A12.03 Nascholing Dubai
Aan de Codecommissie van de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van artikel 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd of een leverancier van medische hulpmiddelen een deel van kosten voor deelname aan een nascholingscursus voor artsen die plaats vindt in Dubai voor zijn rekening mag nemen.
Achtergrondinformatie
Het ziekenhuis X in Dubai is een emergency en trauma center en een opleidingscentrum voor artsen in verschillende specialismen. De medische staf van het ziekenhuis biedt zowel lokaal als internationaal opleidingen en nascholingen aan. Een van de nascholingsprogramma’s die het ziekenhuis aanbiedt is een vijf-daags nascholingsprogramma voor bepaalde gespecialiseerde artsen en is gericht op hun specifieke kennis. De staf van het ziekenhuis is volledig verantwoordelijk voor de inhoud van de nascholing en de daarbij gebruikte materialen en apparatuur. Het programma is voor 30 punten geaccrediteerd door een accreditatie-instantie in Dubai. De nascholing staat in beginsel open voor artsen uit verschillende landen. De cursus die gepland staat voor de periode 11 tot en met 15 november wordt exclusief georganiseerd voor Nederlandse artsen.
De Adviesaanvrager is voornemens een aantal Nederlandse artsen uit te nodigen voor deelname aan de nascholing in november. In dat kader organiseert de Adviesaanvrager de reis naar en het verblijf in Dubai. Tevens regelt de Adviesaanvrager voor de deelnemers een aantal logistieke zaken rondom de cursus .
Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen
De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de Adviesaanvrager een leverancier is in de zin van art. 1 onder d GMH. De voorzitter van de Codecommissie stelt verder vast dat in Nederland werkzame artsen zorgprofessionals zijn in de zin van art. 1 onder b GMH. De adviesaanvraag heeft derhalve betrekking op een interactie in de zin van art. 5 GMH.
Beoordeling van de adviesaanvraag
Allereerst is de kwalificatie van de interactie aan de orde. De voorzitter van de Codecommissie is van oordeel dat de vraag betrekking heeft op de toelaatbaarheid van het vergoeden van kosten voor deelname aan een nascholing die door een onafhankelijke derde partij is georganiseerd in de zin van art. 9 GMH.
De voorzitter komt tot deze conclusie op grond van het feit dat uit de aangeleverde informatie blijkt dat de nascholing wordt georganiseerd door het ziekenhuis X zonder inhoudelijke bemoeienis van de Adviesaanvrager in die zin dat:
1. het programma onafhankelijk van de Adviesaanvrager is vastgesteld;
2. het uitnodigingsbeleid voor deelname aan de nascholing onafhankelijk is van de Adviesaanvrager, en
3. de locatie van de bijeenkomst, die gekoppeld is aan de locatie van het organiserende ziekenhuis, onafhankelijk van de Adviesaanvrager is vastgesteld.
Met betrekking tot punt 2 heeft de voorzitter van de Codecommissie overwogen dat het nascholingsprogramma dat door het ziekenhuis wordt aangeboden in beginsel openstaat voor alle zorgprofessionals die daarvoor qua achtergrond en expertise in aanmerking komen. Dat de cursus die in de week van 11 t/m 15 november 2012 plaatsvindt in het geheel zal worden gevuld door artsen uit Nederland die daartoe door de Adviesaanvrager worden uitgenodigd doet aan dit beginsel niets af.
Dit betekent dat getoetst dient te worden aan de eisen van art. 9 GMH, in combinatie met de eisen uit art. 8 GMH. De belangrijkste elementen daarvan zijn de toetsing van het programma, de locatie en de kosten.
Het programma
Bij de adviesaanvraag is het programma van de nascholing overgelegd, zoals dat in 2010 heeft plaatsgevonden. De Adviesaanvrager heeft aangegeven dat het programma in 2012 vrijwel gelijkluidend zal zijn.
De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat het inhoudelijke programma evenwichtig en redelijk is. Het inhoudelijke programma duurt van zondag tot en met donderdag en is gedurende deze dag zowel ’s ochtends als ’s middags gevuld met nascholingen, workshops en activiteiten in operatieruimtes. Het dagprogramma bevat geen ongebruikelijke onderbrekingen.
De voorzitter van de Codecommissie stelt tevens vast dat de deelnemers op vrijdagmiddag uit Nederland vertrekken en zaterdag geen programma hebben. Deze dag wordt gebruikt voor acclimatisering, oriëntatie, inschrijving en kennismaking. Gelet op de reisduur, het late tijdstip van aankomst in Dubai, het tijdsverschil en het tijdstip van aanvang van de nascholing op zondagmorgen acht de voorzitter dit niet onredelijk. De terugreis naar Nederland vindt plaats op vrijdagochtend; de voorzitter acht ook dit redelijk nu het inhoudelijke programma tot donderdag aan het eind van de middag duurt.
De voorzitter van de Codecommissie stelt tot slot ten aanzien van het programma vast dat er op dinsdagavond een avondsessie is in het kader van de nascholing, gevolgd door een diner met de sprekers. De voorzitter van de Codecommissie heeft geen bezwaar tegen het programma op dinsdagavond.
