A20.04 Redelijke vergoeding voor diensten
Aan de voorzitter van de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: ‘de voorzitter’) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep een advies gevraagd.
Achtergrondinformatie
Aanvrager van het advies is X B.V., een leverancier van medische hulpmiddelen.
X heeft het voornemen een uitgebreide Y-training (hierna: Training) te organiseren. Zij geeft aan dat dit een educatief programma is waarbij een chirurg van een bepaald ziekenhuis gedurende een periode van 1 tot 8 weken, als ‘observer’ meeloopt met een specialistisch team in een ander ziekenhuis, hierna het ‘specialistisch team’. Het doel is dat de chirurg (hierna: ‘bezoekende chirurg’) diepgaande kennis verwerft in een specifiek gebied van de specialistische chirurgie door instructietraining in een klinische setting, inclusief observatie van live chirurgie door het specialistisch team. Dit type educatie vereist vaak een langere periode zodat uitgebreide praktische kennis en ervaring kan worden opgedaan over meerdere procedures.
De bezoekende chirurg zal opgeleid en getraind worden in het veilig en correct gebruik van een aantal X producten. De Training biedt volgens X ook in bredere zin een grote leerervaring in alle aspecten van het specifieke specialisme, zoals onderzoeksstrategie, diagnose en indicatiestelling, bepaling van de chirurgische strategie, postoperatieve behandeling en lange termijn behandelplan voor de patiënt.
De bezoekende chirurg zal gedurende de hele Training aanwezig zijn als observator bij alle activiteiten van een specialistisch chirurg van het specialistisch team, elke dag van de week van ’s ochtends tot ’s avonds. Op die manier krijgt volgens X de bezoekende chirurg een totaalbeeld van de aanpak en strategie van de specialistisch chirurg van het specialistisch team, in elk aspect, zowel organisatorisch als medisch, en op elk moment van het behandeltraject van de patiënt. In de Training wordt de bezoekende chirurg door verschillende specialistisch chirurgen van het specialistische team begeleid, zodat het voor de bezoekende chirurg educatief interessantste en efficiëntste programma kan worden samengesteld.
De betreffende specialistisch chirurg van het specialistisch team zal bij elke consultatie of medisch handelen extra tijd moeten nemen om bijv. zijn handelingen en beslissingen toe te lichten of te verduidelijken en om eventuele vragen van de bezoekende chirurg beantwoorden.
X wil bij voorkeur een dienstverleningsovereenkomst sluiten met een overkoepelende contractpartij, bijv. met de zorginstelling waar het specialistisch team werkzaam is. Uitgangspunt daarbij is dat de vergoeding voor de diensten van dat specialistisch team in redelijke verhouding staat tot de verrichte diensten. X vraagt advies over wat in een dergelijk geval een marktconforme, redelijke vergoeding is voor dit type educatie door het specialistisch team. Is dat vast te stellen op een aantal uur per dag of is een algemene dagvergoeding mogelijk?
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)
De voorzitter stelt vast dat de adviesaanvrager een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van artikel 1 onder d GMH Code. De adviesaanvraag heeft betrekking op de financiële vergoeding voor dienstverlening aan medisch specialisten, dus zorgprofessionals in de zin van artikel 1 onder b GMH Code. Daardoor is er sprake van een interactie in de zin van artikel 1 onder f GMH Code.
Beoordeling van de adviesaanvraag
De vraag heeft betrekking op de vergoeding die aan zorgprofessionals mag worden gegeven in het kader van diensten die zij op verzoek van een leverancier verrichten. Op deze interactie zijn de artikelen 13 en 14 GMH Code van toepassing.
Vooraf merkt de voorzitter, onder verwijzing naar advies A20.03, op dat de GMH Code niet verbiedt dat de dienstverleningsovereenkomst niet met de individuele zorgprofessionals wordt gesloten, maar met één organisatie waaraan de zorgprofessionals verbonden zijn, zoals de instelling of het MSB.
Artikel 13 lid 3 GMH Code stelt kort gezegd de eis dat de vergoeding voor de diensten in redelijke verhouding staan tot de geleverde diensten. Daarbij is van belang dat te allen tijde duidelijk dient te zijn en in de overeenkomst dient te worden vastgelegd hoe de vergoeding is of wordt berekend, dus welke bedragen aan welke zorgprofessionals worden toegerekend en welke uurtarieven in dat kader worden gehanteerd. Dat wordt door twee factoren bepaald: het gehanteerde uurtarief en het aantal uren.
Wat het uurtarief betreft wijst de voorzitter op de toelichting bij artikel 13 lid 3 GMH Code. Daaruit blijkt dat er omwille van de duidelijkheid en uniformiteit maximum uurtarieven zijn bepaald. In de onderhavige casus gaat het om diensten van specialistisch chirurgen. Dit zijn medisch specialisten waarvoor op grond van de toelichting bij artikel 13 GMH Code een maximum uurtarief geldt van € 140. De voorzitter merkt op dat het daarbij niet uitmaakt of de bij de diensten betrokken zorgprofessionals de betreffende bedragen ook daadwerkelijk zelf ontvangen dan wel de overeengekomen vergoeding aan de instelling of MSB wordt voldaan.
