Loading...

Over GMH

Om ongewenste beïnvloeding in de zorg te voorkomen is in 2012 de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) opgericht. In het kader van zelfregulering heeft de stichting de Gedragscode medische hulpmiddelen (GMH Code) opgesteld. In deze gedragscode staat aan welke regels financiële relaties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals/zorginstellingen moeten voldoen.

Om de naleving van de GMH Code te bevorderen besteedt de stichting GMH veel aandacht aan voorlichting en educatie. Zo verzorgt de GMH verschillende trainingen die erop gericht zijn op de juiste toepassing van de gedragscode in de praktijk. Ook verspreidt de GMH met regelmaat nieuwsbrieven waarin voorlichting wordt gegeven.

Voor het toezicht op naleving van de Gedragscode heeft de GMH een onafhankelijke Codecommissie aangewezen die adviesaanvragen en klachten behandelt.

De GMH heeft transparantie hoog in het vaandel. Daarom wordt samengewerkt met de Stichting Transparantieregister Zorg (TRZ). Deze stichting publiceert jaarlijks een overzicht van financiële relaties die zijn aangegaan tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals/zorginstellingen.

De GMH Code heeft een wettelijke grondslag in de Wet medische hulpmiddelen. Het bestuur van de Stichting GMH heeft regelmatig overleg met het Ministerie van VWS. Ook zijn samenwerkingsafspraken gemaakt met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), die toezicht houdt op de wettelijke regels over gunstbetoon.

Bestuur

Het bestuur van de GMH is verantwoordelijk voor het beleid van de Stichting, zoals de normstelling in de GMH Code. Het bestuur wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter. Verder zijn de aangesloten organisaties in het bestuur vertegenwoordigd.

Het bestuur is op dit moment als volgt samengesteld:

  • Henk Bakker – onafhankelijk voorzitter
  • Ewoud van Dijk – KNMG
  • Rianne Rijsdijk – NAPA
  • Agnes Offenberg – V&VN
  • Jadeena Janssen – NFU
  • Trudy Boshuizen – NVZ
  • Jurgen Vandamme – Diagned
  • Robert den Brave – FMed
  • Leo Hovestadt – FME Zorg
  • Hans Kisjes – Nefemed

Plaatsvervangende bestuursleden zijn:

  • Ted van Essen – KNMG
  • Krista Tromp – KNMG
  • Jan Reitsma – KNMG
  • Margriet Kramer – Diagned
  • Luc Knaven – FMed
  • Iris van Bemmel – FME Zorg
  • Michiel van Campen – Nefemed

Codecommissie

Op de naleving van de Gedragscode wordt toezicht gehouden door een onafhankelijke Codecommissie en Commissie van Beroep van de GMH. De Codecommissie behandelt adviesaanvragen en klachten over de naleving van de GMH Code. Dit is geregeld in het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep van de Stichting GMH.

Adviesaanvragen worden behandeld door de voorzitters van de Codecommissie. Als voorzitter van de Codecommissie kunnen worden benoemd onafhankelijke juristen, bij voorkeur met ervaring in de rechtspraak. De huidige voorzitters van de Codecommissie zijn:

  • prof. mr. C.J.J.C. van Nispen
  • mr. P. van Regteren Altena

Door de voorzitters van de Codecommissie uitgebrachte adviezen worden (geanonimiseerd) gepubliceerd op deze website.

Voor de behandeling van klachten wordt per zaak naast een van de voorzitters uit een poule twee andere leden van de Codecommissie aangewezen die gezien het onderwerp en achtergrond van de zaak deskundig zijn en geen persoonlijk en/of zakelijk belang hebben bij de voorgelegde zaak. Het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep van de Stichting GMH waarborgt de onafhankelijkheid van de Codecommissie. Tegen uitspraken van de Codecommissie in een klachtenprocedure kan hoger beroep worden aangetekend bij de Commissie van Beroep van de GMH.

Contact

U kunt de Stichting GMH bereiken via:

Mail info@gmh.nu
Telefoon 070 312 39 26
Postadres Postbus 85645, 2508 CH Den Haag

Veelgestelde vragen

Over het Transparantieregister Zorg

In de GMH Code is met ingang van 1 januari 2024 een nieuwe integrale paragraaf over transparantie opgenomen. In deze paragraaf staan ook de bepalingen (art. 27-33) over openbaarmaking van financiële relaties in het Transparantieregister Zorg (TRZ).

De antwoorden in dit overzicht met veel gestelde vragen hebben betrekking op financiële relaties in het jaar 2024. Deze financiële relaties moeten vóór 1 juni 2025 bij het TRZ gemeld zijn. Vindt u het antwoord op uw vraag niet in dit overzicht terug? Kijk dan op transparantieregister.nl of stel:

Kort samengevat is het op grond van art. 22 GMH Code verplicht de volgende interacties bij het TRZ te melden:

  • sponsoring en verlening van gastvrijheid bij bijeenkomsten
  • honorering van dienstverlening
  • sponsoring van projecten of activiteiten anders dan bijeenkomsten
  • tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals die onder de titel ‘arts’, ‘verpleegkundige’, ‘verpleegkundig specialist’ of ‘physician assistant’ zijn opgenomen in het BIG-register (dan wel de instellingen waar deze zorgprofessionals werken of in participeren).

Daarbij geldt een drempelbedrag van € 500. De verplichting om te melden geldt dus als het totaalbedrag, dat op jaarbasis door een leverancier in het kader van gastvrijheid of van dienstverlenings- en sponsorovereenkomsten wordt betaald, hoger is dan € 500.

De verplichting om bepaalde interacties bij het TRZ te melden geldt voor zorgprofessionals die in het BIG-register staan ingeschreven onder een van de volgende titels:

  • arts (hieronder van alle artsen, dus zowel medisch specialisten en huisartsen als alle andere geneeskundig specialisten, alsmede profielartsen en basisartsen)
  • verpleegkundige
  • verpleegkundig specialist
  • physician assistant

Hieronder vallen ook de samenwerkingsverbanden waarin deze zorgprofessionals werkzaam zijn. Dit betekent dat ook de overeenkomsten over gastvrijheid, dienstverlening of sponsoring die bijvoorbeeld worden gesloten met maatschappen van medisch specialisten of met de zorginstellingen waarin artsen werkzaam zijn of participeren, onder de verplichting vallen.

De gastvrijheid die in het TRZ gemeld moet worden heeft betrekking op de volgende soorten bijeenkomsten:

  • door onafhankelijke derden georganiseerde bijeenkomsten (art. 9 GMH Code)
  • door leveranciers georganiseerde productgerelateerde bijeenkomsten (art. 10 GMH Code)
  • door leveranciers georganiseerde geaccrediteerde bijeenkomsten (art. 11 GMH Code)

Onder gastvrijheid wordt zowel verstaan het voor rekening nemen van kosten van een individuele zorgprofessional die deelneemt aan een van de genoemde bijeenkomsten, als het geven van een financiële bijdrage (sponsoring) aan de organisator van de bijeenkomst.

Gastvrijheid die wordt verleend bij overige door leveranciers georganiseerde bijeenkomsten (art. 12 GMH Code, maximaal toegestane bijdrage: € 75 incl. BTW) hoeft niet te worden gemeld in het TRZ.

Welke gegevens over gastvrijheid bij het TRZ gemeld moeten worden, hangt af van het soort bijeenkomst en van de vraag wie de ontvanger van de financiële bijdrage is, zie vraag 4 en 5.

Bij door onafhankelijke derden georganiseerde bijeenkomsten (art. 9 GMH Code) geldt het volgende.

Als de financiële bijdrage van de leverancier om een bijeenkomst als bedoeld in art. 9 wordt betaald aan een individuele zorgprofessional, moeten de volgende gegevens worden gemeld bij het TRZ:

  • naam en BIG-nummer van de zorgprofessional die de (kosten voor) gastvrijheid heeft ontvangen
  • het totaalbedrag aan vergoede dan wel voor rekening van de leverancier genomen kosten (inclusief BTW) van inschrijving, maaltijden, overnachtingen en/of reiskosten

Als een leverancier een financiële bijdrage geeft aan de organisator van de bijeenkomst (sponsoring) moeten de volgende gegevens worden gemeld bij het TRZ:

  • naam en het KvK-nummer van het samenwerkingsverband van zorgprofessionals of de instelling in wiens naam de bijeenkomst wordt georganiseerd
  • het totale bedrag van de sponsoring

Er is in dit laatste geval geen verplichting om op naam van de aan de bijeenkomst deelnemende zorgprofessionals te melden; dit is immers bij dit soort bijeenkomsten niet precies vast te stellen.

Wie worden in dit kader als zorgprofessional beschouwd: zie vraag 2.

De bijeenkomsten die in art. 10 en 11 GMH worden bedoeld zijn bijeenkomsten die worden georganiseerd door leveranciers. Het gaat om product gerelateerde bijeenkomsten (art. 10) en geaccrediteerde bijeenkomsten (art. 11). Over de bijeenkomsten moet het volgende worden gemeld in het TRZ:

  • naam en BIG-nummer van de zorgprofessional die de (kosten voor) gastvrijheid heeft ontvangen
  • het totaalbedrag aan vergoede dan wel voor rekening van de leverancier genomen gastvrijheidskosten, zijnde de kosten voor maaltijden, overnachtingen en reiskosten

De kosten voor de organisatie (denk aan sprekers, zaalhuur) hoeven niet te worden gemeld.

