A13.03 Toestemming Raad van Bestuur dienstverlening vrijgevestigde artsen
Achtergrondinformatie
Aan de Voorzitter van de Codecommissie van de stichting Gedragscode medische hulpmiddelen (hierna: de voorzitter) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of artsen die niet in loondienst maar als lid van een maatschap op basis van een toelatingsovereenkomst in een ziekenhuis werkzaam zijn, de verplichting hebben om – samengevat – toestemming voor dienstverlening op voet van artikel 13 GMH-code te vragen aan het bestuur van het ziekenhuis.
De aanleiding van de adviesaanvraag is de weigering van sommige artsen om een dienstverleningsovereenkomst voor toestemming aan het bestuur van een ziekenhuis voor te leggen. Deze artsen wijzen er op dat zij als vrijgevestigd arts in een maatschap werken en in het ziekenhuis in feite enkel een ruimte huren.
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen
De adviesaanvraag heeft betrekking op dienstverleningsovereenkomsten tussen enerzijds een leverancier van medische hulpmiddelen en anderzijds zorgprofessionals. Er is derhalve sprake van een interactie in de zin van art. 1 onder f. De GMH-code is van toepassing.
Beoordeling van de adviesaanvraag
Op grond van art. 5 GMH-code is een interactie toegestaan, mits in de vorm en binnen de kaders van de interacties die in de GMH-code zijn geregeld. In art. 5 lid 3 zijn de diverse vormen van interacties opgesomd; de eisen die aan deze interacties worden gesteld zijn in de daarop volgende artikelen in de GMH-code uitgewerkt.
De regels voor dienstverlening zijn opgenomen in art. 13 en 14 GMH-code. Art.13 lid 7 stelt de eis dat de zorgprofessional ervoor zorg draagt dat hij van het bestuur van de instelling dan wel van zijn werkgever aantoonbaar voorafgaande toestemming voor de dienstverlening heeft gekregen. Dit is een uitwerking van het algemene uitgangspunt, verwoord in art. 3, dat interacties tussen leveranciers en zorgprofessionals transparant dienen te zijn. Dit uitgangspunt brengt mee dat het doel en de reikwijdte van de interactie in een aantal gevallen vooraf schriftelijk moet worden gemeld aan het bestuur van de instelling of de werkgever. In sommige gevallen, zoals bij dienstverlening, vereist de GMH-code de voorafgaande toestemming van het bestuur van de instelling of de werkgever.
Uit de tekst van zowel dit algemene artikel 3 als de uitwerking die daaraan voor dienstverleningsrelaties in art. 13 lid 7 is gegeven, blijkt reeds dat deze verplichting niet alleen geldt voor een zorgprofessional die in een werkgever-werknemer relatie werkzaam is. In de toelichting bij art. 3 is hieromtrent vermeld dat het uitgangspunt is dat het bestuur van de instelling waaraan een zorgprofessional (al dan niet als werknemer) verbonden is, er belang bij heeft om op de hoogte te zijn van de interacties tussen die zorgprofessional en leveranciers (zie onder meer de toelichting bij artikel 9 lid 3 en 10 lid 3). Ook met deze zorgprofessional is immers een contract gesloten, en de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de Raad van Bestuur van een instelling, onder meer op basis van de Kwaliteitswet zorginstellingen, strekt zich ook uit over de handelingen van deze zorgprofessionals.
Tegen deze achtergrond is het logisch dat het voor de transparantieverplichting niet relevant is of de zorgprofessional als werknemer dan wel anderszins aan de instelling is verbonden. Het is daarom ook de uitdrukkelijke bedoeling geweest van de opstellers van de GMH-code dat ook artsen die niet in dienst zijn van een instelling maar als vrijgevestigd arts in maatschapsverband op basis van een toelatingsovereenkomst werkzaam zijn, aan de eisen omtrent melding dan wel toestemming uit de GMH-code moeten voldoen.
De voorzitter realiseert zich dat artsen op het moment van het uitbrengen van dit advies formeel nog niet rechtsreeks gebonden zijn tot naleving van de GMH-code. Op dit moment hebben immers alleen de leden van de zes koepels van fabrikanten van medische hulpmiddelen zich formeel verplicht tot naleving van de GMH-code. Dit betekent echter niet dat artsen (en andere zorgprofessionals) zich in de praktijk aan het vereiste in art. 13 lid 7 kunnen onttrekken. Leveranciers mogen op grond van de code alleen een dienstverleningsovereenkomst met een zorgprofessional aangaan, als daartoe aantoonbaar toestemming van de raad van bestuur of werkgever is verkregen. Bij het ontbreken van een dergelijke toestemming – bijvoorbeeld omdat een arts weigert deze aan zijn werkgever of het bestuur te vragen – voldoet de dienstverlening niet aan de GMH-code, en mag de leverancier een dergelijke dienstverleningsrelatie niet aangaan. Dat is slechts anders, wanneer voor de diensten niet wordt betaald.
Conclusie
De verplichtingen uit de GMH-code die betrekking hebben op het melden van bepaalde interacties dan wel het vooraf vragen van toestemming aan het bestuur van een instelling, gelden niet alleen voor zorgprofessionals die in dienst zijn van de instelling, maar ook voor zorgprofessionals die op andere wijze aan dat ziekenhuis zijn verbonden. Waar het om gaat, is dat het bestuur van een instelling weet heeft van en – indien op grond van de GMH-code vereist – instemt met interacties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en alle zorgprofessionals die in zijn instelling werkzaam zijn.
Dit geldt dus ook voor zorgprofessionals die niet op grond van een arbeidsovereenkomst aan een instelling zijn verbonden, maar op grond van een andere soort overeenkomst (zoals een toelatingsovereenkomst). Het feit dat een dergelijke zorgprofessional al dan niet in maatschapsverband werkzaam is, doet daaraan niet af. Overigens kan de voorzitter zich voorstellen dat ook in het maatschapscontract en de toelatingsovereenkomst onderwerpen als melding van en toestemming voor interacties worden geregeld.
Den Haag, 27 mei 2013
Mr P. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH
Nummer:
A13.03
Onderwerp(en):
Dienstverlening, Interne transparantie
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
27-05-2013
Relevante artikelen:
Art. 13
Het officiële document: