Print

2024. nr. 1 – januari

Inspectierapporten IGJ | Naleving voorschriften dienstverlening | Overtredingen geconstateerd | Schriftelijke overeenkomst vereist | duidelijke beschrijving dienstverlening | Maximum uurtarief radiograaf | Boete opgelegd aan leveranciers en zorgprofessionals.

IGJ legt boetes op wegens overtreding regels dienstverlening

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft inspecties uitgevoerd naar de naleving van de wettelijke voorschriften voor dienstverlening door zorgprofessionals die daarvoor betaald krijgen door leveranciers van medische hulpmiddelen. Deze voorschriften zijn vastgelegd in art. 6 Wet medische hulpmiddelen en de bijbehorende beleidsregels. Inhoudelijk komen deze voorschriften overeen met de eisen die in de GMH Code aan dienstverlening worden gesteld (art. 13 en 14). Dit keer voor het eerst heeft IGJ niet alleen waarschuwingen maar ook boetes opgelegd wegens overtreding van de regels. Niet alleen aan leveranciers van medische hulpmiddelen, maar ook aan zorgprofessionals.

IGJ geeft hiermee een duidelijk signaal af: de voorschriften over gunstbetoon zijn niet vrijblijvend. Ook zorgprofessionals die financiële relaties met leveranciers van hulpmiddelen aangaan die niet aan de voorschriften voldoen, riskeren een bestuurlijke boete. Zorg er dus steeds voor dat alle afspraken over gastvrijheid, dienstverlening en sponsoring aan de wet en de GMH Code voldoen. Niet alleen moeten deze afspraken goed worden vastgelegd, ze moeten in praktijk ook worden opgevolgd en er moet verantwoording kunnen worden afgelegd. In deze Nieuwsbrief zetten wij de belangrijkste leerpunten van de inspectierapporten voor u op een rij.

Wat heeft IGJ onderzocht?

IGJ heeft in de periode januari-juni 2022 onaangekondigde inspectiebezoeken afgelegd bij negen leveranciers van medische hulpmiddelen op het gebied van cardiologie en tandheelkunde. Tijdens de bezoeken vraagt IGJ inzage in door de bedrijven afgesloten dienstverleningsovereenkomsten. Ook wordt de financiële administratie (crediteurenoverzichten, betaalbewijzen, etc.) gecontroleerd. IGJ toetst de overeenkomsten en betalingen aan de Beleidsregels gunstbetoon Wet medische hulpmiddelen (met name aan onderdeel 3.2.2). Deze voorschriften komen inhoudelijk overeen met art. 13 en 14 GMH Code. De rapporten die IGJ van de inspectiebezoeken heeft opgesteld zijn te vinden op toezichtdocumenten.igj.nl

Wat zijn de belangrijkste leerpunten?

1. Dienstverlening moet altijd zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst
Hoewel dit vereiste al van het begin af aan in de wetgeving en zelfregulering is opgenomen, heeft IGJ vier keer geconstateerd dat betaling voor dienstverlening heeft plaatsgevonden zonder dat hier een schriftelijke overeenkomst aan ten grondslag lag. Als er geen overeenkomst is, kan niet worden vastgesteld waar de te leveren diensten precies uit bestaan en of de vergoeding redelijk is. Dit is een overtreding van de wet (en ook van de GMH Code).
Het is dus cruciaal dat er altijd – voordat met de dienstverlening wordt aangevangen – een schriftelijke dienstverleningsovereenkomst wordt afgesloten tussen de leverancier en de zorgprofessional die de diensten verleend, en waarin in ieder geval de elementen van artikel 14 GMH Code zijn opgenomen en aandacht wordt besteed aan de tijdsverantwoording (A20.04). De overeenkomst moet gedateerd zijn en door beide partijen worden ondertekend.
Leg alle afspraken over de dienstverlening vast in één document. Als gewerkt wordt met een raam- of mantelovereenkomst, zorg er dan voor dat per specifieke opdracht een addendum wordt ingevuld waarin die opdracht voldoende duidelijk wordt beschreven (zie hieronder) en waarin de honorering en eventuele onkostenvergoeding worden vastgelegd.

2. Zorg voor een specifieke en duidelijke beschrijving van de leveren diensten
In de dienstverleningsovereenkomst moeten de diensten waar de zorgprofessional voor wordt betaald duidelijk en specifiek worden omschreven. Er kan niet worden volstaan met een enkele zin. De overeenkomst moet een heldere opsomming bevatten van de inhoud, aard, duur en omvang van de dienst en van het te bereiken resultaat en/of doel. Voor beide partijen moet helder uit de overeenkomst blijken wat er van de dienstverlener wordt verwacht. IGJ verwacht dat deze informatie uit de overeenkomst zelf kan worden afgeleid.

3. Leg beloning duidelijk genoeg vast
Essentieel is dat in de overeenkomst exact wordt aangegeven hoe de vergoeding voor de dienstverlening is opgebouwd:

  • Geef een duidelijke inschatting en specificatie voor het (maximum) aantal uren dat de zorgprofessional vergoed krijgt
  • Geef een duidelijke onderbouwing van dit aantal uren (bijv. een opsplitsing tussen voorbereidingstijd/reistijd/geven presentatie)
  • Geef duidelijk aan of er onkosten worden vergoed en hoe hoog deze vergoeding is
  • Leg het overeengekomen uurtarief duidelijk vast en zorg ervoor dat dit tarief binnen de maxima van de GMH blijft (zie hieronder)
  • Leg duidelijk vast hoe de betalingen verantwoord moeten worden (bijv. door tijdsverantwoording).

4. Blijf binnen de maximumtarieven
Honorering van dienstverlening is alleen toegestaan als de overeengekomen tarieven binnen de maxima vallen die door de GMH zijn vastgesteld. Zie de toelichting bij art. 13 GMH Code. IGJ ziet hier strikt op toe. Sinds 2022 zijn de maximum uurtarieven van de GMH gerelateerd aan het opleidingsniveau van de betrokken zorgprofessional. Bij de meeste overeenkomsten die IGJ heeft beoordeeld, bleken de uurtarieven binnen de toepasselijke maxima te vallen. In twee gevallen was echter sprake van een verkeerde classificatie. Het beroep ‘radiograaf’ is door IGJ ingeschaald op Hbo-niveau. Het uurtarief voor dit opleidingsniveau is € 107 (tarief 2024). In het betreffende geval was een hoger tarief overeengekomen, hetgeen niet is toegestaan. Een tandprotheticus met een afgeronde Hbo-opleiding met een bachelor tandprothetiek valt ook in deze categorie. In de betreffende consultancy overeenkomst werd een vergoeding van € 137,50 per uur (exclusief btw) aan een tandprotheticus gehanteerd. IGJ stelt vast dat dit is niet in overeenstemming is met de maximum (uur)tarieven die voor deze zorgprofessional is vastgesteld in de toelichting bij de Gedragscode.

De bevindingen van IGJ sluiten aan bij de bevindingen van de GMH naar aanleiding van de analyse van een aantal financiële relaties die in het TRZ zijn gemeld (zie Nieuwsbrief GMH 2023 nr. 3 en GMH Nieuwsbrief 2022 nr. 7).

18 januari 2024|

Nieuwsbrieven per jaar