Wie worden in dit kader als zorgprofessional beschouwd: zie vraag 2.

In de praktijk komt het veel voor dat de initiatiefnemer de organisatie van een congres voor zorgprofessionals uitbesteedt aan een derde partij, zoals een congresbureau. Ook in dat geval zijn de regels over het melden bij het TRZ van toepassing. Een derde partij die de opdracht krijgt van een samenwerkingsverband van zorgprofessionals, een instelling of een leverancier wordt beschouwd als verlengstuk van die opdrachtgever.

Dit betekent dat, ook al lopen de betaling via het congresbureau, de regels van de GMH Code onverkort van toepassing blijven voor de leveranciers en zorgprofessionals/instellingen, ook als het om het melden bij het TRZ gaat.

Dus, als bijvoorbeeld een instelling een congres laat organiseren door een congresbureau en de sponsorbijdragen van leveranciers aan dit bureau worden betaald, moeten de meldingen toch gedaan worden op naam van de instelling (of het samenwerkingsverband, zoals een wetenschappelijke vereniging die opdracht voor de organisatie van het congres heeft gegeven).

Met dienstverleningsovereenkomsten worden bedoeld alle overeenkomsten die vallen onder art. 13 en 14 GMH Code.

Dienstverleningsovereenkomsten met betrekking tot onderzoek waarop de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) van toepassing is, zijn uitgezonderd van openbaarmaking in het TRZ en hoeven niet te worden gemeld.

Bij dienstverlening moet het bedrag dat als honorering voor verrichte diensten/werkzaamheden op grond van een bepaalde dienstverleningsovereenkomst in het betreffende kalenderjaar is gefactureerd bij het TRZ worden aangeleverd. Het gaat daarbij om het honorarium exclusief BTW en de onkosten die in het kader van de dienstverlening zijn vergoed.

Het honorarium moet worden gemeld op naam van de zorgprofessional die feitelijk de diensten heeft uitgevoerd. Dat geldt ook

  • als de contracterende partij een rechtspersoon is (bijv. de eigen (consultancy) BV van een medisch specialist
  • als de vergoeding wordt betaald en ten goede komt aan een andere partij, bijv. de werkgever van een arts (denk aan een academisch centrum), en de arts die vergoeding dus niet zelf ontvangt.

Wie worden in dit kader als zorgprofessional beschouwd: zie vraag 2.

Bij sponsoring van projecten of activiteiten (anders dan bijeenkomsten) moet het bedrag worden gemeld dat in het betreffende kalenderjaar op grond van een bepaalde sponsorovereenkomst aan het samenwerkingsverband/de instelling is gefactureerd. Dit geldt dus ook voor de sponsoring van niet-WMO plichtig onderzoek.

Sponsoring van onderzoek waarop de WMO van toepassing is, hoeft niet te worden gemeld.

Voor het bepalen of de bedragen inclusief of exclusief BTW moeten worden geregistreerd, volgt de GMH de fiscale regels.

Dit betekent dat indien de factuur op basis waarvan de betaling plaatsvindt een BTW heffing bevat, het BTW bedrag bij de melding in het TRZ buiten beschouwing kan blijven. Indien de factuur op basis waarvan de betaling plaatsvindt geen BTW heffing bevat, meldt u het totaalbedrag van de factuur.

Voor de bepaling of het drempelbedrag van € 500 is overschreden, moeten de gefactureerde bedragen conform het bovenstaande worden opgeteld.

Voor melding in het TRZ is de factuurdatum bepalend. Het is dus niet bepalend in welk jaar de betaling is gedaan, de schriftelijke afspraken zijn gemaakt, het congres of de activiteit heeft plaatsgevonden of de dienst is verleend.

De hoofdregel is dat de leverancier hiervoor zorgdraagt. In de overeenkomst die wordt gesloten met de betreffende zorgprofessional of samenwerkingsverband van zorgprofessionals of instelling zullen daarover afspraken moeten worden gemaakt. Door ondertekening van de overeenkomst wordt dan toestemming gegeven om de vereiste gegevens in het TRZ te melden.

Op deze hoofdregel geldt een uitzondering, namelijk als de dienstverlenings- of sponsorovereenkomst wordt afgesloten met of gastvrijheid wordt verleend door een leverancier van medische hulpmiddelen die:

  • buiten Nederland gevestigd is, of
  • zich niet heeft aangesloten bij de stichting GMH.

In die gevallen moet de zorgprofessional of de zorginstelling de gegevens melden bij het TRZ.

Of een leverancier is aangesloten bij de stichting GMH vindt u terug op de website. Hier staan alle leveranciers van medische hulpmiddelen die de GMH Code onderschrijven op alfabetische volgorde vermeld.

Om gegevens bij het TRZ te kunnen aanleveren, heeft u een account nodig. Dit kunt u aanvragen via het aanvraagformulier op de website van het TRZ.

Na verwerking van de aanvraag, ontvangt u per e-mail namens het TRZ van de KNMG uw logingegevens bestaande uit een code en een key. Deze code en key heeft u nodig bij het registreren van de gegevens.

Bedrijven die zowel geneesmiddelen als medische hulpmiddelen op de markt brengen, vallen zowel onder de GMH Code als onder de CGR Code. Beide gedragscodes kennen een verplichting om financiële relaties te melden bij het TRZ. De inhoud daarvan is echter niet identiek. Het is dan ook van groot belang dat financiële relaties die op basis van de CGR Code worden gemeld niet op één hoop worden gegooid met relaties die op grond van de GMH Code worden gemeld. Dit zou ook een vertekend beeld opleveren. Bedrijven die in beide markten actief zijn, moeten dan ook gebruik maken van twee accountnummers: één voor geneesmiddelen (beginnend met het cijfer 1) en één voor medische hulpmiddelen (beginnend met het cijfer 4). Let er ook goed op dat de regels voor openbaarmaking op een aantal punten verschillen.

Deze gegevens worden uitsluitend openbaar gemaakt via de website van het Transparantieregister. Gegevens ouder dan drie jaar worden uit het register verwijderd.

Het TRZ hanteert codes voor diverse financiële relaties. Voor leveranciers van medische hulpmiddelen zijn de belangrijkste:

Code TRZ Soort financiële relatie GMH Code

17

het honorarium dat aan de zorgprofessional is toe te rekenen voor dienstverlening (en eventueel overhead voor samenwerkingsverband Art. 13 + 14
21 sponsoring van een door een derde partij georganiseerde bijeenkomst, waarbij het gaat om een financiële bijdrage aan die derde partij Art. 9
22 sponsoring van projecten/activiteiten (niet zijnde een bijeenkomst voor zorgprofessionals) Art. 15 + 16
23 vergoeding/voor rekening nemen van kosten voor gastvrijheid (reis, verblijf, eventuele inschrijvingskosten) aan individuele zorgprofessionals, ongeacht door wie de bijeenkomst is georganiseerd Art. 9, 10, 11

Over de GMH

De wettelijke regels over gunstbetoon zijn pas in 2018 in de Wet medische hulpmiddelen opgenomen. Voor die tijd vonden de veldpartijen het zelf al wenselijk voorwaarden op te stellen over financiële relaties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals. Daarom is in 2012 de Gedragscode Medische Hulpmiddelen opgesteld. Bij de totstandkoming van de wetgeving heeft nauwe afstemming plaatsgevonden tussen de GMH en VWS/IGJ zodat de wet en de zelfregulering niet met elkaar in strijd zijn. De GMH Code kan worden gezien als een nadere invulling van de vrij algemeen geformuleerde wettelijk voorschriften. Daarnaast regelt de zelfregulering ook onderwerpen die in de wetgeving niet geregeld zijn, zoals de voorschriften over interne en externe transparantie. De overheid ondersteunt zelfregulering door het draagvlak van de naleving van de normen die daarvan uitgaat.

Het bestuur van de GMH wordt gevormd door vertegenwoordigers van de koepelorganisaties van zorgprofessionals en ziekenhuizen en koepelorganisaties van leveranciers van hulpmiddelen. Beide partijen hebben even veel stemmen in het GMH bestuur en dragen evenveel bij aan de contributie inkomsten. Het GMH bestuur staat onder leiding van een onafhankelijke voorzitter.

De Codecommissie van de GMH wordt benoemd door het bestuur maar functioneert verder volledig onafhankelijk. De voorzitters van de Codecommissie zijn juristen die veel ervaring hebben met procesrecht. Bij de behandeling van klachten bestaat de Codecommissie verder uit een lid met veel kennis van de hulpmiddelenwereld en een zorgprofessional. De onafhankelijkheid van de Codecommissie wordt gewaarborgd in het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep.

De GMH ziet toe op de Gedragscode Medische Hulpmiddelen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op de Wet medische hulpmiddelen. De GMH en de IGJ hebben een eigen toezichtsverantwoordelijkheid die naast elkaar functioneert. Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt waarbij het primaat van het toezicht op gunstbetoon ligt bij de GMH en de IGJ zich concentreert op thematisch toezicht en zware overtredingen (waaronder recidive).