A13.08 Bonussen als vergoeding voor diensten

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep een aantal vragen voorgelegd over de toelaatbaarheid van het geven van bonussen aan drogisten.

Achtergrondinformatie

Aanvrager is een farmaceutisch bedrijf dat medische hulpmiddelen verkoopt. Zij wenst aan bepaalde afnemers (drogisterijen) onder bepaalde voorwaarden bonussen te verstrekken. Zo kan een bonus worden verkregen in het geval een drogist bepaalde promotionele activiteiten verricht, zoals het plaatsen van een bepaald medisch hulpmiddel op een bepaalde hoogte in het schap. Ook kan een bonus worden verkregen indien een bepaald medisch hulpmiddel door de drogist meer wordt ingekocht dan voorheen, oftewel indien er groei is in het aantal ingekochte medische hulpmiddelen.

De aanvrager vraagt zich af of het aanbieden van dit soort bonussen onder art. 6 GMH valt. Meer in het bijzonder wenst aanvrager antwoord op de volgende vragen:

1. Dient men sub a van 6 GMH zo te lezen, dat enkel ‘kortingen’ zijn toegestaan, in de zin van een mindering op de prijs die de zorgprofessional betaalt voor de medische hulpmiddelen?

2. Is het toegestaan om in het kader van een handelstransactie een ‘bonus’ te verstrekken, in de zin van een vast bedrag dat wordt uitgekeerd indien de zorgprofessional aan bepaalde                                voorwaarden voldoet, zonder dat er sprake is van een mindering op de prijs of verrekening anderszins? Daarbij staan kennelijk twee situaties ter beoordeling:

  • Koppeling van een bonus (in de vorm van een vast bedrag dan wel een percentage) aan een door de drogist te verrichten promotionele activiteit? Te denken valt volgens aanvrager aan het plaatsen van een reclamezuil of het positioneren van een medisch hulpmiddel op een bepaalde aansluitende afstand in het schap.
  • Koppeling van een bonus (in de vorm van een percentage) aan de toename van het aantal inkopen door de drogist van een bepaald medisch hulpmiddel.

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH)

De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat deze vraag betrekking heeft op een interactie tussen leveranciers van medische hulpmiddelen in de zin van art. 1 onder d GMH enerzijds en zorgprofessionals in de zin van art. 1 onder b GMH anderzijds. In het bijzonder gaat het hier om het verstrekken van bonussen in de zin van art. 6 GMH. De adviesaanvraag gaat in wezen om de interpretatie van dit artikel.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Voor het advies is de reikwijdte van art. 6 GMH van belang. Volgens de letterlijke tekst van dit artikel vallen uitsluitend ‘bonussen en kortingen die verband houden met handelstransacties’ daaronder. Als bonussen en kortingen worden op grond van het eerste lid beschouwd “maatregelen of handelspraktijken inzake prijzen, marges en kortingen die verband houden met een handelstransactie.” In de toelichting bij dit artikel wordt dit niet verder uitgewerkt.

Blijkens lid 2 zijn bonussen en kortingen toegestaan, mits (voor zover in het kader van dit advies van belang):

  1. sprake is van kortingen in geld of van kortingen in natura (waarbij die kortingen in natura branche-gerelateerde producten moeten betreffen);
  2. de kortingen (in geld of in natura) uitdrukkelijk schriftelijk tot uitdrukking zijn

Allereerst vraagt aanvrager of uitsluitend ‘kortingen’ zijn toegestaan in de vorm van een mindering op de prijs die de zorgprofessional betaalt voor de medische hulpmiddelen. Voor die beperkte uitleg is blijkens de toelichting op art. 6 geen reden. Op grond van art. 6 is het dus ook mogelijk om kortingen te verlenen in andere vormen, mits aan de eisen van dit artikel wordt voldaan. De verstrekking van een bonus in de vorm van een vast bedrag is dus ook mogelijk, mits – wederom – aan de eisen van art. 6 wordt voldaan.

Blijkens de adviesaanvraag kan het daarbij meer specifiek gaan om twee situaties:

a. een bonus voor een specifieke door de drogist te verrichten promotionele activiteit, of

b. een bonus wanneer er (omzet)groei optreedt – en er dus meer wordt besteld -.

In de situatie onder a. wordt de drogist beloond voor het verrichten van een promotionele activiteit. Daarmee komt deze vorm van korting aan een zorgprofessional in wezen neer op de betaling voor een dienst in de zin van art. 13 GMH. Het gaat immers om dienstverlening in de zin van lid 1 van dit artikel: “het door een zorgprofessional tegen vergoeding verrichten van bepaalde diensten, ongeacht de aard en aanduiding van deze diensten.” Door de betaling voor diensten in de vorm van een “bonus” te gieten zou aldus kunnen worden ontkomen aan de striktere regels van art. 13 GMH, hetgeen de voorzitter onwenselijk acht. In dit kader wordt erop gewezen dat art. 6 GMH een uitzonderingsbepaling is die niet ruimhartig dient te worden toegepast.

De situatie onder b. is wel een situatie waarin art. 6 GMH kan worden toegepast, mits aan de eisen van dat artikel wordt voldaan. De voorzitter merkt daarbij op dat het in het handelsverkeer normaal is dat er meer voordeel kan worden behaald indien er meer wordt omgezet en dus ingekocht.

De voorzitter constateert dat de uitkomst ten aanzien van situatie a. op het eerste gezicht opvallend – en mogelijk ook onwenselijk – lijkt in een markt waarin het besluit tot aanschaf en gebruik volledig wordt genomen door de eindgebruiker/consument zelf. De tekst van de GMH bevat echter geen aanknopingspunt om een onderscheid te maken tussen (afspraken tussen leveranciers en bepaalde zorgprofessionals met betrekking tot) enerzijds medische hulpmiddelen waarbij de consument zelf volledig een beslissing neemt tot aankoop en gebruik, en anderzijds medische hulpmiddelen bij de keuze waarvan een zorgprofessional een rol speelt.

Conclusie

In het licht van het bovenstaande komt de voorzitter van de Codecommissie tot de volgende conclusie.

Op grond van art. 6 GMH is er geen bezwaar om bonussen en kortingen te verlenen in diverse vormen, zoals een percentage of een vast bedrag, mits aan de eisen van dit artikel wordt voldaan. Een korting of bonus die afhankelijk is van het aantal door de zorgprofessional afgenomen hulpmiddelen, is een korting die past in het kader van art. 6 GMH.

Het geven van een bonus voor specifieke door de drogist te verrichten promotionele activiteiten is een betaling voor het verrichten van een dienst. Het betalen voor het verrichten van diensten is uitsluitend toegestaan indien en voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden die door art. 13 GMH aan dienstverlening worden gesteld. Het toestaan van betaling voor het verrichten van diensten in de vorm van een “bonus” zou een onwenselijke omzeiling betekenen van art. 13 GMH.

De GMH biedt geen mogelijkheid om in dat kader onderscheid te maken tussen situaties waarin het gaat om (afspraken tussen leveranciers en bepaalde zorgprofessionals met betrekking tot) enerzijds medische hulpmiddelen waarbij de consument volledig zelf een beslissing neemt tot aankoop en gebruik, en anderzijds medische hulpmiddelen bij de keuze waarvan een zorgprofessional wel een rol speelt.

 

Den Haag, 14 november 2013

Mr P.N. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A13.08

Onderwerp(en):

Bonussen en kortingen, Dienstverlening

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

14-11-2013

Relevante artikelen:

Art. 6, art. 13

Het officiële document:

Print deze uitspraak