Op vier overige avonden organiseert de Adviesaanvrager een programma, waarbij volgens de Adviesaanvrager ervaringen kunnen worden gedeeld en uitgewisseld. Het programma voor deze vier avonden bestaat telkens uit een avondmaaltijd incl. transport vanaf het hotel naar de dinerlocatie. Nadere details over het programma en de locaties van deze avonden zijn nog niet bekend. Volgens opgave van de Adviesaanvrager zullen er tijdens deze avonden geen activiteiten van sociale of recreatieve aard plaats vinden. Ten aanzien van de door de Adviesaanvrager georganiseerde avonden stelt de voorzitter vast dat het de Adviesaanvrager op grond van art. 9 is toegestaan de kosten van redelijk geprijsde maaltijden voor zijn rekening te nemen. Of daar in dit geval sprake van is kan de voorzitter van de Codecommissie op basis van de beschikbare informatie niet beoordelen. Het advies kan op dit onderdeel derhalve uitsluitend positief zijn indien bij de uiteindelijke invulling van het avondprogramma door de Adviesaanvrager wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. de kosten voor de maaltijden zijn redelijk;
b. de locaties waar de diners worden gehouden zijn gerechtvaardigd (een en ander zoals bedoeld in art. 8 en nader toegelicht in de toelichting op dit artikel);
c. er zijn geen sociale en recreatieve activiteiten gekoppeld aan het avondprogramma.
De locatie
De voorzitter van de Codecommissie heeft expliciet navraag gedaan bij de Adviesaanvrager waarom de nascholing in Dubai dient plaats te vinden en of het voor artsen niet mogelijk is een vergelijkbare nascholing op een locatie in Nederland of in ieder geval in een land dichterbij Nederland te volgen. De Adviesaanvrager heeft hierop aangegeven dat er binnen de EU geen cursussen met eenzelfde intensiteit worden aangeboden. Veelal betreft het één- tot maximaal driedaagse cursussen die
gegeven worden vanuit de “schoolbanken”. Daarbij wordt getraind op modellen en op kadavers in een snijzaal. Uniek aan de nascholing in Dubai is dat er zowel op modellen als direct tijdens het dagelijks OK-programma onder toeziend oog en begeleiding van de lokale staf en opleiders op patiënten kan worden geoefend. Het unieke karakter van de nascholing en de meerwaarde hiervan ten opzichte van de mogelijkheden in Nederland worden onderschreven door dr. B, arts en voormalig plaatsvervangend opleider aan een Nederlands ziekenhuis, die een aanbevelingsbrief heeft geschreven. Dr. B heeft aangegeven het initiatief te hebben genomen de nascholing ook in het kader van de Europese beroepsvereniging als internationaal examen erkend te krijgen.
Tegen deze achtergrond en onder deze omstandigheden acht de Voorzitter van de Codecommissie de geografische ligging van de nascholingsbijeenkomst in dit specifieke geval te rechtvaardigen.
Dat nascholing plaatsvindt in de faciliteiten van het ziekenhuis acht de voorzitter gelet op de inhoud en opzet van de nascholing passend en als zodanig dus ook gerechtvaardigd.
De deelnemers overnachten in Hotel C. Voor dit hotel is gekozen in overleg met het ziekenhuis omdat het in de nabijheid van het ziekenhuis ligt. De prijs per kamer per nacht bedraagt AED 800, oftewel € 175 per nacht. De voorzitter van de Codecommissie acht deze kosten voor een stad als Dubai niet onredelijk hoog en de uitstraling, wederom voor een stad als Dubai, niet buitenproportioneel luxe.
De kosten
Uit de door De Adviesaanvrager overlegde informatie blijkt dat de totale kosten voor het programma per deelnemer als volgt bedragen:
Inschrijving nascholing € 700 Reis- en verblijf € 2.250 Totaal per deelnemer € 2.950
Deze kosten hebben uitsluitend betrekking op kosten als bedoeld in artikel 9 lid 2 onder c.
De Adviesaanvrager is voornemens van dit totale bedrag per deelnemer € 965 voor zijn rekening te nemen; de deelnemende arts dient zelf € 1.995 te betalen. Dit betekent dat een deelnemer meer dan 50% van de inschrijvingskosten, maaltijden, overnachtingen en reiskosten voor zijn/haar rekening neemt.
De voorzitter van de Codecommissie stelt vast dat de Adviesaanvrager uitsluitend kosten voor zijn rekening neemt die zorgprofessionals betreffen; er gaan geen partners mee.
De Voorzitter van de Codecommissie acht deze bijdrage van de Adviesaanvrager in het onderhavige geval redelijk, nu aan de eisen van artikel 9 lid 2 onder c wordt voldaan voor wat betreft de aard van de kosten, deze in zijn algemeenheid redelijk zijn – mede in aanmerking nemend dat Dubai als een dure stad bekend staat – en vanwege het feit dat de zorgprofessional meer dan 50% van de kosten zelf draagt.
Conclusie
De voorzitter van de Codecommissie komt tot de conclusie dat het de Adviesaanvrager is toegestaan om, onder de geschetste omstandigheden en met in achtneming van de in dit advies genoemde voorwaarden en aannames, de door haar aangegeven bijdrage in de kosten voor deelname van de zorgprofessionals te betalen. De voorzitter van de Codecommissie verwijst hierbij nogmaals uitdrukkelijk naar de voorwaarden die worden gesteld aan de invulling en kosten van het door de Adviesaanvrager te organiseren avondprogramma. Tevens wijst de voorzitter er voor de goede orde op dat de interacties met de betrokken zorgprofessionals op grond van art. 9 lid 3 GMH schriftelijk moeten worden vastgelegd en gemeld aan de relevante verantwoordelijken.
Den Haag, 11 september 2012
Prof. mr. C.J.J.C. van Nispen
Nummer:
A12.03
Onderwerp(en):
Individuele gastvrijheid bijeenkomsten
Type:
Advies
Instantie:
Codecommissie
Datum advies:
11-09-2012
Relevante artikelen:
Art. 9
Het officiële document: