A22.03 Niet gespecificeerde onkostenvergoeding

Aan de voorzitters van de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep een advies gevraagd over de toelaatbaarheid van een clausule in een overeenkomst tussen een ziekenhuis en een leverancier van medische hulpmiddelen.

Aanleiding en procedure

Het advies is aangevraagd door het bestuur van de Stichting GMH (hierna: ‘het bestuur’). De aanleiding voor deze adviesaanvraag is een verzoek van het journalistencollectief Follow the Money (hierna: FtM). FtM heeft met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), documenten, waaronder contracten, opgevraagd bij het Erasmus Medisch Centrum (hierna: Erasmus MC). FtM heeft een clausule uit het document voorgelegd aan het bestuur, met het verzoek om hierover een aantal vragen te beantwoorden.

Het bestuur heeft vastgesteld dat het verzoek van FtM een beoordeling van interacties tussen zorgprofessionals en leveranciers van medische hulpmiddelen inhoudt. Omdat het geven van een oordeel daarover binnen de structuur van de Stichting GMH voorbehouden is aan de onafhankelijke Codecommissie, heeft het bestuur besloten om de clausule in de vorm van een adviesaanvraag (in de zin van artikel 37 van het Reglement) voor te leggen aan de Codecommissie. Gegeven de bijzondere aanleiding voor de adviesaanvraag zijn beide voorzitters van de Codecommissie bij de beoordeling betrokken en wordt het advies door beide voorzitters gezamenlijk uitgebracht. Daar waar in dit advies gesproken wordt over ‘de Codecommissie’ worden beide voorzitters bedoeld.

Om een volledig beeld van de casus te krijgen en een zorgvuldige beoordeling te kunnen geven, heeft de Codecommissie de betrokken leverancier en het Erasmus MC gevraagd om meer informatie en om antwoord te geven op een aantal vragen.

Feiten

Dit advies betreft een overeenkomst die in april 2019 is gesloten tussen een leverancier van medisch hulpmiddelen die in het buitenland is gevestigd (hierna: Leverancier X) en een spreker (een medisch specialist) verbonden aan het Erasmus MC. Uit de overeenkomst blijkt dat het gaat om een lezing over een bepaald onderwerp “Y” in juni 2019, tijdens de 2-daagse bijeenkomst “Y World Summit” in Canada. Uit de overeenkomst blijkt niet dat er een vergoeding voor de dienstverlening wordt betaald, maar wel dat er onkosten zullen worden vergoed, mits deze worden onderbouwd en vergezeld gaan van bewijs van de gemaakte kosten (rekeningen, bonnen). Onderdeel van de overeenkomst is een Annex 1, waarin het Erasmus MC, als werkgever, verklaart akkoord te gaan met de overeenkomst. In deze Annex wordt bevestigd dat er geen vergoeding voor de diensten wordt verstrekt, en wordt over de vergoeding van onkosten opgemerkt dat Leverancier X “will provide a lump sum of up to Euro 6.000”.

Desgevraagd is namens de Leverancier X de navolgende toelichting gegeven.

Het gaat om een academische presentatie tijdens een door Leverancier X georganiseerde internationale bijeenkomst, waarbij opinieleiders en deskundigen verslag uitbrengen over het meest recente wetenschappelijk onderzoek op hun gebied. De spreker is een deskundige op het gebied van Y met specifieke kennis over het relevante onderwerp. De spreker heeft als hoofdonderzoeker aan een relevant Multicenter Studie deelgenomen en was derhalve goed gekwalificeerd om de resultaten te presenteren. De spreker heeft de resultaten van de studie gepresenteerd gedurende een tijdsbestek van 15 minuten en hij heeft daarnaast actief deelgenomen aan de open uitwisseling van informatie tussen alle deelnemers gedurende de bijeenkomst.

Er is geen vergoeding voor de diensten betaald. Leverancier X heeft de onkosten die verband hielden met de lezing voor haar rekening genomen: het ging daarbij om kosten voor de vliegreis van € 4.648,59, kosten voor hotel (3 nachten) van in totaal € 774 en verblijfskosten van (fictief omgeslagen per deelnemer) € 642. Bij dit laatste bedrag is opgemerkt dat dit de totale kosten zijn voor eten en drinken tijdens de bijeenkomst gedeeld door het aantal deelnemers dat zich voor de bijeenkomst heeft aangemeld. Bij de berekening van de uitgaven is ervan uitgegaan dat alle deelnemers hebben deelgenomen aan de “Get Together” op dag 1, het “Invited Dinner” op dag 2 en de lunch op dag 3. Omdat een paar honderd deelnemers aanwezig waren, is niet de

daadwerkelijke ‘consumptie’ of deelname aan een diner van elke deelnemer geregistreerd. Het bedrag moet dan ook gezien worden als het maximum per deelnemer. Het enige bedrag dat de zorgprofessional zelf heeft gedeclareerd aan Leverancier X is € 35,96 voor een treinreis naar Schiphol en de kosten voor een visumaanvraag.

Erasmus MC heeft desgevraagd een korte toelichting gegeven die hiermee in lijn is en daarnaast aangegeven dat Leverancier X de kosten direct heeft betaald aan derden (hotel, reisbureau, etc.) en deze dus niet zijn uitgekeerd aan de zorgprofessional, dan wel Erasmus MC.

De Codecommissie is gevraagd om gemotiveerd antwoord te geven op de door FtM gestelde vraag of dit conform de wet- en regelgeving is.

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)

De Codecommissie toetst aan de GMH Code en niet aan de wetgeving over gunstbetoon, zijnde artikel 6 Wet medische hulpmiddelen, zoals uitgewerkt in de Beleidsregels gunstbetoon medische hulpmiddelen. Zij zal in dit advies daarom beoordelen of de beschreven financiële relatie voldoet aan de GMH Code.

De Codecommissie stelt vast dat de adviesaanvraag betrekking heeft op een overeenkomst tussen een leverancier van medische hulpmiddelen in de zin van artikel 1 onder d GMH Code en een zorgprofessional, waarbij de onkosten voor een zorgprofessional worden vergoed. Dit is een financieel voordeel waardoor er in beginsel sprake is van een interactie in de zin van artikel 1 onder f GMH Code.

De betrokken leverancier is niet in Nederland gevestigd, maar in het buitenland. Dat doet op zich aan de toepasselijkheid van de GMH Code niet af (toelichting bij artikel 2, laatste alinea) nu de GMH Code van toepassing is op alle interacties die invloed zouden kunnen hebben op beslissingen van zorgprofessionals in Nederland, en in het verlengde daarvan, van de instelling die in Nederland is gevestigd.

Leverancier X is niet aangesloten bij een van bij de GMH aangesloten koepels en heeft ook niet anderszins de GMH Code onderschreven. Dat doet niet af aan de bevoegdheid die de Codecommissie op grond van artikel 37 van het Reglement heeft om op verzoek van het bestuur advies te geven over verenigbaarheid van handelen of nalaten met de bepalingen van de Gedragscode of de geest en strekking daarvan.

Los daarvan is in ieder geval de betrokken zorgprofessional via de KNMG en Erasmus MC via NFU aan de gebonden GMH Code.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Op deze interactie is de GMH Code van toepassing zoals deze luidde op het moment van de verlening van de diensten. Dat was de versie die in januari 2018 in werking trad en gold tot 1 januari 2021. Deze wijkt op een aantal punten af van de thans geldende Code (versie 2022).

Het gaat om de honorering van dienstverlening in de zin van artikel 13 GMH Code. Op grond van de destijds geldende bepaling was het toegestaan om een zorgprofessional te betalen voor verleende diensten en in dat kader onkosten te vergoeden onder een aantal voorwaarden.

Toetsing van de voorgelegde feiten aan deze voorwaarden leidt tot de volgende conclusies.

Aan de voorwaarden van artikel 13 lid 2 onder a en b GMH Code wordt voldaan. De dienst heeft een legitiem doel dat van betekenis is voor de leverancier, nl. het spreken op een door Leverancier X georganiseerde bijeenkomst. Leverancier X heeft de keuze voor de zorgprofessional gemotiveerd door te wijzen op diens kwalificaties en betrokkenheid bij het onderwerp van de betreffende bijeenkomst. De Codecommissie heeft geen reden om daaraan te twijfelen.

