A20.03 Redelijk uurtarief voor diensten door een multidisciplinair team
Aan de voorzitter van de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de voorzitter) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep een advies gevraagd.
Achtergrondinformatie
Aanvrager van het advies is X, een leverancier van medisch hulpmiddelen. X is voornemens een training te organiseren over de implementatie van een ‘zorg optimalisatie programma’. Dit is een uitgebreid evidence-based programma, dat een bepaalde vorm van chirurgie combineert met procesoptimalisatie om de best mogelijke zorg voor bepaalde patiënten te helpen bereiken door middel van multidisciplinaire samenwerking en duidelijk gedefinieerde normen. Het programma wordt ondersteund door een klinische adviesraad met relevante expertise.
De voorzitter heeft kennisgenomen van de concept agenda voor deze implementatie training. De training duurt twee dagdelen. De opzet is dat een multidisciplinair team van zorgprofessionals uit een bepaald ziekenhuis de training geeft aan vergelijkbare teams uit andere ziekenhuizen. Dat kunnen trainingen zijn aan Nederlandse ziekenhuizen of aan ziekenhuizen in het buitenland. Het multidisciplinaire team bestaat uit medisch specialisten, verpleegkundigen en fysiotherapeuten. De bezetting van het team dat de training verzorgt, kan wisselen naargelang de beschikbaarheid van de zorgprofessionals.
X beschouwt deze dienstverlening als een inspanning van een team en wil daarom de dienstverleningsovereenkomst bij voorkeur sluiten met één contractpartij, bijvoorbeeld de zorginstelling of het MSB. Uitgangspunt is dat de vergoeding voor de diensten van het multidisciplinaire team in redelijke verhouding staat tot de verrichte diensten. De concrete vraag is wat in een dergelijk geval een marktconforme, redelijke vergoeding per uur is voor dit multidisciplinaire team bestaande uit meerdere specialismen.
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)
De voorzitter stelt vast dat de adviesaanvrager een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van artikel 1 onder d GMH Code. De adviesaanvraag heeft betrekking op de financiële vergoeding voor dienstverlening aan zorgprofessionals in de zin van artikel 1 onder b GMH Code. Daardoor is er sprake van een interactie in de zin van artikel 1 onder f GMH Code.
Beoordeling van de adviesaanvraag
De vraag heeft betrekking op de vergoeding die aan zorgprofessionals mag worden gegeven in het kader van diensten die zij op verzoek van een leverancier verrichten. Op deze interactie zijn de artikelen 13 en 14 GMH Code van toepassing.
Allereerst merkt de voorzitter op dat de GMH Code toestaat dat de dienstverleningsovereenkomst niet met de individuele zorgprofessionals wordt gesloten, maar met één organisatie, zoals de instelling of het MSB. Daarbij kan een totaalbedrag worden afgesproken (een ‘lumpsum’).
Wel dient duidelijk te zijn en in de overeenkomst te worden vastgelegd hoe dat bedrag is opgebouwd, dus welke bedragen aan welke zorgprofessionals worden toegerekend en welke uurtarieven in dat kader worden gehanteerd.
Artikel 13 lid 3 GMH Code eist namelijk dat de vergoeding voor de diensten redelijk en marktconform is. Wat onder ‘marktconform’ verstaan moet worden, is nader uitgewerkt in de toelichting bij artikel 13 lid 3 GMH Code. Uit die toelichting blijkt dat er omwille van de duidelijkheid en uniformiteit maximum uurtarieven zijn bepaald die aansluiten bij de bedragen die door de Inspectie en de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) worden gehanteerd.
In de adviesaanvraag gaat het om diensten van een multidisciplinair team, bestaande uit diverse zorgprofessionals waarvan achtergrond en expertise kunnen verschillen. Dat betekent dus ook dat er verschillende uurtarieven moeten worden gehanteerd voor de diverse betrokken zorgprofessionals. Het uurtarief dat wordt gehanteerd voor de diensten van het team zal nooit meer mogen zijn dan de optelsom van de maximum uurtarieven die gelden voor de diverse zorgprofessionals. Dit moet uit de overeenkomst blijken.
Het is hierbij overigens niet relevant of de bij de diensten betrokken zorgprofessionals de betreffende bedragen ook daadwerkelijk zelf ontvangen, dan wel de overeengekomen vergoeding aan de instelling of MSB wordt voldaan.
Slotopmerkingen
De adviesaanvraag is beperkt tot de hoogte van het uurtarief dat voor de diensten van het multidisciplinaire team mag worden betaald. De voorzitter wijst erop dat het totale bedrag dat X zal betalen, niet uitsluitend afhangt van het gehanteerde uurtarief maar ook van het aantal uren per zorgprofessional. Dat aantal dient gerechtvaardigd te zijn en in de overeenkomst te worden gespecificeerd. De voorzitter gaat er ook vanuit dat partijen ook voorts aan alle eisen van artikel 13 voldoen en de overeenkomst de in artikel 14 genoemde elementen bevat.
Ook zullen partijen rekening moeten houden met de geldende regels over externe transparantie die met zich mee kunnen brengen dat de financiële relaties tussen X als leverancier enerzijds en de respectievelijke zorgprofessionals en/of de zorginstelling anderzijds openbaar moeten worden gemaakt.
Tot slot merkt de voorzitter op dat er ook een interactie ontstaat tussen X en de zorgprofessionals van het ziekenhuis die de training krijgen en aan wie het multidisciplinaire team de training geeft. X betaalt immers (een deel van) de kosten voor de betreffende training. Dit betekent dat er ook tussen deze partijen een interactie tot stand komt die zal moeten worden voldoen aan de GMH, in het bijzonder de artikelen 8-12 GMH Code en de regels over externe transparantie.
Conclusie
De voorzitter concludeert dat de uurtarieven moeten aansluiten bij de maximumbedragen die in de toelichting bij artikel 13 GMH zijn genoemd. Als er sprake is van betaling voor diensten die worden geleverd door een team dat uit diverse zorgprofessionals bestaat, zal het uurtarief dat wordt gehanteerd voor de diensten van het team nooit meer mogen zijn dat de optelsom van de maximum uurtarieven die gelden voor de diverse zorgprofessionals. Dit zal in de overeenkomst tot uitdrukking moeten komen.
Den Haag, 20 oktober 2020
mr P.N. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A20.03
Onderwerp(en):
Dienstverlening
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
20-10-2020
Relevante artikelen:
Art. 13
Het officiële document: