A24.04 Maximum uurtarief patiëntvertegenwoordiger en influencer
Aan de Voorzitter van de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Voorzitter) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd wat de definitie van patiëntvertegenwoordiger (patient advocate) is in het kader van de bepaling van het maximum uurtarief voor dienstverlening.
Achtergrondinformatie
Art. 13 van de GMH Code bepaalt de maximumtarieven die door leveranciers van medische hulpmiddelen aan verschillende categorieën zorgprofessionals mogen worden betaald voor de dienstverlening. Onder de categorie “Overig” (toelichting bij art. 13 GMH Code) vallen onder meer “patiëntvertegenwoordiger (patient advocate)”. De GMH Code geeft geen definitie van “patiëntvertegenwoordiger”. De aanvrager van het advies verzoekt de Voorzitter antwoord te geven op de volgende vragen:
- Wat is de definitie van patiëntvertegenwoordiger volgens de GMH Code?
- Valt een bekende Nederlander of influencer die zelf patiënt is, maar niet voor een patiëntassociatie optreedt en ook zelf geen zorgprofessional is, binnen deze categorie wanneer hij/zij professionele diensten verleent aan de leverancier, met als gevolg dat de maximumtarieven uit de GMH Code uit de categorie “Overig” voor deze persoon gelden?
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)
De Voorzitter stelt vast dat de aanvrager van het advies een leverancier van medische hulpmiddelen is in de zin van art. 1 onder d GMH Code en dat de vraag betrekking heeft op de toepasselijkheid van de maximum uurtarieven voor dienstverlening door patiëntvertegenwoordigers. Daarom raakt de adviesaanvraag aan de toelaatbaarheid van een interactie in de zin van art. 1 onder f GMH Code en acht de Voorzitter zich bevoegd om de adviesvraag in behandeling te nemen.
Beoordeling van de adviesaanvraag
De eerste vraag betreft de definitie van patiëntvertegenwoordiger onder de GMH Code. De Voorzitter stelt vast dat daarvan geen definitie is opgenomen in art. 1 GMH Code, maar merkt over de positie van patiënten en patiëntvertegenwoordigers bij de GMH Code het volgende op.
De GMH Code kent een ruim toepassingsgebied: de GMH Code is van toepassing op alle interacties tussen leveranciers en zorgprofessionals. Daarbij is een zorgprofessional in art. 1 onder b GMH Code breed gedefinieerd als: “de natuurlijke persoon die, al dan niet in dienstverband of samenwerking met anderen, in het kader van zorg of ondersteuning zelf medische hulpmiddelen in Nederland gebruikt en/of over de aanschaf of het gebruik daarvan beslist en/of betrokken is bij het proces rond het voorschrijven, selecteren, aanmeten van en/of adviseren over het gebruik van medische hulpmiddelen.”
Hoewel uit de bewoordingen van deze definitie zou kunnen worden afgeleid dat een zorgprofessional ook altijd op enigerlei wijze betrokken is bij de verlening van zorg of ondersteuning, valt uit de toelichting bij de GMH Code op te maken dat de bedoeling van de opstellers van de GMH Code is dat de regels van toepassing te zijn op alle relaties tussen enerzijds leveranciers en anderzijds personen die betrokken zijn bij en daarom invloed kunnen hebben op keuzes in de zorg. Dit is het geval wanneer een patiënt een positie heeft waardoor hij of zij genoemde invloed op keuzes in de zorg kan hebben. Een voor de hand liggend voorbeeld hiervan is patiënt werkzaam is bij of voor een patiëntenorganisatie.
De GMH Code kent geen definitie van patiëntenorganisatie. De met de GMH Code op een groot aantal punten vergelijkbare Gedragscode geneesmiddelenreclame van de CGR (‘CGR Code’) definieert een patiëntenorganisatie als: “een non-profit organisatie die overwegend is samengesteld uit patiënten en/of verzorgers van patiënten of andere verzorgers vertegenwoordigen. Hieronder worden ook gerekend de overkoepelende organisaties waartoe de non-profit organisatie behoort.”
Tevens staat in de toelichting bij art. 6.4.4 CGR Code een definitie van patiëntvertegenwoordiger (in de CGR Code ook ‘patient advocate’ genoemd), nl. “patiëntvertegenwoordigers zitten namens patiëntenorganisaties aan tafel”. De CGR verwijst hierbij naar een document van de Patiëntenfederatie Nederland: de ‘Leidraad voor Interactie patiëntenorganisaties met farmaceutische bedrijven’ waarin diverse rollen van patiënten worden beschreven, waaronder de vertegenwoordigende rol. De Voorzitter acht het zinvol en logisch om daarom bij deze definitie aan te sluiten.
Het is een bekend feit dat patiëntenorganisaties in toenemende mate betrokken zijn bij de organisatie en invulling van de zorg. Patiëntenorganisaties hebben tegenwoordig in dat kader ook vaak een stem in de advisering of besluitvorming, bijv. bij beslissingen over vergoeding of inzet van een medisch hulpmiddel. Te denken valt aan kwaliteitsstandaarden, zoals het Generiek kwaliteitskader hulpmiddelenzorg en de daarop gebaseerde specifieke modules. Een vertegenwoordiger van een patiëntenorganisatie kan vanuit die positie invloed hebben op keuzes in de zorg en is daarom, mede gezien de eerdergenoemde intentie om de GMH Code een breed toepassingsgebied te geven om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, te beschouwen als ware hij/zij zorgprofessional in de zin van de GMH Code.
Het bovenstaande betekent dat de dienstverleningsovereenkomst tussen een leverancier en patiëntvertegenwoordiger aan de eisen van art. 13 en 14 zal moeten voldoen. Daarbij geldt het maximum uurtarief in de rubriek ‘Overig’, genoemd in de toelichting bij art. 13 GMH Code, voor alle vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, ongeacht of die vertegenwoordiger zelf een patiënt is en ongeacht op welke juridische basis hij of zij bij de betreffende patiëntenorganisatie betrokken is. Waar het om gaat is dat de betreffende persoon een vertegenwoordiger is van een patiëntenorganisatie en vanuit die hoedanigheid invloed kan hebben op keuzes in de zorg.
M.b.t. de tweede deel van de vraag overweegt de Voorzitter het volgende.
Indien een dienst voor een leverancier niet wordt verricht door een vertegenwoordiger van een patiëntenorganisatie maar door een patiënt die tevens bekende Nederlander of influencer is, kan worden aangenomen dat deze dienst, gezien de keuze van de dienstverlener, gericht is op het beïnvloeden van keuzes voor medische hulpmiddelen. Het woord influencer duidt daar ook op en hetzelfde geldt maken van reclame door een bekende Nederlander. Het ligt in dat geval voor de hand om ook deze specifieke groep patiënten te beschouwen als zorgprofessional in de zin van art. 1 onder b GMH Code. Het past bij het doel van de GMH Code om de maximum uurtarieven die uit art. 13 GMH Code volgen, van toepassing te laten zijn op alle patiënten die invloed kunnen hebben op keuzes voor medische hulpmiddelen, in welke hoedanigheid of uit welke hoofde dan ook. Voor al deze patiënten ligt aansluiting bij de maximumtarieven in de categorie ‘Overig’ in de rede.
Overigens merkt de Voorzitter nog het volgende op. Indien de diensten bestaan uit het aanprijzen van medische hulpmiddelen, dient de leverancier rekening te houden met art. 4 GMH Code en ervoor zorg te dragen dat ook de ingeschakelde dienstverlener zich hieraan houdt.
Daarnaast dient rekening te worden gehouden met algemene regels over aanprijzing, zoals het verbod op misleidende en vergelijkende reclame uit de art. 6:194 en 194a Burgerlijk Wetboek, de Nederlandse Reclame Code en de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing 2022.
Conclusie
Op grond van het bovenstaande komt de Voorzitter tot de conclusie dat iedereen die een patiëntenorganisatie vertegenwoordigt, invloed kan hebben op keuzes in de zorg en daarom als een zorgprofessional moet worden beschouwd, ongeacht of hij/zij zelf patiënt is. De GMH Code is tevens van toepassing op interacties tussen leveranciers en een patiënt, indien de dienst tot doel heeft het beïnvloeden van een keuze voor een medische hulpmiddelen en de patiënt, in zijn hoedanigheid als bekende Nederlander of influencer, die invloed kan hebben. De patiëntvertegenwoordiger en patiënten die worden betaald om invloed te hebben, vallen voor wat betreft het maximum uurtarief bij dienstverlening in de categorie ‘Overig’.
Den Haag, 22 maart 2024
mr P.N van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A24.04
Onderwerp(en):
Dienstverlening
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
22-03-2024
Relevante artikelen:
Art. 13
Het officiële document: