A12.04 Vergoeding businessclass vliegticket bij dienstverlening

Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of een leverancier van medische hulpmiddelen kosten voor deelname aan een congres mag vergoeden aan onderzoekers in het kader van een dienstverleningsovereenkomst, en zo ja, of het vergoeden van de kosten voor een vliegreis op basis van business class is toegestaan.

Achtergrondinformatie

Bedrijf X kent een aantal divisies, waaronder de divisie A. In het kader van dit advies zal dit bedrijf worden aangeduid als Bedrijf XA. Bedrijf XA ondersteunt wetenschappelijke studies die betrekking hebben op verschillende producten / indicaties van Bedrijf XA. Het betreft onder meer medische hulpmiddelen die aandoeningen in de bloedvaten verhelpen, zoals bijvoorbeeld vernauwde aders. Bedrijf XA treedt hierbij op als Studie Sponsor en draagt zorg voor de financiering van deze studies. Uit de gegevens van de aanvrager van het advies blijkt onder meer dat de betreffende studies zijn geregistreerd op de Amerikaanse website clinicaltrails.gov. de communicatie van de resultaten hoofdzakelijk plaats vindt door presentaties op nationale en internationale congressen en door publicaties in peer reviewed tijdschriften.

Bedrijf XA werkt met het oog op het adequaat uitvoeren, analyseren en interpreteren van de studies en het effectief communiceren van de resultaten, onder andere nauw samen met ‘Study Principal Investigators’, ‘Site Principal Investigators’ en ‘Research fellows’ (hierna ook: ‘onderzoekers’).
In het kader van het communiceren van studieresultaten wil Bedrijf XA drie onderzoekers in de gelegenheid stellen om naar relevante nationale en internationale congressen te gaan en daar de resultaten van de door Bedrijf XA gesponsorde onderzoeken te presenteren. De presentaties op die congressen worden door de onderzoekers op eigen naam, onafhankelijk en voor eigen verantwoordelijkheid gedaan, wel op verzoek van Bedrijf XA maar niet namens Bedrijf XA. Bij de presentaties maken de onderzoekers kenbaar dat de studie gefinancierd is/wordt met gelden van de Bedrijf XA.

Uit de adviesaanvraag blijkt dat de onderzoekers voor het geven van de presentatie geen afzonderlijke vergoeding ontvangen voor de uren die zij aan de voorbereiding of het geven van de presentatie besteden. Twee onderzoekers zullen uitsluitend aanwezig zijn voor het presenteren van de data, niet voor het volgen van het congres/de wetenschappelijke bijeenkomst. Eén onderzoeker zal aansluitend, omdat de onderzoeker daar nu toch is, wel het congres nog bezoeken. De onderzoekers zullen één dag voor de start van het congres aankomen en de dag na afloop van het congres vertrekken. Dit houdt logisch verband met de vluchttijden en aanvang/eind van de wetenschappelijke bijeenkomst.
Bedrijf XA vraagt de Codecommissie of het is toegestaan de volledige reis-, verblijf- en inschrijvingskosten voor een wetenschappelijk congres in Miami (VS) te vergoeden aan de betrokken drie onderzoekers. Het gaat om de volgende kosten: kosten van de retourvlucht Amsterdam-Miami op basis van businessclass, registratiekosten voor het congres en de kosten voor een (maximaal) vier sterren hotel. Het totaalbedrag zal ongeveer €4.000 per onderzoeker zijn. Bedrijf XA wil deze kosten voor 100% vergoeden.
Aanvullend vraagt Bedrijf XA meer in algemene zin of het vergoeden van een vliegreis op basis van business class voor vluchten die langer duren dan 5 uur als ‘reasonable’ wordt gezien binnen de grenzen van de GMH.