Op grond van artikel 13 lid 2 onder c GMH Code moet er een schriftelijke overeenkomst zijn waarin in ieder geval de in artikel 14 lid 1 GMH Code genoemde aspecten zijn vastgelegd. De Codecommissie stelt vast dat daaraan is voldaan. Daarbij dient het volgende te worden aangetekend.

In art 13 lid 7 GMH Code is de verplichting opgenomen dat het bestuur van de instelling dan wel de werkgever toestemming heeft gegeven, en artikel 14 lid 1 onder d eist dat dit in de overeenkomst is vastgelegd en dat de zorgprofessional daarvoor zorg draagt. Het feit dat Erasmus MC de contracterende partij is rechtvaardigt in dit geval dat een dergelijke bepaling in de overeenkomst ontbreekt.

In artikel 13 lid 8 GMH Code staat dat moet worden voldaan aan de transparantieverplichtingen indien en voor zover deze van toepassing zijn. Omdat in het onderhavige geval geen sprake was van betaling van een honorarium was er geen openbaarmakingsplicht; artikel 23 onder c GMH Code bepaalt dat onkostenvergoedingen niet hoeven te worden gemeld. Dit verklaart afdoende dat de in artikel 14 lid 1 onder e genoemde bepaling over openbaarmaking in de onderhavige overeenkomst ontbreekt.

Op grond van de GMH Code is vergoeding van redelijke en werkelijk gemaakte onkosten toegestaan, ook voor geboden gastvrijheid, mits de locatie passend is, de verleende gastvrijheid bescheiden en in de tijdsduur en doel ondergeschikt aan het primaire (hoofd)doel van de bijeenkomst.

Leverancier X heeft een gedetailleerd overzicht gegeven van de kosten die zij voor haar rekening heeft genomen. De kosten voor overnachting en verblijf komen de Codecommissie niet onredelijk over, mede in aanmerking nemend dat de Codecommissie bekend is met het feit dat in algemene zin in Canada de kosten voor hotel en verblijf aanzienlijk hoger zijn in vergelijking met bijv. Nederland. Leverancier X heeft de vlucht op basis van businessclass vergoed. Op grond van de destijds luidende toelichting op artikel 13 was het vergoeden van een vliegreis in het kader van dienstverlening op basis van businessclass toegestaan voor intercontinentale vluchten.

In een advies uit 2012 (A12.004) heeft de Codecommissie in het kader van dienstverlening de vergoeding van een vliegreis op basis van businessclass niet redelijk geacht. Dit heeft echter tot 2021 nooit geleid tot aanpassing van de toelichting bij artikel 13 GMH Code op dit punt, terwijl sindsdien de tekst en toelichting van de GMH Code op andere punten diverse malen zijn aangepast. Gezien het lex certa beginsel heeft de Codecommissie er begrip voor dat partijen op de tekst van de toelichting hebben vertrouwd en is de hierover gemaakte afspraak dan ook niet in strijd met de destijds in de GMH Code opgenomen regels.

De Codecommissie merkt op dat de toelichting bij artikel 13 GMH Code in 2021 op dit punt wel is aangepast, en op grond van de huidige toelichting het vergoeden van een vliegreis op basis van businessclass niet langer redelijk wordt geacht, behoudens zeer specifieke individuele omstandigheden.

De Codecommissie constateert ten overvloede dat, ook al spreekt de overeenkomst van een lump sum onkostenvergoeding, er – op een bedrag van € 35,96 na – geen betalingen door Leverancier X aan de zorgprofessional en/of Erasmus MC zijn gedaan. De gemaakte onkosten zijn rechtstreeks door Leverancier X aan derden (KLM, hotels, restaurants) vergoed. Er is dus geen sprake van een mogelijk voordeel of surplus dat ten onrechte door de zorgprofessional en/of Erasmus MC verkregen zou zijn.

Conclusie

De Codecommissie concludeert dat op basis van de stukken en de informatie kan worden geoordeeld dat niet in strijd is gehandeld met de GMH Code zoals deze gold ten tijde van de interactie.

 

Den Haag, 18 november 2022

 

prof. mr. C.J.J.C. van Nispen,

mr. P.N. van Regteren Altena,

voorzitters van de Codecommissie GMH

Nummer:

A22.03

Onderwerp(en):

Dienstverlening, Transparantieregister Zorg

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

18-11-2022

Relevante artikelen:

Art. 13

Het officiële document:

Print deze uitspraak