 besloten de verplichting tot openbaarmaking van bepaalde interacties in het Transparantieregister Zorg met ingang van 1 januari 2017 uit te breiden. Vanaf die datum geldt op grond van (het gewijzigde) artikel 22 de verplichting tot openbaarmaking van de volgende interacties:

  •  honorering van dienstverlening, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 sub d. jo de artikelen 13 en 14, en
  •  sponsoring van projecten of activiteiten, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 sub e. jo de artikelen 15 t/m 17.

tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals, die als ‘arts’ zijn ingeschreven in het BIG Register, met uitzondering van de specialismen ‘huisartsengeneeskunde’ en ‘huisartsengeneeskunde met apotheek’. De verplichting tot openbaarmaking geldt uitsluitend voor zover het totale bedrag uit hoofde van (een of meerdere interacties) tussen een bepaalde leverancier en een bepaalde zorgprofessional als bedoeld in lid 1 van dit artikel hoger is dan € 500 per kalenderjaar.

Sponsoring van bijeenkomsten hoeft niet verplicht in het Transparantieregister Zorg te worden gemeld. Uitgezonderd van de verplichting tot openbaarmaking zoals omschreven is verder de honorering van dienstverlening voor onderzoek, waarop de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen van toepassing is.

In het vierde lid wordt duidelijk gemaakt dat het voor de toepasselijkheid van de regels over openbaarmaking niet uitmaakt of overeenkomsten rechtstreeks tussen een leverancier en een zorgprofessional (of samenwerkingsverband van zorgprofessionals of instelling) worden gesloten, of dat daar nog een bepaalde partij tussen zit. Te denken valt aan bijv. een congresbureau dat namens een leverancier bepaalde sprekers contracteert, waarbij als het ware als verlengstuk van de leverancier wordt gehandeld. De regels over openbaarmaking zijn dan van toepassing alsof deze overeenkomsten wel op naam van de leverancier respectievelijk de zorgprofessional, samenwerkingsverband of instelling zijn aangegaan. Dit kan anders zijn indien een bureau in opdracht van een leverancier bijvoorbeeld marketingonderzoek verricht onder zorgprofessionals die geheel los van de leverancier worden uitgekozen en benaderd. In dat geval komt er immers geen rechtstreekse relatie tot stand tussen leverancier en zorgprofessional  en zal het bovendien meestal gaan om zeer beperkte diensten en bedragen.