De redelijkheid van de vergoeding voor dienstverlening is echter niet uitsluitend afhankelijk van de hoogte van het uurtarief maar ook van het aantal uren dat tegen dat tarief wordt vergoed. Dat aantal uren moet redelijk en dus gerechtvaardigd zijn. Het is niet aan de voorzitter van de GMH om de bepalen hoeveel extra tijd de betrokken specialistisch chirurgen van het specialistisch team aan de diensten zullen besteden. Dat zal mogelijk ook van geval tot geval verschillen. Dat betekent tevens dat niet vooraf kan worden vastgesteld (en in de overeenkomst vastgelegd) hoeveel tijd het specialistisch team redelijkerwijs voor de diensten in rekening kan brengen en door X mag worden vergoed.
In het kader van de bepaling of het in rekening gebrachte en door X betaalde aantal uren gerechtvaardigd is, hebben beide partijen een verantwoordelijkheid.
In het onderhavige geval is het voor X onmogelijk om dat vast te stellen en te controleren en ligt het op de weg van de betrokken specialistisch chirurgen van het specialistisch team om de aan de Training diensten bestede extra tijd te verantwoorden.
Het ligt voor de hand om in dat kader aan te sluiten bij de verplichtingen die medisch specialisten op dit moment reeds hebben in het kader van het verlenen van medisch specialistische zorg.
Daarvoor kunnen zij een integraal tarief per behandeling declareren bij de patiënt of diens zorgverzekeraar. Een medisch specialist moet in dat kader alle diagnose en zorgactiviteiten zorgvuldig en correct vastleggen. Op grond van de ‘Gedragsregel Correct Declareren’ van de Federatie Medisch Specialisten1 houdt deze correcte vastlegging in dat de medisch specialist conform de werkelijkheid noteert wat hij heeft gedaan en dus zorgt voor een juiste, tijdige,
volledige en valide vastlegging van geleverde zorg door middel van registratie van begindatum en einddatum van de behandeling/het zorgtraject. Van de specialistisch chirurgen van het specialistisch team die betrokken zijn bij de dienstverlening mag derhalve worden verwacht dat zij een tijdsadministratie bijhouden waarin zij aan X – en zo nodig toezichthouders – het aan X gedeclareerde aantal aan training bestede uren verantwoorden op een wijze die het mogelijk maakt de gerechtvaardigdheid van het betaalde bedrag te controleren. De voorzitter adviseert partijen over de vorm en inhoud van deze tijdsadministratie in de dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken te maken.
Het bovenstaande betekent dat vooraf uitsluitend een afspraak kan worden gemaakt over het te hanteren uurtarief en eventuele onkosten, maar niet over een vast aantal uren of dagdelen. Dit neemt niet weg dat partijen wel afspraken kunnen maken over een bepaald indicatief bedrag.
Slotopmerkingen
De adviesaanvraag is beperkt tot de vraag naar de redelijkheid van een vergoeding voor de zorgprofessionals die voor X diensten verlenen. De voorzitter gaat ervan uit dat deze partijen ook overigens aan alle eisen van artikel 13 GMH Code voldoen en de overeenkomst de in artikel 14 GMH Code genoemde elementen bevat. Tot slot zullen deze partijen rekening moeten houden met de geldende regels over externe transparantie die met zich mee kunnen brengen dat de financiële relatie tussen X als leverancier enerzijds en de specialistisch chirurgen in het specialistisch team en/of de zorginstelling anderzijds openbaar moet worden gemaakt.
Daarnaast merkt de voorzitter op dat er ook een interactie ontstaat tussen X en de bezoekende chirurg. X betaalt immers (een deel van) de kosten voor de training van de bezoekende chirurg door aan de specialistisch chirurgen van het specialistisch team de tijd te vergoeden die zij aan de training besteden. Dit betekent dat er ook tussen deze partijen een interactie tot stand komt, die zal moeten worden voldoen aan de GMH, in het bijzonder de artikelen 8-12 GMH Code.
1 https://www.demedischspecialist.nl/onderwerp/registreren-dbc
Conclusie
De voorzitter concludeert dat in een situatie waarbij sprake is van een diensten die in omvang niet vooraf zijn te bepalen, het aan de dienstverlenende zorgprofessional(s) is om zorg te dragen voor een gedetailleerde tijdsadministratie waarin de dienstverlener het aantal in rekening gebrachte uren verantwoordt op een wijze die het voor de opdrachtgever mogelijk maakt om de gerechtvaardigdheid en redelijkheid van het betaalde bedrag te controleren. De voorzitter adviseert om over de wijze waarop dat moet gebeuren vooraf afspraken worden gemaakt en vastgelegd.
Den Haag, 27 oktober 2020
mr P.N. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A20.04
Onderwerp(en):
Dienstverlening
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
27-10-2020
Relevante artikelen:
Art. 13
Het officiële document: