A23.01 Positie bestuur gesponsord samenwerkingsverband
Aan de voorzitter van de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de voorzitter) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of de leden van een bestuur van een onderwijsinstituut dat door een leverancier wordt gesponsord, individueel toestemming moeten vragen aan hun RvB en op welke wijze deze interactie in het Transparantieregister Zorg (hierna: TRZ) moet worden gemeld.
Achtergrondinformatie
De aanvrager van het advies is bedrijf X, een leverancier van medische hulpmiddelen. Uit de door X aangeleverde informatie blijkt dat zij een educatieprogramma van een instituut (hierna: Y) wil sponsoren. Y is een stichting met een directeur, een bestuur en een projectbureau. Het bestuur van Y bestaat uit medisch specialisten. Het educatieprogramma is één van de cursusprogramma’s die Y aanbiedt en omvat meerdere cursussen. Er zijn meerdere sponsoren.
X heeft, in het kader van de eventuele sponsoring, twee vragen:
- Moeten de leden van het bestuur van Y allen individueel toestemming voor deze sponsoring vragen van hun respectieve Raden van Bestuur van de ziekenhuizen waarin zij werkzaam zijn?
- Moet de sponsoring op naam van Y (KvK-nummer) dan wel op naam van de individuele bestuursleden van Y (op BIG-nummer) in het TRZ worden gemeld?
De voorzitter heeft van de aanvrager begrepen dat de adviesaanvraag beperkt is tot deze twee vragen en geen oordeel wordt gevraagd over de toelaatbaarheid van de sponsoring als zodanig. De voorzitter gaat ervan uit dat leverancier X en het instituut Y er gezamenlijk voor zullen instaan dat de sponsoring aan de eisen van de GMH Code voldoet.
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)
De voorzitter stelt vast dat X een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van artikel 1 onder d GMH Code en dat het Y een samenwerkingsverband is van zorgprofessionals in de zin van artikel 1 onder b GMH Code. Omdat de leverancier een financiële bijdrage levert aan dit samenwerkingsverband, is sprake van een interactie in de zin van artikel 5 GMH Code.
Beoordeling van de adviesaanvraag
Uit de aangeleverde informatie die is verstrekt over de aard en vorm van het betreffende educatieprogramma leidt de voorzitter af dat sprake is van sponsoring van (een serie) bijeenkomsten in de zin van artikel 9 GMH Code. Y is aan te merken als de organisator van die bijeenkomsten. Derhalve is artikel 9 lid 4 van toepassing. Daarin wordt niet gesproken over verplichte toestemming van dan wel een meldplicht aan een RvB. Uit artikel 9 lid 4 vloeit wel voort dat partijen er op toe dienen te zien dat de betaling rechtstreeks aan de organisator van de bijeenkomst wordt gedaan en dat de financiële ondersteuning door X duidelijk van tevoren en tijdens de bijeenkomst wordt kenbaar gemaakt. Ten overvloede merkt de voorzitter op dat de meldplicht op grond van artikel 9 lid 3 GMH Code uitsluitend geldt bij de vergoeding aan individuele zorgprofessionals van kosten voor deelname aan een bijeenkomst. Hieronder vallen in beginsel niet de bestuursleden van Y. Zij zijn immers niet de deelnemers aan de bijeenkomst, maar vertegenwoordigen de organisator.
De voorzitter is van oordeel dat bij een interactie waarbij een samenwerkingsverband van zorgprofessionals of een instelling als bedoeld in artikel 1 onder c GMH Code is betrokken, de leden van het bestuur van dat samenwerkingsverband of die instelling in de regel niet persoonlijk maar ’qualitate qua’ bij die interactie betrokken zijn. De individuele leden van het bestuur handelen niet voor of namens henzelf, maar uitsluitend voor of namens de organisatie die zij vertegenwoordigen.
Dit betekent allereerst dat, als er al sprake zou zijn van een interactie waarvoor toestemming is vereist, dit niet geldt voor zorgprofessionals die als lid van een bestuur een interactie aangaan, en daarvan ook niet zelf rechtstreeks profiteren.
Het feit dat de bestuursleden qualitate qua namens een samenwerkingsverband of instelling handelen, betekent tevens dat de openbaarmaking in het TRZ op naam van dat samenwerkingsverband of die instelling moet worden gedaan. Dat is ook de bedoeling, zo blijkt uit de regels over transparantie in artikelen 22 e.v. GMH Code, en met name artikel 23 lid 3 onder b en lid 5, waaruit immers volgt dat bepaalde interacties op naam van een samenwerkingsverband of een instelling moeten worden gemeld. Daarin wordt niet gesproken over uitsluitend of additioneel melding van de interacties op naam van de leden van het bestuur van dat samenwerkingsverband of die instelling.
De voorzitter merkt op dat het bovenstaande uitsluitend geldt wanneer de leden van het bestuur niet in een andere hoedanigheid en op andere wijze dan als bestuurslid bij deze interactie betrokken zijn, bijv. omdat zij als spreker worden betaald uit de sponsorgelden. In dat geval is sprake van een separate interactie, die aan de eisen van artikel 13 GMH Code moet voldoen en in een overeenkomst moet worden vastgelegd. Ook geldt dan dat de vergoeding die zij daarvoor krijgen, wel op naam van dat individuele bestuurslid moet worden gemeld (artikel 23 lid 4 GMH Code) en ook toestemming van de eigen RvB dient te worden verkregen (artikel 13 lid 7 GMH Code).
Conclusie
In het licht van het bovenstaande komt de voorzitter tot de conclusie dat de leden van een bestuur van een samenwerkingsverband dat bijeenkomsten organiseert die gesponsord worden door leveranciers van medische hulpmiddelen geen toestemming hoeven te hebben van de RvB van de instelling waarin deze bestuursleden werkzaam zijn. Ook hoeft de interactie die een leverancier aangaat met een samenwerkingsverband of een instelling niet te worden gemeld op naam van de individuele bestuursleden van dat samenwerkingsverband of die instelling, maar op naam van dat samenwerkingsverband of die instelling.
Den Haag, 18 januari 2023
prof. mr C.J.J.C van Nispen, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A23.01
Onderwerp(en):
Sponsoring bijeenkomsten, Transparantieregister Zorg
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
18-01-2023
Relevante artikelen:
Art. 9, art. 23
Het officiële document: