A14.04 Sponsoring congres Curaçao

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of leveranciers van medische hulpmiddelen een internationaal congres voor zorgprofessionals mogen sponsoren dat in oktober 2014 op Curaçao zal plaatsvinden.

Achtergrondinformatie

 Diverse leveranciers hebben begin 2014 een verzoek ontvangen voor sponsoring van een wetenschappelijk congres dat in oktober gehouden wordt op Curaçao. In het sponsorverzoek wordt gevraagd om directe financiële steun die bedoeld is voor de organisatie van het wetenschappelijke programma en de financiering van de sprekers. In de sponsoraanvraag zijn geen concrete sponsorbedragen genoemd. Nefemed heeft als koepelorganisatie namens haar leden telefonisch contact opgenomen met de organisatie teneinde aanvullende informatie te krijgen over met name het programma, de locatie en de begroting. Op 23 januari 2014 heeft de organisatie de navolgende additionele informatie verstrekt.

  • Een globaal overzicht van het programma. Daaruit is af te leiden dat het congres duurt van 11 oktober tot en met 14 Elke dag zijn er “scientific sessions” in de ochtend (tussen 9 en 13 uur) en “courses” in de middag (tussen 14 en 16 uur). Het programma is niet concreet ingevuld; informatie over onderwerpen, sprekers etc. is niet bijgevoegd. Wel is een aantal sprekers genoemd die hebben toegezegd, en die behalve uit Nederland ook uit diverse andere landen (ook uit Zuid Amerika en de VS) afkomstig zijn.
  • Een uitleg voor de keuze voor Curaçao als Deze keuze houdt verband met een traditie, het feit dat een aantal in Nederland opgeleide artsen aldaar werkzaam is en de ligging van Curaçao die gunstig is voor de sprekers die afkomstig zijn uit Noord- en Zuid-Amerika.
  • Een globale Daaruit volgt dat de uitgaven ten behoeve van huur van de locatie, organisatie, drukwerk en registratie, hotelkosten en reiskosten van de organisatie en de sprekers, de audiovisuele ondersteuning alsmede lunches, thee en koffie gedurende drie dagen € 54.760 bedragen. Daartegenover staan inkomsten ter grootte van € 33.026 uit inschrijfgelden (artsen betalen €375, aio’s € 225 voor deelname). Het te verwachten aantal deelnemende artsen en aio’s is niet gespecificeerd.

Nefemed heeft op 31 januari 2014 wederom additionele informatie gevraagd, met name over het programma (wetenschappelijke en sociale gedeelte), de lijst met sprekers en de lijst van deelnemers. Tevens heeft Nefemed gevraagd op welke wijze de sponsoraanvragen zouden worden vastgelegd.

Daarop heeft de organisatie gedetailleerde informatie gestuurd over het programma en de opzet, alsmede over de door de deelnemers zelf te betalen kosten. Daaruit kan het navolgende worden afgeleid.

  • Het programma bestaat uit diverse lezingen en Het programma is voor 15 punten geaccrediteerd bij het de betreffende wetenschappelijke vereniging Z.
  • In het programma wordt een sociaal programma als volgt aangekondigd: “An interesting programme will be organised during the late afternoons and evenings”. Details waren ten tijde van het indienen van de adviesaanvraag nog niet beschikbaar.
  • De deelnemers betalen een bedrag aan inschrijfgeld (artsen: € 375, aio’s: € 225). De organisatie heeft een arrangement aangeboden van vlucht met zeven nachten hotel voor € 1.715.00 (€ 1.237 bij gebruik tweepersoonskamer). Daarbij komen nog boekingskosten en bijdrage calamiteitenfonds. Voor het sociale programma moeten deelnemers een bijdrage betalen: € 60 per persoon voor de overige sociale activiteiten op zondag en maandag, en een extra bijdrage van € 75 per persoon voor een nog niet nader omschreven activiteit op dinsdagmiddag. Er worden verder geen kosten gerekend voor vervoer, drank en diners etc.; kennelijk worden al deze kosten gedekt door de organisatie.
  • Er wordt ook gesproken over de kosten die meereizende partners van deelnemers dienen te betalen voor deelname aan de sociale activiteiten (meereizende partners betalen bijvoorbeeld additioneel € 40 voor een welkomstfeest op zaterdag). Meereizende partners mogen kennelijk dus deelnemen aan de sociale activiteiten. Over de overige reis- en verblijfskosten van de meereizende partners van de deelnemers wordt niets vermeld.
  • De uitnodiging voor het congres is voorzien van toeristische foto’s van Curaçao en van de specifieke locatie.
  • Er zijn vier sponsoren met naam genoemd; niet duidelijk is hoeveel deze sponsoren bijdragen in de kosten.
  • Een lijst met beoogde deelnemers / doelgroep ontbreekt; eveneens ontbreekt (de overigens door Nefemed wel opgevraagde) informatie over de deelnemers die bij de vorige editie van dit congres aanwezig waren (dat was in 2011).

Nefemed heeft vervolgens de Codecommissie gevraagd antwoord te geven op de volgende vragen:

  1. Voldoet een eventuele sponsoring van genoemd congres aan de eisen die de GMH in artikel 8 en 9 stelt aan een door onafhankelijke derden georganiseerde bijeenkomst ten aanzien van
    • het programma
    • de locatie
    • de kosten?
  2. Is de door de organiserende partij aangeleverde informatie voldoende om als bedrijf een gerechtvaardigde beslissing omtrent sponsoring te nemen?
  3. Als de aanvrager/organisator expliciet een sponsorverzoek doet b.v. de ondersteuning van het wetenschappelijke programma, maar daarnaast wordt een sociaal programma aangeboden voor de deelnemers (en/of partners), in hoeverre is dit van belang voor de beoordeling van de sponsoraanvraag in het algemeen en deze sponsoraanvraag in het bijzonder?
  4. Welke verantwoording ten aanzien van besteding van de sponsorgelden mag op voorhand van de aanvrager worden verlangd? Biedt de aangeleverde begroting voldoende duidelijkheid en is deze conform GMH-bepalingen?
  5. Welke verantwoording ten aanzien van de besteding van de sponsorgelden mag van de gesponsorde worden verlangd na afloop van het evenement?
  6. Is voor de toepassing van artikel 9 GMH van belang op wiens initiatief de bijeenkomst wordt georganiseerd (door een wetenschappelijke vereniging, door een of meerdere zorgprofessionals, door een externe congresdienst)?

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH)

De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de adviesaanvraag betrekking heeft op interacties in de zin van art. 5 GMH: de verzoeken tot sponsoring zijn gedaan aan leveranciers in de zin van art. 1 onder d GMH en de sponsoring heeft betrekking op een congres voor zorgprofessionals in de zin van art. 1 onder b GMH.

Beoordeling van de adviesaanvraag

In verband met de omvang van de adviesaanvraag behandelt de voorzitter de door de adviesaanvrager gestelde vragen afzonderlijk.

  1. Voldoet een eventuele sponsoring van genoemd congres aan de eisen die de GMH in artikel 8 en 9 stelt aan een door onafhankelijke derden georganiseerde bijeenkomst ten aanzien van
    • het programma
    • de locatie
    • de kosten?

Het antwoord luidt ontkennend. Hiertoe overweegt de voorzitter het volgende.

De adviesaanvrager kwalificeert de interactie terecht als het leveren van een financiële bijdrage in de kosten voor (deelname aan) bijeenkomsten voor zorgprofessionals, zoals bedoeld in art. 8 GMH, en meer specifiek als een financiële bijdrage aan een bijeenkomst die door een van de leveranciers onafhankelijke derde partij wordt georganiseerd in de zin van art. 9 GMH.

Dit betekent dat de toelaatbaarheid van het leveren van deze financiële bijdrage moet worden getoetst aan de regels van art. 8 en 9. In algemene zin geldt op grond van art. 8 GMH dat:

  1. het programma qua programma-opbouw evenwichtig en redelijk is, en geen recreatieve en sociale activiteiten bevat die geen verband houden met de bijeenkomst, en
  2. de locatie qua ligging en faciliteiten gerechtvaardigd is, en
  3. de kosten redelijk

De uitwerking van deze criteria voor bijeenkomsten in de zin van art. 9 is in lid 2 van dit artikel uitgewerkt.

Programma

Ten aanzien van het programma geldt dat dit

  1. gericht dient te zijn op het bevorderen van kennis en/of vaardigheden verband houdend met (de verbetering van) de gezondheidszorg en/of medische vooruitgang, en
  2. van een voldoende inhoudelijk niveau, en
  3. qua programma-opbouw evenwichtig en redelijk moet

De voorzitter stelt vast dat de overgelegde informatie voldoende reden geeft om aan te nemen dat de opzet en inhoud van het programma aan eerstgenoemde twee eisen voldoet. Ten aanzien van de derde eis merkt de voorzitter allereerst op dat een congresprogramma bepaalde niet- wetenschappelijke onderdelen kan en mag bevatten, zoals regelmatige onderbrekingen voor koffie, thee, en lunch. Dergelijke onderbrekingen vormen een logisch onderdeel in een programma die in beginsel toelaatbaar zijn. Blijkens het overgelegde programma zijn de onderbrekingen tijdens het wetenschappelijke programma in frequentie en duur logisch en niet onredelijk te achten.

Anders moet het oordeel luiden ten aanzien van het programma na 16.00 uur. Het is geheel onduidelijk wat de inhoud van het programma is gedurende de periode na 16.00 uur. Daarbij komt dat het arrangement dat wordt aangeboden uitgaat van een verblijf vanaf aankomst op 10 oktober vroeg in de middag tot vertrek op 17 oktober aan het eind van de middag, terwijl het inhoudelijke programma alleen plaatsvindt op 11 tot en met 14 oktober. Dat betekent dat de deelnemers in totaal ongeveer de helft van de tijd dat zij op Curaçao verblijven naar eigen believen kunnen besteden en dus ook aan – naar mag worden aangenomen – activiteiten van sociale en recreatieve aard. Het enkele feit dat deze activiteiten niet als zodanig in het programma worden genoemd, neemt niet weg dat het programma aanzienlijke “witte vlekken” bevat, die zeker gezien de uitstraling van de uitnodiging, aan sociale en recreatieve activiteiten zullen worden besteed.

Zoals ook reeds in eerdere adviezen is benadrukt, is het sponsoren van bijeenkomsten voor zorgprofessionals, die naast een inhoudelijk programma ook andere activiteiten bevatten, niet toegestaan op grond van art. 8 lid 2 sub a. Daarbij maakt het overigens niet uit of de kosten voor die activiteiten al dan niet door de deelnemers zelf worden gedragen. Ten overvloede merkt de voorzitter op dat uit de opgave van de kosten in de uitnodiging afgeleid zou kunnen worden dat ook gedurende de “vrije” dagen alle kosten voor reizen, eten en drinken zijn geïncludeerd en dat het daarnaast ook nog de vraag is of de eigen bijdrage die aan deelnemers wordt gevraagd voor de sociale activiteiten op zondag, maandag en dinsdagavond de volledige kosten van diners en avondprogramma’s wel zal dekken en er dus ook niet een deel uit de sponsorgelden zou worden betaald.

Locatie

De locatie van de bijeenkomst dient te voldoen aan de eisen van art. 9 lid 1 onder b GMH en moet zowel wat faciliteiten als wat geografische ligging betreft gerechtvaardigd zijn. Ook op dit punt bestaan twijfels. Een lijst met deelnemers is niet overgelegd zodat niet kan worden vastgesteld dat Curaçao gezien de herkomst van de beoogde deelnemers een logische keuze is. Vooralsnog ziet de voorzitter aanleiding om aan te nemen dat het merendeel van de deelnemers uit Nederland zal komen; het Nederlandse karakter wordt bovendien onderstreept door de Nederlandse website, de Nederlandse organisatie en de door de organisatie aangeboden travelarrangements die allemaal vanuit Schiphol vertrekken. Daaraan doet niet af dat een aantal sprekers afkomstig is uit andere landen, waaronder uit Noord- en Zuid-Amerika. Daarbij komt dat de faciliteiten op Curaçao waar de bijeenkomst plaatsvindt en de deelnemers zullen verblijven bekend staan als en de uitstraling hebben van de faciliteiten van een luxueus resort.

Kosten

Op grond van de vaststellingen over het programma en de locatie kan worden geconcludeerd dat sponsoring niet toegestaan is. Toetsing van de kosten is derhalve niet meer nodig.

Voor alle volledigheid merkt de voorzitter desondanks op dat uit de met betrekking tot de kosten van de bijeenkomst overgelegde informatie niet onomstotelijk kan worden afgeleid dat uit de sponsorgelden uitsluitend kosten worden betaald, die op grond van de GMH voor rekening van de leverancier mogen komen. In het bijzonder wordt daarbij in dit kader gewezen op artikel 8 lid 3 GMH: op grond van de beschikbare informatie kan niet worden vastgesteld dat uit de sponsorgelden niet ook kosten zullen worden betaald die samenhangen met de aanwezigheid van anderen dan zorgprofessionals (meereizende partners). Evenmin kan uit de beschikbare informatie worden vastgesteld dat de sponsorgelden alleen zullen worden aangewend voor betaling van de in art. 9 lid 2 onder c. genoemde kosten (inschrijvingskosten, één of meerdere redelijk geprijsde maaltijden, noodzakelijke overnachtingen, voor zover redelijk geprijsd, redelijke reiskosten). Ook kan niet worden vastgesteld of en in welke mate sprake is van de in art. 9 lid 2 onder c. in de slotzin beoogde situatie dat de sponsorgelden uitsluitend zullen worden aangewend aan algemene kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie van de bijeenkomst.

Vraag 2.

Is de door de organiserende partij aangeleverde informatie voldoende om als bedrijf een gerechtvaardigde beslissing omtrent sponsoring te kunnen nemen?

Ook het antwoord op vraag 2 luidt ontkennend. Zoals in het antwoord op de eerste vraag reeds is opgemerkt, ontbreken gegevens die duidelijkheid moeten verschaffen dat het programma geen onderdelen bevat die ontoelaatbaar zijn, dat de locatie gerechtvaardigd is en dat de sponsorbijdragen uitsluitend worden besteed aan kosten die op grond van de GMH voor rekening van een leverancier mogen komen (zowel wat aard van de kosten als wat hoogte betreft).

Vraag 3.

Als de aanvrager/organisator expliciet een sponsorverzoek doet t.b.v. de ondersteuning van het wetenschappelijke programma, maar daarnaast wordt een sociaal programma aangeboden voor de deelnemers (en/of partners), in hoeverre is dit van belang voor de beoordeling van de sponsoraanvraag in het algemeen en deze sponsoraanvraag in het bijzonder?

In het antwoord op de eerste vraag is reeds gewezen op art. 8 lid 2 sub a GMH, dat het sponsoren verbiedt van bijeenkomsten voor zorgprofessionals, die naast een inhoudelijk programma ook andere activiteiten bevatten. Daarbij is verwezen naar de toelichting bij dit artikel en naar eerdere adviezen. Noch uit de tekst van het artikel noch uit de toelichting is af te leiden dat het verschil maakt of de kosten voor die sociale activiteiten door de deelnemers zelf worden gedragen.

Vraag 4.

Welke verantwoording ten aanzien van besteding van de sponsorgelden mag op voorhand van de aanvrager worden verlangd? Biedt de aangeleverde begroting voldoende duidelijkheid en is deze conform GMH-bepalingen?

De overgelegde begroting is te summier om vast te stellen of een mogelijke financiële bijdrage aan de GMH zou voldoen. Leveranciers zullen over meer informatie moeten kunnen beschikken.

Organisatoren hoeven deze uiteraard niet te geven, maar als ze dat niet doen, zal de consequentie moeten zijn dat leveranciers, bij gebreke van de juiste informatie, niet op hun verzoek zullen kunnen ingaan. Dat betekent niet dat het congres geen doorgang kan vinden, maar dat leveranciers die gebonden zijn aan de GMH daaraan geen financiële bijdrage mogen leveren.

Vraag 5.

Welke verantwoording ten aanzien van de besteding van de sponsorgelden mag van de gesponsorde worden verlangd na afloop van het evenement?

Een leverancier die een financiële bijdrage levert aan een activiteit, heeft de verplichting om zich vooraf ervan te vergewissen dat de sponsoring binnen de GMH valt. Daar zijn de nodige gegevens voor nodig; zie het antwoord op de vorige vragen.

De GMH zelf eist niet dat achteraf wordt gecontroleerd dat de sponsorgelden ook conform de aanvraag zijn besteed. Dat neemt niet weg dat er aanleiding kan zijn om dat wel te controleren, bijv. als op grond van het budget en het grote aantal sponsoren het aannemelijk is dat er een (aanzienlijk) surplus is, dan wel als op grond van andere gegevens aanleiding bestaat om te

betwijfelen of de sponsorbedragen daadwerkelijk uitsluitend zijn besteed aan kosten voor activiteiten en personen die op grond van de GMH toelaatbaar zijn.

De voorzitter is overigens van mening dat partijen er verstandig aan doen om in de op grond van art. 9 lid 4 GMH verplichte schriftelijke overeenkomst een verplichting op te nemen voor beide partijen om ervoor te zorgen dat de sponsoring aan de eisen voldoet en blijft voldoen, en controle achteraf daarop mogelijk te maken. Dit voorkomt de situatie dat vooraf op papier alles op orde lijkt, maar in de praktijk de gelden toch anders worden besteed. Dit schaadt het belang van de betrokken sponsoren, maar uiteindelijk ook de gehele bedrijfstak.

Vraag 6.

Is voor de toepassing van artikel 9 GMH van belang op wiens initiatief de bijeenkomst wordt georganiseerd (door een wetenschappelijke vereniging, door een of meerdere zorgprofessionals, door een externe congresdienst)?

Artikel 9 lid 1 GMH definieert een bijeenkomst die onafhankelijk van de industrie wordt georganiseerd. Het maakt blijkens deze definitie voor de toepasselijkheid van dit artikel niet uit wie de bijeenkomst organiseert, als het maar niet – direct of indirect – een leverancier is. Dat betekent dus dat artikel 9 van toepassing is op iedere bijeenkomst die zonder bemoeienis van de industrie wordt georganiseerd, waarbij het niet relevant is wie de bijeenkomst dan wél heeft georganiseerd: één of meer zorgprofessionals, een wetenschappelijke vereniging dan wel een externe partij. Artikel 9 is van toepassing wanneer bij een bijeenkomst zorgprofessionals aanwezig zijn.

Ten overvloede merkt de voorzitter nog het volgende op. Uit de stukken bij de adviesaanvraag blijkt dat de sponsoraanvraag is verzonden door mevrouw X vanuit de congresdienst Y. Uit de daarop volgende email blijkt dat dezelfde mevrouw X antwoordt maar dan vanuit het de wetenschappelijke vereniging Z. Uit openbare informatie van internet blijkt dat mevrouw X congrescoördinator is bij Z. Het feit dat mevrouw X in een latere email stelt dat Z volledig buiten het congres staat, is niet relevant voor de beoordeling van deze adviesaanvraag. Waar het immers om gaat is of een bijdrage aan de kosten van dit congres kan worden gezien als een interactie in de zin van de GMH omdat de bijdrage van een leverancier uiteindelijk een zorgprofessional ten goede zal (kunnen) komen. Leveranciers en zorgprofessionals dienen zich aan de GMH te houden, ongeacht of er een derde partij “tussen zit” als het gaat om de organisatie. Met andere woorden: wat men niet rechtstreeks mag geven, aanbieden of accepteren, mag ook niet indirect.

 

Den Haag, 18 juni 2014

prof. mr C.J.J.C. van Nispen, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A14.04

Onderwerp(en):

Sponsoring bijeenkomsten

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

18-06-2014

Relevante artikelen:

Art. 9

Het officiële document:

Print deze uitspraak