A13.01 Financiële bijdrage aan concert zorgprofessionals

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of leveranciers van medische hulpmiddelen een financiële bijdrage mogen leveren aan een concert, dat wordt georganiseerd door een vereniging van zorgprofessionals tijdens een internationaal congres in Amsterdam.

Achtergrondinformatie

In 2013 vindt in Amsterdam het internationaal congres voor zorgprofessionals afkomstig uit diverse landen, waaronder Nederland, plaats. Ter gelegenheid van dit congres organiseert de Nederlandse beroepsvereniging van de betreffende zorgprofessionals (Vereniging X) een muzikaal evenement in het Concertgebouw in Amsterdam. Hiermee wil Vereniging X zowel haar eigen leden als buitenlandse bezoekers van het congres iets bijzonders bieden. Het concert wordt uitgevoerd door Nederlandse zorgprofessionals en staat onder leiding van een bekende dirigent. Het concert is bedoeld voor Nederlandse en internationale zorgprofessionals en voor partners van Vereniging X, zo blijkt uit de brief van de organisator.

Uit de brief van de organisator blijkt verder dat het concert wordt opgedragen aan Project A. Dit is een landelijk project van Vereniging X, dat tot doel heeft de zorg voor een bepaalde patiëntenpopulatie nog verder te verbeteren. Overigens is niet helemaal helder wat er precies wordt verstaan onder “het concert wordt opgedragen aan”. Het kan zijn dat tijdens het concert alleen aandacht wordt gevraagd voor Project A. Het kan ook zijn dat (een deel van de) opbrengsten van het concert ten goede komt aan het project. De adviesaanvraag is op dit punt niet duidelijk.

Vereniging X benadert leveranciers van medische hulpmiddelen met de vraag of zij kaarten voor het concert willen afnemen. Daarbij geldt per leverancier een minimaal aantal van 200 kaarten à € 55,-. De betreffende leveranciers mogen zelf dan ook met (een niet nader genoemd aantal) collega’s of relaties deelnemen aan de avond.

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen

De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de Adviesaanvrager een brancheorganisatie voor leveranciers van medische hulpmiddelen is en dat haar leden leveranciers zijn in de zin van art. 1 onder d GMH. De voorzitter van de Codecommissie stelt verder vast dat Vereniging X een samenwerkingsverband is van zorgprofessionals in de zin van art. 1 onder b GMH. De adviesaanvraag heeft derhalve betrekking op een interactie in de zin van art. 5 GMH.

Het is de bedoeling van de Gedragscode dat deze van toepassing is op alle interacties die invloed zouden kunnen hebben op beslissingen van zorgprofessionals in Nederland, ook indien dat niet het primaire doel van de interactie is. Nu er betrokkenheid is van zorgprofessionals die in Nederland werkzaam zijn, hetzij als organisator hetzij als deelnemer aan het concert, is de GMH van toepassing.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Allereerst is de kwalificatie van de interactie aan de orde. De voorzitter is van oordeel dat de vraag betrekking heeft op de toelaatbaarheid van het verstrekken van een financiële bijdrage aan een bijeenkomst die door een onafhankelijke derde partij wordt georganiseerd in de zin van art. 9 GMH.

De voorzitter komt tot deze conclusie op grond van het feit dat uit de aangeleverde informatie blijkt dat de bijeenkomst primair bestemd is voor zorgprofessionals, waaronder zorgprofessionals die in Nederland werkzaam zijn. De bijeenkomst wordt georganiseerd door Vereniging X zonder enige inhoudelijke bemoeienis van leveranciers.

Het financieel mede mogelijk maken van een dergelijke bijeenkomst is toegestaan indien en voor zover wordt voldaan aan de eisen van art. 9 GMH, in combinatie met de eisen uit art. 8 GMH. De belangrijkste elementen daarvan zijn de toetsing van het programma, de locatie en de kosten.

Toetsing aan art. 9 GMH

Uit de adviesaanvraag blijkt dat het programma van de bijeenkomst niet is gericht op het bevorderen van kennis en/of vaardigheden verband houdend met (de verbetering van) de gezondheidszorg en/of medische vooruitgang. Immers, het programma van de bijeenkomst bestaat uit een concert in het Concertgebouw. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorwaarden van art. 2 sub a. onder 1. van de GMH. Aan toetsing van de andere voorwaarden van art. 9 komt de voorzitter dan ook niet meer toe.

Ten overvloede wijst de voorzitter er meer in algemene zin nog op dat bijeenkomsten voor zorgprofessionals, die naast een inhoudelijk programma ook recreatieve en sociale activiteiten bevatten, niet zijn toegestaan. De voorzitter wijst in dit kader op art. 8 lid 2 sub a. en de toelichting bij dit artikel. Het is evident dat, als een bijeenkomst met een programma dat voor een deel uit recreatieve en sociale activiteiten bestaat niet financieel mede mogelijk mag worden gemaakt door leveranciers, hetzelfde geldt voor een programma dat volledig uit recreatieve en sociale activiteiten bestaat. Het feit dat het concert zich richt op zowel Nederlandse als buitenlandse zorgprofessionals doet aan het vorengaande niet af.

De voorzitter concludeert derhalve dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 9 en dat leveranciers op grond van dit artikel dus geen financiële bijdrage aan de bijeenkomst mogen leveren.

Toetsing aan art. 15 GMH?

Gelet op het feit dat het concert wordt opgedragen aan Project A heeft de voorzitter voor alle volledigheid nog beoordeeld of een financiële bijdrage door leveranciers aan het concert toegestaan zou zijn op grond van art. 15 (sponsoring). De voorzitter tekent daarbij aan dat noch uit de adviesaanvraag zelf, noch uit de informatie van de organisator van het concert, blijkt of, en zo ja in welke mate, sprake is van een financiële ondersteuning ten gunste van een specifiek project.

Los daarvan is uit de inhoud en opbouw van de Code duidelijk dat de regels van art. 15 niet van toepassing zijn indien de financiële bijdrage wordt besteed aan een bijeenkomst. Een soepele toepassing van art. 15 zou kunnen leiden tot omzeiling van de regels die de code specifiek stelt aan bijeenkomsten, hetgeen in strijd is met de strekking en bedoeling van de Code.

De voorzitter volstaat daarom met de algemene vaststelling dat er uitsluitend sprake kan zijn van sponsoring in de zin van art. 15 als de financiële bijdrage aan de bijeenkomst en de bijdrage aan het te sponsoren project volledig van elkaar zijn losgekoppeld. Dit zou in het onderhavige geval onder meer tot uitdrukking moeten komen door het feit dat de kosten voor (de organisatie van) het concert (met inbegrip van de toegangskaartjes) volledig door de zorgprofessionals zelf worden betaald. In dat geval zal verder aan alle eisen moeten worden voldaan, die in art. 15 aan sponsoring worden gesteld. Op grond van de beschikbare informatie ziet de voorzitter onvoldoende aanknopingspunten om tot de conclusie te komen dat de financiële bijdrage aan de bijeenkomst en de bijdrage aan het te sponsoren project volledig van elkaar zijn losgekoppeld. Een nadere toetsing aan de voorwaarde die in art. 15 aan sponsoring worden gesteld is dan ook niet opportuun.

Conclusie

De voorzitter van de Codecommissie komt tot de conclusie dat het door leveranciers tegen betaling afnemen van pakketten kaarten voor het concert niet is toegestaan op grond van de Gedragscode Medische Hulpmiddelen omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden die onder art. 9 worden gesteld aan het financieel mogelijk maken van bijeenkomsten door leveranciers.

 

Den Haag, 29 januari 2013

mr P. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A13.01

Onderwerp(en):

Sponsoring bijeenkomsten

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

29-01-2013

Relevante artikelen:

Art. 9, art 15

Het officiële document:

Print deze uitspraak