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen

Uit de feiten volgt dat er sprake is van een interactie in de zin van art. 1 f van de GMH-code: er is sprake van een vorm van contact tussen een leverancier van medische hulpmiddelen (Bedrijf XA) en een drietal zorgprofessionals (onderzoekers) waarbij de zorgprofessional een op geld te waarderen voordeel wordt aangeboden of in het vooruitzicht gesteld (de vergoeding van de kosten in het kader van het geven van een presentatie over onderzoek waaraan zij zelf hebben meegewerkt tijdens het congres in Miami). De Codecommissie gaat er vanuit dat de betreffende onderzoekers inderdaad kwalificeren als zorgprofessional in de zin van art. 1b.

Beoordeling van de adviesaanvraag

Er is naar het oordeel van de Codecommissie sprake van een dienstverleningsrelatie in de zin van art. 13 GMH-code. De onderzoekers zijn immers betrokken bij een door Bedrijf XA gesponsord onderzoek en het bezoek aan het congres in Miami vindt plaats in het kader van en is een logisch uitvloeisel van deze dienstverleningsovereenkomst. Daarbij neemt de Codecommissie aan dat tussen Bedrijf XA en de onderzoekers een dienstverleningsovereenkomst is gesloten waarin is vastgelegd dat de onderzoekers de resultaten van de studie zullen presenteren op één of meer congressen. Het vergoeden van de kosten van het bijwonen van het congres moet dus worden beoordeeld in de context van deze dienstverleningsovereenkomst, en niet in de context van de art. 8 t/m 12 GMH-code.

In art. 13 lid 4 GMH-code is bepaald: “Redelijke en werkelijke onkosten die door de zorgprofessional tijdens de uitvoering van de dienst zijn gemaakt mogen worden vergoed.” In lid 5 is bepaald: “Indien in het kader van de dienstverlening een bijeenkomst plaatsvindt, dient de locatie passend te zijn en de verleende gastvrijheid bescheiden en in de tijdsduur en doel ondergeschikt te zijn aan het primaire (hoofd)doel van de bijeenkomst.” Toetsend aan deze uitgangspunten heeft de Codecommissie geen bezwaar tegen het vergoeden van de werkelijk door de onderzoekers te maken hotel- en inschrijvingskosten (en ook van andere verblijfskosten, zoals ontbijt, lunch en diner, voor zover deze redelijk zijn).

De Codecommissie acht het echter niet redelijk om de reis op basis van businessclass te vergoeden, noch in het kader van dienstverlening, noch (in voorkomende gevallen) in het kader van sponsoring. De Codecommissie is van oordeel dat het vergoeden van een vliegreis op basis van business class niet als redelijk kan worden beschouwd. Daarbij neemt zij in ogenschouw het zeer aanzienlijke prijsverschil met economy class, het feit dat het – ook voor zorgprofessionals – ongebruikelijk is om business class te vliegen, de tekst van de betreffende bepalingen uit de GMH-code die betrekking hebben op de reiskosten en consequent spreken over ‘redelijke’ kosten, de aanleiding en achtergrond van de code, en meer in algemene zin de maatschappelijke aanvaardbaarheid en perceptie. De Codecommissie neemt daarbij mede in aanmerking dat ook de Codecommissie van de Stichting Code Geneesmiddelen Reclame (CGR) het vergoeden van een businessclass vlucht niet redelijk acht (A11.113)

De Codecommissie sluit niet uit dat er in specifieke individuele omstandigheden een gerechtvaardigde aanleiding zou kunnen zijn voor een uitzondering op dit uitgangspunt, maar het enkele feit dat een vlucht langer dan 5 uur duurt rechtvaardigt geen uitzondering terwijl van overige omstandigheden in de adviesaanvraag niet gebleken is.

Den Haag, 16 november 2012

Mr P. van Regteren Altena, voorzitter Codecommissie GMH

Nummer:

A12.04

Onderwerp(en):

Dienstverlening

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

16-11-2012

Relevante artikelen:

Art. 13

Het officiële document:

Print deze uitspraak