A14.02 Financiële onderbouwing sponsoraanvraag congressen

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) zijn op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep vragen voorgelegd over de mate waarin (vooraf en eventueel ook achteraf) inzage gegeven moet worden door de organisator van een congres (althans door degene die daar sponsoring voor aanvraagt) in de begroting van dat congres teneinde de sponsor in de gelegenheid te stellen te beoordelen of de gevraagde sponsoring in overeenstemming is met het bepaalde in de Gedragscode.

Achtergrondinformatie

Vereniging X (hierna: de Vereniging) organiseert jaarlijks 3 bijeenkomsten: een tweedaags jaarcongres, een ééndaags voorjaarscongres en een ééndaags najaarscongres. Voor de financiering van deze congressen vraagt de Vereniging leveranciers van medische hulpmiddelen om sponsorbijdragen.

De leveranciers kunnen kiezen uit een aantal sponsorpakketten: pakket goud (sponsorbedrag € 57.850,- per jaar), pakket zilver (sponsorbedrag € 22.930,- per jaar) en pakket brons (sponsorbedrag € 9.090,- per jaar). Deze pakketten kunnen ook voor drie jaar worden afgesloten, de sponsorbijdrage op jaarbasis komt dan op jaarbasis iets lager uit (€ 55.010,- voor goud, € 21.530 voor zilver en € 8.690,- voor brons). Aan de pakketten zijn verschillende wederprestaties verbonden. Zo mag een gouden sponsor onder meer periodiek overleggen met het bestuur van de Vereniging over strategie en planning, een banner/link opnemen naar een website, congressen en noviteiten aankondigen via de website van de Vereniging, participeren in overleg/ontwikkeling van landelijke en regionale projecten in het kader van het strategisch plan en ontvangt hij een magazine. Tevens hebben de sponsoren van de pakketten bij het jaar-, voorjaars- en najaarscongres (in verschillende mate) onder meer recht op: het plaatsen van een stand van bepaalde grootte, naamsvermelding op de aankondiging, een advertentie in het programmaboekje en een aantal gratis badges.

Bedrijven kunnen tijdens congressen ook kiezen voor een losse intekening d.w.z. alleen een stand à raison van € 470 per m2 bij het jaarcongres en € 365 per m2 voor de najaarsvergadering.

Een gedetailleerd overzicht van de pakketsamenstelling per 2014 en het voorbeeld van een standaard sponsorovereenkomst is bij de adviesaanvraag meegezonden. Als bijlagen zijn verder toegezonden een door de Vereniging opgestelde conceptbegroting 2014 voor de inkomsten en uitgaven van het jaarcongres, voorjaarscongres en najaarscongres en een begeleidende brief gedateerd 30 december 2013 met een toelichting van het bestuur van de Vereniging. Uit de adviesaanvraag blijkt verder dat de leveranciers van medische hulpmiddelen, verenigd in een branche-vereniging, al enige tijd met de Vereniging in gesprek is over het verschaffen van meer inzicht in de besteding van sponsorgelden, zowel in een vooraf voorgelegde begroting als ook achteraf in een verantwoording van de financiële resultaten. De brief van het bestuur van de Vereniging en de conceptbegroting zijn naar aanleiding van dit overleg opgesteld.

De adviesaanvrager is van mening dat de informatie die nu aanwezig is en waarop leveranciers van medische hulpmiddelen hun besluit tot sponsoring moeten baseren onvoldoende is om een verantwoorde beslissing te nemen over de toelaatbaarheid van de sponsoring, mede gelet op de artikelen 5, 8 en 9 van de GMH, en heeft aan de voorzitter van de Codecommissie de volgende vragen voorgelegd:

  1. Dient een begroting van een evenement of evenementen inzicht te geven in de inhoud van het programma en de locatie teneinde de redelijkheid van de kosten te kunnen beoordelen? Zo ja, welke informatie dient dan beschikbaar te komen? Betekent dit ook dat er inzicht moet zijn in het maximaal aantal gouden, zilveren en bronzen pakketten dat wordt aangeboden (zie ook vraag 5 over surplus)?
  2. Wordt met bovenstaande informatie van de Vereniging voldaan aan de eis van redelijke kosten gelet op het (wetenschappelijke) programma en locatie?
  3. Ligt het op de weg van de gesponsorde organisatie om de sponsor te informeren zodat deze een onderbouwde keuze kan maken voor sponsoring in overeenstemming met de regels van de GMH?
  4. Mag van de gesponsorde organisatie gevraagd worden om achteraf de financiële realisatie te verantwoorden? Is voor deze verantwoording achteraf een accountantsverklaring een geëigende weg?
  5. De GMH verbiedt dat een eventueel surplus van het organiseren van congressen wordt gebruikt voor de exploitatie van de organiserende wetenschappelijke vereniging (zie advies A.13.07). Dient het surplus te worden gebruikt voor toekomstige congressen?
  6. Heeft de Codecommissie een oordeel over de marktconformiteit van bovenstaande m2- bedragen, mede naar aanleiding van het advies A.13.07?

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH)

De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de Vereniging een samenwerkingsverband is van zorgprofessionals in de zin van art. 1 onder b GMH. De verzoeken tot sponsoring worden gedaan aan leveranciers in de zin van art. 1 onder d GMH. De adviesaanvraag heeft derhalve betrekking op interacties in de zin van art. 5 GMH.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Allereerst is de kwalificatie van de interactie aan de orde. De voorzitter stelt vast dat uit de stukken en met name uit de sponsorovereenkomst blijkt dat de door de Vereniging gevraagde sponsoring betrekking heeft op sponsoring van congressen die door de Vereniging of door een door de Vereniging aangewezen congresbureau worden georganiseerd. Deze sponsoring is te kwalificeren als het leveren van een financiële bijdrage in de kosten voor (deelname aan) bijeenkomsten voor zorgprofessionals, zoals bedoeld in art. 8 GMH, en meer specifiek een financiële bijdrage aan een bijeenkomst die door een onafhankelijke derde partij wordt georganiseerd in de zin van art. 9 GMH.

Dit betekent dat de toelaatbaarheid van het vragen en leveren van deze financiële bijdragen moet worden getoetst aan de regels van art. 8 en 9 GMH. In algemene zin geldt op grond van art. 8 GMH dat:

  1. het programma qua programma-opbouw evenwichtig en redelijk is, en geen recreatieve en sociale activiteiten bevat die geen verband houden met de bijeenkomst, en
  2. de locatie qua ligging en faciliteiten gerechtvaardigd is, en
  3. de kosten redelijk

De uitwerking van deze criteria voor bijeenkomsten in de zin van art. 9 is in lid 2 van dit artikel uitgewerkt. In het geval dat een leverancier bijdraagt aan de vergoeding van kosten aan een individuele zorgprofessional worden de kosten redelijk geacht indien zij uitsluitend betrekking hebben op:

₋       inschrijvingskosten;

₋       één of meerdere redelijk geprijsde maaltijden;

₋       noodzakelijke overnachtingen, voor zover redelijk geprijsd;

₋       redelijke reiskosten,

en de bijdrage van de leverancier per zorgprofessional niet meer bedraagt dan € 500 per bijeenkomst met een maximum van € 1.500 per jaar, dan wel zorgprofessional tenminste 50% van de kosten zelf draagt.

Indien sprake is van een financiële bijdrage aan de organisator van de bijeenkomst en deze bijdrage uitsluitend wordt besteed aan algemene kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie van die bijeenkomst gelden voormelde maximum bedragen niet, mits wordt voldaan aan de overige eisen van artikel 9. Deze uitzondering staat expliciet genoemd in art. 9 lid 2 onder c, laatste alinea.

Het voorgaande betekent dat – voor de beoordeling van de vraag of sprake is van “redelijke kosten” – zich twee mogelijkheden kunnen voordoen.

In het eerste geval wordt beoordeeld of de bijdrage van de sponsor uitsluitend bestemd is voor de hierboven vermelde kostenposten en het totaal van € 500 per zorgprofessional niet wordt overschreden. In het tweede geval wordt beoordeeld of de bijdrage van de sponsor (te betalen aan de organisator van de bijeenkomst) uitsluitend bestemd is om te worden besteed aan algemene kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie van de bijeenkomst.

In het onderhavige geval is sprake van een financiële bijdrage aan de Vereniging als organisator van het jaarcongres en voor- en najaarscongres. In de brief van 30 december 2013 geeft de Vereniging met verwijzing naar de opgestelde conceptbegroting 2014 aan dat “de kosten met betrekking tot de congressen uitsluitend betrekking hebben op de voorbereiding, organisatie en out of pocket kosten met betrekking tot het (wetenschappelijk) programma en het organiseren van de expositie”. Hieruit maakt de voorzitter op dat het kennelijk de bedoeling is dat de gelden van sponsoren uitsluitend besteed worden aan kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie van de bijeenkomst.

Om te kunnen beoordelen of dit op grond van artikel 9 lid 2 onder c, laatste alinea, is toegestaan, zal inzichtelijk moeten worden gemaakt om welke algemene organisatiekosten het gaat en hoe hoog deze zijn. Daarbij benadrukt de voorzitter dat blijkens de toelichting op dit artikellid het moet gaan om bijv. kosten voor sprekers, zaalhuur en documentatiemateriaal – en dus niet om kosten die betrekking hebben op gastvrijheid (reis- en verblijfkosten van de deelnemers).

Het uitsluitend verwijzen naar een begroting, waarin slechts zeer algemene posten zijn opgenomen (zoals een post “organisatie” à € 80.000) volstaat in dit kader niet. De GMH staat in beginsel een open bijdrage aan algemene kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie toe. Dit veronderstelt dan echter wel dat achteraf vastgesteld kan worden dat deze financiële bijdrage uitsluitend is besteed aan algemene kosten en dat die algemene kosten daadwerkelijk rechtstreeks samenhingen met de organisatie van de bijeenkomst. Een te soepele omgang met deze regeling zou met zich brengen dat via deze route een surplus aan financiële bijdragen aan (samenwerkingsverbanden van) zorgprofessionals kan worden toebedeeld, zonder dat daarvoor een geldige grondslag is. Dit laatste veronderstelt dus ook dat de organisator van de bijeenkomst moet kunnen laten zien dat de algemene organisatiekosten waarvoor door sponsorbijdrage bedoeld is niet ook reeds uit andere bronnen van financiering worden of zijn voldaan.

Ten overvloede wijst de voorzitter erop dat daarnaast ook zal moeten worden beoordeeld of aan alle overige voorwaarden van artikel 9 GMH is voldaan. Dit betekent dat een sponsor uitsluitend over kan gaan tot het verlenen van een financiële bijdrage aan algemene kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie van een bijeenkomst als daarnaast onder meer is vastgesteld dat het programma van die bijeenkomst qua opbouw evenwichtig en redelijk is en geen recreatieve en sociale activiteiten bevat (zie artikel 9 lid 2 sub a GMH) en dat de locatie waar de bijeenkomst plaatsvindt gerechtvaardigd is, zowel wat faciliteiten als geografische ligging betreft (zie artikel 9 lid 2 sub b GMH).

In het licht van het voorgaande dienen de door de adviesaanvrager gestelde vragen als volgt te worden beantwoord.

  1. Dient een begroting van een evenement of evenementen inzicht te geven in de inhoud van het programma en de locatie teneinde de redelijkheid van de kosten te kunnen beoordelen? Zo ja, welke informatie dient dan beschikbaar te komen? Betekent dit ook dat inzicht moet zijn in het maximaal aantal gouden, zilveren en bronzen pakketten dat mag worden aangeboden (zie ook vraag 5 over surplus)?

De Gedragscode stelt als voorwaarde dat leveranciers uitsluitend kosten mogen vergoeden die redelijk zijn. Om te kunnen beoordelen of hier sprake van is zal te allen tijde een link gelegd moeten kunnen worden naar het programma en de locatie van de bijeenkomst. Deze factoren kunnen, ter beoordeling van de redelijkheid, niet los van elkaar gezien worden.

Indien een sponsor bijdraagt aan de algemene organisatiekosten van een bijeenkomst zullen deze kosten – onder meer voor sprekers, zaalhuur en documentatiemateriaal – zodanig gespecificeerd moeten worden, dat kan worden vastgesteld dat de door de sponsor ter beschikking gestelde bedragen uitsluitend aan algemene kosten die rechtstreeks samenhangen met de organisatie van de bijeenkomst zullen worden besteed en dat de ter beschikking te stellen gelden uitsluitend daarvoor ook daadwerkelijk zullen worden gebruikt.

Het aantal gouden, zilveren en bronzen pakketten hoeft niet vooraf te worden gemaximeerd, maar de ingeschatte inkomsten daaruit zullen uit de begroting moeten blijken.

  1. Wordt met bovenstaande informatie van de Vereniging voldaan aan de eis van redelijke kosten gelet op het (wetenschappelijke) programma en locatie?

De voorzitter stelt vast dat bij de adviesaanvraag geen informatie is overgelegd over het programma en de locaties waar het tweedaagse jaarcongres en het eendaagse voorjaars- en najaarscongres zullen plaatsvinden. Het enige dat uit de begroting valt af te leiden is dat er tijdens het jaarcongres sprake zal zijn van een parallelprogramma. De voorzitter stelt op dit punt vast dat in ieder geval niet gecontroleerd kan worden of aan alle vereisten van artikel 9 GMH wordt voldaan.

De overgelegde informatie over programma en locatie is onvoldoende om als sponsor te kunnen beoordelen of deze vorm van sponsoring toelaatbaar is in het licht van de GMH. (N.B. Ook de informatie die de adviesaanvrager naderhand nog heeft toegestuurd met betrekking tot de locatie en het programma van het jaarcongres 2014 is onvoldoende om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen, mede ook gezien het grote aantal exposanten, dat in het congresprogramma wordt genoemd).

Met betrekking tot de door Vereniging overgelegde begroting stelt de voorzitter vast dat de daarin opgenomen kostenposten dermate algemeen zijn dat op grond hiervan niet kan worden beoordeeld wat de daadwerkelijke algemene organisatiekosten zijn die uit de sponsorgelden zullen worden voldaan laat staan dat een oordeel kan worden gegeven over de redelijkheid ervan. De voorzitter tekent daarbij tevens aan dat in de begroting ook kosten zijn opgenomen die niet kunnen worden aangeduid als algemene kosten van de organisatie in de zin van artikel 9 lid 2 onder c, laatste alinea. De voorzitter wijst er in dit verband onder meer op de post “catering”, die in ieder geval niet als algemene organisatiekosten kunnen worden aangemerkt.

Indien de Vereniging algemene organisatiekosten wil laten sponsoren door leveranciers van medische hulpmiddelen zal veel duidelijker en gedetailleerder moeten worden aangegeven dat het uitsluitend gaat om algemene kosten voor organisatie zoals in de Toelichting bij dit artikel omschreven, waarbij, zeker wanneer het gaat om grote bedragen als hier aan de orde, inzicht zal moeten worden gegeven in de redelijkheid van de opgevoerde bedragen. Meer gedetailleerde informatie over het programma en de locatie van de bijeenkomst is daarbij overigens onontbeerlijk.

  1. Ligt het op de weg van de gesponsorde organisatie om de sponsor te informeren zodat deze een onderbouwde keuze kan maken voor sponsoring in overeenstemming met de regels van de GMH?

In algemene zin bevat de Gedragscode geen bepalingen met betrekking tot de vraag welke van de twee bij een interactie betrokken partijen gehouden is tot het aanleveren van informatie om te beoordelen of een bepaalde interactie toelaatbaar is in de zin van de GMH. De voorzitter benadrukt in dit verband dat – nu de wederkerigheid van de Gedragscode gerealiseerd is – op beide partijen een zelfstandige verplichting rust te beoordelen of hun eigen gedragingen in overeenstemming zijn met de Gedragscode. De voorzitter voegt hier aan toe zich voor te kunnen stellen dat de initiator

van een interactie er alle belang bij heeft de wederpartij te overtuigen van de toelaatbaarheid daarvan, nog daargelaten het feit dat het vaak juist deze partij zal zijn die over de benodigde gegevens beschikt. In die zin vindt hij het ook alleszins redelijk en voor de hand liggend dat in dit geval de vragende partij niet alleen zelf beoordeelt of de sponsoring is toegestaan in het licht van de GMH, maar ook de gegevens aanlevert aan de sponsor, opdat deze op basis daarvan kan beoordelen of hij op het verzoek kan ingaan.

  1. Mag van de gesponsorde organisatie gevraagd worden om achteraf de financiële realisatie te verantwoorden? Is voor deze verantwoording achteraf een accountantsverklaring een geëigende weg?

Ongeacht de vraag of het om sponsoring van bijeenkomsten als bedoeld in artikel 9 GMH dan wel om sponsoring van algemene activiteiten als bedoeld in artikel 15 GMH en volgende gaat, staat het de sponsor te allen tijde vrij een verantwoording achteraf te vragen van de financiële gang van zaken, ter controle van de vraag of voldaan is aan de voorwaarde van de Gedragscode. Hiervoor zal met name aanleiding kunnen zijn als het bijvoorbeeld gaat om zeer grote bedragen en onduidelijkheid over de totale inkomsten. De voorzitter acht het ook alleszins redelijk dat gesponsorde partijen hier in het kader van transparantie aan meewerken. Of dit dient te gebeuren door een accountantsverklaring is de vraag en zal mede afhangen van de aard en omvang van de sponsoring. De voorzitter wil ervoor waken controlemaatregelen in het leven te roepen die onder omstandigheden als te zwaar kunnen worden betiteld.

  1. De GMH verbiedt dat een eventueel surplus van het organiseren van congressen wordt gebruikt voor de exploitatie van de organiserende wetenschappelijke vereniging (zie advies A.13.07). Dient het surplus te worden gebruikt voor toekomstige congressen?

Artikel 9 lid 2 GMH schrijft expliciet voor dat de sponsoring van algemene organisatiekosten van bijeenkomsten betrekking moeten hebben op kosten die rechtstreeks samenhangen met de bijeenkomst waarvoor de financiering is verleend. Een eventueel achteraf blijkend (niet begroot) surplus kan worden gebruikt ter dekking van algemene organisatiekosten van een toekomstig congres, uiteraard met inachtname van de randvoorwaarden van artikelen 8 en 9 GMH. In het kader van de transparantie zal dit in een dergelijk geval ook als zodanig in de richting van de sponsor moeten worden verantwoord.

  1. Heeft de Codecommissie een oordeel over de marktconformiteit van bovenstaande m2- bedragen, mede naar aanleiding van het advies A.13.07?

De voorzitter is van mening dat de beoordeling van de vraag of sprake is van een marktconform tarief uitsluitend kan worden beoordeeld in het licht van de locatie waar de bijeenkomst wordt gehouden. De vierkante meterprijs voor standhuur zal in de Jaarbeurs hoger zijn dan in een kleinere congresruimte in de periferie. Gelet op het ontbreken van enige informatie over de locaties van de door de Vereniging te organiseren bijeenkomsten kan hierover geen uitspraak worden gedaan

 

Den Haag, 10 februari 2014

door prof. mr C.J.J.C. van Nispen, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A14.02

Onderwerp(en):

Sponsoring bijeenkomsten

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

10-02-2014

Relevante artikelen:

Art. 9

Het officiële document:

Print deze uitspraak