A21.02 Bijeenkomst in dierentuin
Aan de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of een leverancier van medische hulpmiddelen een bijeenkomst mag organiseren voor bepaalde zorgprofessionals in Burgers Zoo.
Achtergrondinformatie
De Voorzitter gaat van de volgende feiten uit.
Aanvrager van het advies is X, een fabrikant/leverancier van bepaalde medische hulpmiddelen. X is voornemens om een eendaagse bijeenkomst te organiseren ter introductie van een nieuw type medisch hulpmiddel. Het gaat om een bijeenkomst voor ongeveer 50 zorgprofessionals in Nederland. Accreditatie is aangevraagd.
Het programma van de dag is als volgt:
- 11:00 uur Ontvangst met koffie en thee
- 11:30 uur Lezing door een Biologe
- 12:00 uur Lunch
- 12:45 uur Plenaire sessie
- 13:50 uur Workshopronde 1
- 14:15 uur Workshopronde 2
- 14:50 uur Workshopronde 3
- 15:25 uur Afsluiting – Y
- 16:00 uur Afronding programma
Uit andere informatie over de aard en onderwerpen van de workshops blijkt dat deze voor een aanzienlijk deel zijn gewijd aan en gericht op de voordelen van het nieuwe hulpmiddel en de mogelijkheden voor de deelnemers om dit hulpmiddel te gaan verkopen.
X heeft aangegeven dat het nieuwe hulpmiddel is geïnspireerd door eigenschappen van bepaalde dieren. Deze dieren komen dan ook overal terug in de campagne voor dit hulpmiddel. Daarom heeft X als locatie gekozen voor ‘Burgers Zoo’ in Arnhem.
Voor het geval de Codecommissie deze locatie niet zou accepteren, heeft X gevraagd om twee alternatieve locaties te beoordelen. De eerste optie is een locatie in de bossen (een hotel met diverse ruimtes voor de plenaire sessie en de workshops) met een vergelijkbaar programma als hiervoor is aangegeven. Bij de tweede optie zou de bijeenkomst een iets andere insteek krijgen, nl. de koppeling tussen het nieuwe hulpmiddel en ervaring bij gebruik ervan. Daarom zou in dat geval gekozen worden voor een theater/kasteel in Nederland met het volgende (globale) programma:
- plenaire sessie met de introductie van het hulpmiddel
- lunch
- ‘live’ optreden van een band of ensemble waarbij de eigenschappen van het hulpmiddel kunnen worden ervaren
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)
De Voorzitter stelt vast dat X een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van art. 1 onder d GMH Code en dat de deelnemers aan de bijeenkomst zorgprofessionals zijn in de zin van art. 1 onder b GMH Code. Omdat X voornemens is (een deel van) de kosten voor deelname van de zorgprofessionals voor het bijwonen van de bijeenkomst voor haar rekening te nemen, is sprake van een interactie in de zin van art. 1 onder f GMH Code.
Beoordeling van de adviesaanvraag
Allereerst is de kwalificatie van de interactie aan de orde. De voorzitter stelt vast dat uit de adviesaanvraag blijkt dat sprake is van een door een leverancier georganiseerde bijeenkomst. Kennelijk is accreditatie aangevraagd, maar nog niet verleend. Nu dat nog niet vaststaat, gaat de Voorzitter ervan uit dat de bijeenkomst niet is geaccrediteerd in de zin van artikel 10 GMH Code. Ook is er geen sprake van een product gerelateerde bijeenkomst in de zin van artikel 11 GMH Code, omdat de bijeenkomst niet gericht is op of noodzakelijk is voor goed gebruik, toepassing en onderhoud van een medisch hulpmiddel, maar gericht is op een mogelijke beslissing tot aanschaf van medische hulpmiddelen. De Voorzitter wijst er op dat dit soort bijeenkomsten sinds 1 januari 2018 niet meer onder artikel 10 GMH Code vallen.
De Voorzitter concludeert dat sprake is van een bijeenkomst in de zin van artikel 12 GMH Code (een door de leverancier georganiseerde overige bijeenkomst).
Uit art. 12 lid 2 GMH Code en de daarbij behorende toelichting blijkt dat leveranciers kosten van een bijeenkomst voor hun rekening mogen nemen, mits wordt voldaan aan de volgende, cumulatieve voorwaarden:
- het programma is qua opbouw evenwichtig en redelijk, en bevat geen recreatieve en sociale activiteiten, en
- de locatie is qua ligging en faciliteiten gerechtvaardigd, en
- de kosten die X voor haar rekening neemt, zijn niet hoger dan € 75 per deelnemende
Allereerst moet het programma evenwichtig zijn. Het valt de Voorzitter op dat het programma vóór de lunch slechts een half uur in beslag neemt terwijl de afsluiting plaatsvindt om 15.25 uur. De Voorzitter constateert dat de indeling van de dag daarmee niet bijzonder efficiënt is, hetgeen twijfels doet rijzen over de gerechtvaardigdheid van de lunch. Nu echter de deelnemers vanuit het hele land naar de locatie toe moeten reizen en het programma drie workshops in de middag omvat, acht de Voorzitter het acceptabel dat het programma ook een lunch bevat.
Ten tweede moet de locatie gerechtvaardigd zijn, zowel wat ligging als de faciliteiten betreft. Wat geografische ligging betreft kan worden gesteld dat Burgers Zoo redelijk goed bereikbaar is voor zorgprofessionals uit het hele land. Als reden voor de specifieke locatie van Burgers Zoo voert X aan dat het nieuwe hulpmiddel geïnspireerd is op eigenschappen van bepaalde dieren en daarom voor een dierentuin is gekozen. Desgevraagd heeft X nog verklaard dat deelnemers geen toegang hebben tot het park, maar dat eventueel op eigen kosten voor of na de bijeenkomst nog kunnen doen.
In de toelichting bij artikel 8 GMH Code is toegelicht dat de aard en uitstraling passend dienen te zijn en de faciliteiten niet dermate aantrekkelijk mogen zijn dat aannemelijk is dat zij de reden zijn voor de zorgprofessional om aan de bijeenkomst deel te nemen. De Codecommissie heeft dat in een aantal adviezen ook bevestigd, zoals in A15.03 (Wenen) en A14.04 (Curaçao). Een dierentuin is een locatie met een hoge recreatieve uitstraling. Op de website van Burgers Zoo wordt het Safari Meeting Centre aangeprezen als een congrescentrum “met een adembenemend uitzicht op de savanne van de Safari en het tropisch regenwoud van de Bush van Burgers’ Zoo” die “een onvergetelijke indruk [maakt] op u en uw gasten.” Een dergelijk locatie is niet passend en alleen daarom al niet acceptabel. Daar komt bij dat de opzet van het programma, gespiegeld aan de dagindeling, de deelnemers voldoende ruimte biedt voor voorafgaand of na het inhoudelijk gedeelte bezoeken van het park al moeten zij dan wel zelf de kosten daarvan dragen. Het verband tussen het hulpmiddel en dieren acht de Voorzitter vooral uit oogpunt van marketing van het hulpmiddel relevant en op zichzelf geen voldoende rechtvaardiging voor de keuze voor deze locatie nu de eigenschappen van het nieuwe hulpmiddel op een andere locatie met een passender en neutraler bestemming even goed kunnen worden toegelicht en ervaren.
Omdat op grond hiervan de bijeenkomst niet voldoet aan de GMH Code, komt de Voorzitter niet meer toe aan de vraag of de kosten die X voor haar rekening neemt redelijk zijn. Hierover merkt de Voorzitter nog wel ten overvloede op dat volgens de informatie van X de kosten van € 77 per deelnemer, waarvan € 47 voor het catering arrangement en de rest voor zaalhuur en spreker. In het geval de bijeenkomst wel aan alle eisen zou voldoen -dus het programma en de locatie passend zouden zijn- dan zou het bedrag aan door X geboden gastvrijheid € 47 per deelnemer bedragen en dus op voet van artikel 12 passend zijn omdat op grond van artikel 12 lid 2 GMH Code de kosten voor de organisatie in dat geval niet meetellen.
X heeft de Voorzitter gevraagd om ook twee alternatieve locaties te beoordelen.
Een meer neutrale locatie in de bossen (een hotel met diverse ruimtes voor de plenaire sessie en de workshops) met een vergelijkbaar programma als hiervoor is aangegeven, zou aanvaardbaar kunnen zijn, mits die locatie niet een bij uitstek recreatief karakter heeft. Algemeen gesproken zullen ten aanzien van een theater/kasteel al snel dezelfde bezwaren als tegen een dierentuin gelden. Het door X gelegde verband tussen een live concert op een dergelijke locatie en het ervaren van het nieuwe hulpmiddel biedt naar het oordeel van de Voorzitter geen voldoende rechtvaardiging voor een dergelijke locatie.
Tot slot merkt de Voorzitter op dat X heeft aangegeven dat accreditatie is aangevraagd. Zelfs als deze zou worden verleend -waarbij de Voorzitter wel een vraagteken zet gezien de kennelijke inhoud, aard en doel van de bijeenkomst- zou dat aan het bovenstaande oordeel niet afdoen. De bijeenkomst zou dan worden gekwalificeerd als een bijeenkomst in de zin van artikel 11 in plaats van artikel 12 GMH Code. Ook in artikel 11 GMH Code worden eisen gesteld aan de locatie: in lid 2 van dit artikel en de toelichting daarbij wordt aangegeven dat bij een geaccrediteerde bijeenkomst een locatie past met een zakelijke uitstraling. Een dierentuin, theater of kasteel missen zo’n zakelijke uitstraling.
Conclusie
Op grond van het bovenstaande komt de Voorzitter tot de conclusie dat de bijeenkomst niet aan de eisen van de GMH Code voldoet vanwege de keuze voor een locatie van een bijeenkomst die een hoge recreatieve uitstraling heeft. Het is daarbij niet relevant of de bijeenkomst al dan niet is geaccrediteerd.
Den Haag, 4 augustus 2021
mr P.N. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A21.02
Onderwerp(en):
Sponsoring bijeenkomsten
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
04-08-2021
Relevante artikelen:
Art. 12
Het officiële document: