A21.01 Vergoeding voor dienstverlening

Aan de voorzitter van de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: ‘de voorzitter’) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep een advies gevraagd.

Achtergrondinformatie

Aanvrager van het advies is X, een leverancier van medische hulpmiddelen.

X wenst een internationale campagne te starten om mobiliteit en het belang daarvan onder de aandacht te brengen. Aan deze campagne zullen ook personen buiten X meewerken, bijv. in de vorm van het geven van interviews waarbij ook foto’s zullen worden gemaakt die zullen worden ingezet voor brochures, website en social media uitingen.

X heeft het voornemen om ook Y hierbij te betrekken. Y is een topsporter en daarnaast in Nederland werkzaam in de zorg; in de adviesaanvraag is niet vermeld in welke hoedanigheid Y daarin werkzaam is. Volgens X is Y vanuit zijn ervaringen uit zowel de topsport als de zorg bij uitstek geschikt om aan de campagne mee te werken. X wil een meerjarige samenwerking aangaan met Y. De Voorzitter begrijpt uit de adviesaanvraag dat X daartoe Y wenst te ‘sponsoren’, en vraagt zich af of in het aan Y te betalen sponsorbedrag ook “het imago-recht” verdisconteerd mag worden.

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)

Voor de toepasselijkheid van de GMH Code is van belang of sprake is van een interactie in de zin van artikel 1 onder f GMH Code. Vast staat dat er sprake is van een financiële relatie en dat de adviesaanvrager een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van artikel 1 onder d GMH Code. Over de vraag of Y kan worden gekwalificeerd als zorgprofessional merkt de Voorzitter het volgende op. Een zorgprofessional is in artikel 1 onder b GMH Code gedefinieerd als iedere persoon die in het kader van zorg of ondersteuning zelf medische hulpmiddelen in Nederland gebruikt, over de aanschaf of het gebruik daarvan beslist ofwel betrokken is bij het proces rond het voorschrijven, selecteren, aanmeten van en/of adviseren over het gebruik van medische hulpmiddelen.

Uit de adviesaanvraag blijkt dat Y niet alleen topsporter is maar ook werkzaam is in de zorg en tevens dat de geschiktheid van deze persoon voor de gevraagde diensten juist (ook) wordt afgeleid uit zijn ervaring met het belang van mobiliteit in de zorg. Daarom gaat de Voorzitter er vooralsnog vanuit dat Y als zorgprofessional kan worden aangemerkt en daarom de GMH van toepassing is.

De Voorzitter neemt aan dat hij dus valt onder de definitie van zorgprofessional.

Dat kan anders zijn als vast komt te staan dat Y niet in het kader van zorg of ondersteuning zelf medische hulpmiddelen gebruikt, noch over de aanschaf of het gebruik daarvan beslist noch betrokken is bij het proces rond het voorschrijven, selecteren, aanmeten van en/of adviseren over het gebruik van medische hulpmiddelen.

Beoordeling van de adviesaanvraag

De Voorzitter merkt op dat X in de adviesaanvraag spreekt over ‘sponsoring’ van Y. Dit is geen juiste kwalificatie van de relatie die tot stand komt tussen X en Y. In dit geval heeft X het initiatief genomen voor een bepaalde campagne, in het kader waarvan hij diensten vraagt aan een zorgprofessional. Daarom is er sprake van dienstverlening, waarop de artikelen 13 en 14 GMH Code van toepassing zijn. In essentie gaat de adviesvraag daarom over de vergoeding die X aan Y mag betalen voor de verrichte diensten en of in deze vergoeding ook “het imago-recht” (de voorzitter begrijpt: Y’s bekendheid en populariteit) verdisconteerd mag worden.

Artikel 13 lid 3 GMH Code stelt kort gezegd de eis dat de vergoeding in redelijke verhouding staat tot de geleverde diensten. De redelijkheid van de vergoeding hangt af van enerzijds het aantal uren en anderzijds het uurtarief.

Wat het uurtarief betreft wijst de voorzitter op de toelichting bij artikel 13 lid 3 GMH Code. Daaruit blijkt dat er omwille van de duidelijkheid en uniformiteit maximum uurtarieven zijn bepaald, die afhangen van de formele positie die een zorgprofessional heeft. In de toelichting is benadrukt dat het feit dat het maximumtarieven zijn, betekent dat afwijking naar boven niet toegestaan is, ook niet indien de betreffende zorgprofessional aan bijzondere kwalificaties voldoet.

De GMH code staat dus niet toe dat een zorgprofessional voor diensten een vergoeding krijgt waarin andere zaken worden meegenomen dan de in de toelichting bij artikel 13 lid 3 opgenomen maximumbedragen en het aantal uren. Dit betekent dat er geen extra vergoeding mag worden gegeven voor bijv. extra expertise, reputatie, populariteit, e.d. In dit kader merkt de voorzitter op dat een zorgprofessional door een leverancier immers vrijwel altijd juist zal worden gecontracteerd vanwege zijn of haar expertise.

Ook wijst de voorzitter op advies A20.05, waarin de vraag is gesteld of een vergoeding voor diensten ook mogelijk is in de vorm van een percentage van de opbrengst van een bepaald project waaraan de zorgprofessional meewerkt. Ook dit is niet toegestaan omdat daarmee de kans bestaat dat een zorgprofessional daarmee een hogere vergoeding zou ontvangen dan is toegestaan op basis van het toepasselijke maximumtarief.

X zal Y dus een vergoeding voor diens diensten mogen betalen, maar daarbij moet het voor Y toepasselijke maximum uurtarief worden gehanteerd dat in het overzicht in de toelichting bij artikel 13 lid 3 staat genoemd. Indien Y een zorgprofessional is die niet in het overzicht is opgenomen, dient een tarief te worden gehanteerd dat aansluit bij onder meer het opleidingsniveau van Y.

Wat het aantal uren dat tegen dat tarief wordt vergoed betreft verwijst de voorzitter naar hetgeen daarover in advies A 20.04 is gesteld over het belang van goede afspraken over de onderbouwing van de gerechtvaardigdheid daarvan en de verplichtingen die beide partijen, inclusief de zorgprofessional, in dat kader hebben.

Slotopmerking

De adviesaanvraag is beperkt tot de vraag naar de redelijkheid van een vergoeding die een leverancier betaalt aan een zorgprofessional voor verleende diensten. De voorzitter gaat ervan uit dat partijen ook overigens aan alle eisen van artikel 13 GMH Code voldoen en de overeenkomst de in artikel 14 GMH Code genoemde elementen bevat. Ook zal rekening moeten worden gehouden met eventuele toepasselijke regels over externe transparantie die met zich kunnen brengen dat de financiële relatie tussen X als leverancier enerzijds en Y als zorgprofessional anderzijds openbaar moet worden gemaakt.

Conclusie

De voorzitter concludeert dat het niet is toegestaan om voor diensten van een zorgprofessional een hoger bedrag te betalen dan het aantal daadwerkelijk aan de dienst bestede tijd vermenigvuldigd met het toepasselijke maximumtarief.

 

Den Haag, 2 februari 2021

prof. mr. C.J.J.C. van Nispen, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A21.01

Onderwerp(en):

Dienstverlening

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

02-02-2021

Relevante artikelen:

Art. 13

Het officiële document:

Print deze uitspraak