A13.05 Sponsoring najaarsvergadering wetenschappelijke vereniging Vlieland

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of leveranciers van medische hulpmiddelen een financiële bijdrage mogen leveren aan de najaarsvergadering van een vereniging van zorgprofessionals op Vlieland.

Achtergrondinformatie

Een vereniging van beroepsprofessionals (vereniging X) houdt haar Najaarsvergadering 2013 op vrijdag 11 en zaterdag 12 oktober 2013 in een strandhotel op Vlieland. Op vrijdag 11 oktober 2013 verzamelen de deelnemers in Harlingen, van waaruit zij gezamenlijk per boot naar Vlieland vertrekken. Aan boord vindt de registratie, de algemene ledenvergadering en lunch plaats. Op Vlieland wordt per fiets doorgereisd naar het strandhotel, waar tussen 13.30 en 17.30 uur twee inhoudelijke sessies plaatsvinden. Na afloop is er een borrel. Het avondprogramma op vrijdag bestaat uit een walking dinner en gala avond. Deze avond heeft als thema ‘VLIBIZA’. Volgens de uitnodiging zullen de deelnemers en hun partners “de avond in lounge sferen (op het strand?) doorbrengen af en toe opgezweept door een Top DJ”. Op zaterdag 12 oktober worden voor de vroege vogels tussen 8.30 en 9.30 uur workshops georganiseerd. Om 10 uur vervolgt het plenaire programma met een sessie over doelmatigheid van zorg. In een rondetafelgesprek worden toekomstvisies en uitdagingen besproken over de gezondheidzorg en in het bijzonder de vaatchirurgie. Deelnemers zijn prominenten uit politiek, zorgverzekeraars en de beroepsvereniging. Het programma wordt om 11.30 uur afgesloten en gevolgd door een lunch met partners. Tevens is er een partner- en kinderprogramma. Zij verzamelen zich vrijdag om 17.30 uur bij de rederij in Harlingen, komen om 18.45 op Vlieland aan en worden per bus vervoerd naar het hotel. Voor de kinderen is er tussen 19 en 20 uur een Kinderdiner in de bar met bowling en kegelbanen. De partners kunnen deelnemen aan het walking dinner en VLIBIZA feest in het strandpaviljoen. Op zaterdag is er na het ontbijt een rondrit met de Vliethorst Expres over de “Sahara van het noorden” georganiseerd. Het programma wordt afgesloten met een gezamenlijk lunch. Accreditatie wordt aangevraagd. Inschrijvingskosten (incl. programma, koffie, thee, 2 lunches & borrel) bedragen:

Voor leden van vereniging X € 185 (€ 235 bij inschrijving na 1 september)
Voor AIOS € 100 (€ 140 idem)
Voor emeritus-leden € 75 (€ 85 idem)
Voor niet-leden € 290 (€ 340 idem)

Het diner en de feestavond op vrijdag is gratis, behalve voor niet-leden (zij moeten € 50 betalen). Het partner/kinderprogramma kost € 40 per volwassene en € 15 per kind. Hotelaccommodatie kan via de website worden geboekt, de kosten van de kamers lopen uiteen van € 112,50 voor een eenpersoonskamer tot € 185 voor een familiesuite. De kosten van een verlengingsnacht (van zaterdag op zondag) bedragen € 50.

Leden van een koepelorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen worden benaderd met de vraag of zij de bijeenkomst willen sponsoren. Zij krijgen daarbij de keuze uit meerdere “memberships”. Een zogenoemde silver member bijvoorbeeld draagt € 6.000 bij en mag als tegenprestatie een banner plaatsen in de expositieruimte, wordt op alle uitingen vermeld als silver member, mag met 3 medewerkers deelnemen en zijn logo plaatsen in alle nog volgende congresuitingen.

De koepelorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen legt in dit kader de volgende vragen aan de Codecommissie voor:

  1. Voldoet de locatie aan Gedragscode Medische Hulpmiddelen, en zo ja, mogen industrie en congresdeelnemers gezamenlijk naar Vlieland reizen?
  2. Voldoet het programma aan Gedragscode Medische Hulpmiddelen en mogen bedrijven dit congres sponsoren en aanwezig zijn?

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH)

De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de leden van de koepelorganisatie leveranciers zijn in de zin van art. 1 onder d GMH. De voorzitter van de Codecommissie stelt verder vast dat vereniging X een samenwerkingsverband is van zorgprofessionals in de zin van art. 1 onder b GMH. De adviesaanvraag heeft derhalve betrekking op een interactie in de zin van art. 5 GMH.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Allereerst is de kwalificatie van de interactie aan de orde. De voorzitter is van oordeel dat de vraag betrekking heeft op de toelaatbaarheid van het verstrekken van een financiële bijdrage aan een bijeenkomst die door een onafhankelijke derde partij wordt georganiseerd in de zin van art. 9 GMH.

De voorzitter komt tot deze conclusie op grond van het feit dat uit de aangeleverde informatie blijkt dat de bijeenkomst primair bestemd is voor in Nederland werkzame zorgprofessionals. De bijeenkomst wordt georganiseerd door de vereniging X zonder enige inhoudelijke bemoeienis van leveranciers.

Het financieel mede mogelijk maken van een dergelijke bijeenkomst is toegestaan indien en voor zover wordt voldaan aan de eisen van art. 9 GMH, in combinatie met de eisen uit art. 8 GMH. De belangrijkste elementen daarvan zijn de toetsing van het programma, de locatie en de kosten.

Het programma

Het programma van de bijeenkomst moet gericht zijn op het bevorderen van kennis en/of vaardigheden verband houdend met de gezondheidszorg en medische vooruitgang en van een voldoende inhoudelijk niveau zijn (art. 9 lid 2 sub a. GMH). De voorzitter voorziet op dit onderdeel geen problemen; het inhoudelijke programma van de bijeenkomst voldoet aan de voorwaarden van de GMH.

Een tweede vereiste is dat de programma-opbouw evenwichtig en redelijk moet zijn en dat het programma geen recreatieve en sociale activiteiten mag bevatten (art. 8 lid 2 jo art. 9 lid 2 sub a. GMH). De voorzitter constateert hier een aantal knelpunten. Het programma op vrijdagavond (walking dinner en gala-avond) dient zonder enige twijfel te worden beschouwd als een sociale en tevens recreatieve activiteit. Deze conclusie wordt nog versterkt door de aanprijzingen van deze avond in termen als “avond in lounge sferen (op het strand?)” en “opgezweept door een Top DJ”. Ook kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de overtocht per boot met lunch en fietstocht op vrijdagmiddag, die alles bij elkaar 2 ½ uur duurt. Tegen de achtergrond van het feit dat de normale reistijd vanuit Harlingen per snelboot en vervolgens met de bus door naar het hotel één uur bedraagt (dit blijkt uit het programma dat voorgesteld wordt voor partners en kinderen), dient ook aan dit deel van het programma een recreatief karakter te worden toegekend.

Meer in algemene zin stelt de voorzitter vast dat het programma ook qua tijdsopbouw niet evenwichtig is. De deelnemers komen vrijdagochtend al om 11 uur bijeen, terwijl er op die dag alleen een inhoudelijk programma is tussen 13.30-15.15 en 15.45-17.30 uur, dus In het totaal 3 ½ uur. De volgende dag is er een plenair programma tussen 10.00-11.30 (1 ½ uur). De workshop, waarvoor men zich afzonderlijk moet inschrijven, duurt 1 uur. Het totale inhoudelijke programma van deze twee dagen duurt dus maximaal 6 uur. In plaats van deze sessie op een dag te organiseren, heeft men ervoor gekozen het programma uit te spreiden over twee dagen, waarbij de overige tijd wordt gevuld met achtereenvolgens een uitgebreide lunch, een borrel, een walking dinner en een gala-avond op vrijdag, een uitgebreide lunch op zaterdagochtend (vanaf half 12) en verder de mogelijkheid van de deelnemers om hun eigen programma in te delen. Met het actief gecommuniceerde aanbod om het verblijf op Vlieland voor een relatief laag bedrag tot zondag te verlengen wordt bovendien niet alleen de gelegenheid geboden het recreatief programma voort te zetten, maar het lijkt zelfs te worden aangemoedigd. Daarbij merkt de voorzitter op dat weliswaar de additionele overnachting moet worden betaald door de zorgprofessional, maar dat die kosten relatief laag zijn en kennelijk de kosten van de terugreis volledig worden gedragen door de organisatie (betaald uit sponsorgelden).

De voorzitter stelt vast dat het programma van de bijeenkomst om meerdere redenen niet in overeenstemming is met art. 8 en art. 9 lid 2 sub a GMH.

De locatie

De locatie moet gerechtvaardigd zijn, zowel wat faciliteiten als wat geografische ligging betreft.

De organisatie heeft gekozen voor Vlieland als locatie. Van een objectieve rechtvaardiging voor deze keuze lijkt geen sprake. Bij een bijeenkomst van een landelijke vereniging zullen deelnemers per definitie uit alle windstreken van het land aanreizen, dus reistijd zal voor een deel van de deelnemers een rol spelen. Bij de keuze voor een locatie op een Waddeneiland geldt dat vrijwel iedereen zal moeten reizen, niet alleen over land, maar ook per boot. De complexe bereikbaarheid maakt de keuze voor een eiland dan ook niet voor de hand liggend.

Daarnaast geldt voor de Waddeneilanden dat zij bekend staan om een hoog recreatief gehalte. De voorzitter onderkent dat een rustige en afgezonderde locatie onder omstandigheden kan bijdragen aan de effectiviteit van een bijeenkomst. In het onderhavige geval valt echter niet aan de indruk te komen dat juist het recreatieve gehalte van de omgeving bepalend is geweest voor de keuze van Vlieland. In de uitnodiging worden deelnemers immers gelokt met uitspraken als “het mooiste Waddeneiland van Nederland”, “Zee, Zon, Zand, Duinen”. Bovendien worden, zoals eerder reeds opgemerkt is, om het inhoudelijke programma heen allerlei activiteiten

georganiseerd, waarbij juist die “zee, zon, zand en duinen” een grote rol spelen. Door het partner- en kinderprogramma en de mogelijkheid om het verblijf op het eiland te verlengen, wordt de bijeenkomst feitelijk gepresenteerd als een familie–uitje, hetgeen ook in de uitnodiging tot uitdrukking komt. Dit is geen objectieve rechtvaardigingsgrond in de zin van art. 9 lid 2 sub b GMH.

Het vorengaande geldt in gelijke mate voor de keuze van de faciliteiten: een comfortabel strandhotel. Ook hier lijkt de keuze met name gerechtvaardigd te worden door de recreatieve uitstraling: “een zeer comfortabel vier sterren familie hotel met congresfaciliteiten”. Mede in de context van de uitnodiging en het gehele programma acht de voorzitter deze faciliteiten niet in overeenstemming met art. 9 lid 2 sub b.

De kosten

Op grond van het vorengaande constateert de voorzitter dat het programma en de locatie van de bijeenkomst niet in overeenstemming zijn met het bepaalde in art. 8 en 9 GMH, en het leveren van een financiële bijdrage van leveranciers – in welke vorm dan ook – derhalve niet is toegestaan. Dit neemt niet weg dat leveranciers wel aanwezig mogen zijn op de Najaarsvergadering; de GMH verbiedt zulks niet.

De voorzitter heeft daarbij nog gekeken naar de vraag of sprake is van de situatie als bedoeld in art. 9 lid 5 GMH. Op grond van deze bepaling hoeft niet aan de voorwaarden van art. 9 lid 2 GMH te worden getoetst indien sprake is van het huren van standruimte, op voorwaarden dat:

  1. er sprake is van huur tegen een marktconform tarief, en
  2. een eventueel surplus niet ten goede komt aan de deelnemende

Uit de sponsorovereenkomst die bij de adviesaanvraag is meegestuurd blijkt echter op geen enkele wijze dat sprake zou zijn van standhuur, zodat ook toetsing aan de twee hiervoor vermelde voorwaarden niet relevant is.

Een ander punt waar de voorzitter met betrekking tot de kosten in algemene zin nog op wil wijzen heeft betrekking op art. 8 lid 3 GMH. Op grond van deze bepaling is het verboden voor leveranciers direct of indirect kosten van anderen dan zorgprofessionals zelf voor hun rekening te nemen. Met deze anderen worden blijkens de toelichting onder andere bedoeld partners en/of kinderen van zorgprofessionals.

In dit advies is al meerdere malen opgemerkt dat bij het onderhavige najaarscongres een partner- en kinderprogramma wordt aangeboden. De voorzitter wijst er op dat – in het geval het programma en de locatie wèl aan de voorwaarden van de GMH zouden voldoen (quod non) – dit een belemmering kan vormen voor een financiële bijdrage aan de bijeenkomst door leveranciers, zelfs in het geval voor deze programma’s een eigen bijdrage wordt gevraagd. Het zal immers zeer moeilijk aantoonbaar zijn dat deze eigen bijdragen de kosten van het partner- of kinderprogramma volledig dekken en dus dat de kosten die met deze programma’s samenhangen niet (deels) uit de bijdragen van de leveranciers worden bekostigd.

Conclusie

De voorzitter van de Codecommissie komt tot de conclusie dat noch de locatie noch het programma van de Najaarsvergadering aan de eisen van de GMH voldoet, zodat het leveranciers niet is toegestaan om daaraan een financiële bijdrage te leveren.

Den Haag, 9 juli 2013

prof. mr C.J.J.C. van Nispen, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A13.05

Onderwerp(en):

Sponsoring bijeenkomsten

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

09-07-2013

Relevante artikelen:

Art. 9

Het officiële document:

Print deze uitspraak