A25.01 Locaties voor bijeenkomsten

Aan de Codecommissie van de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (hierna: de Codecommissie) is op grond van art. 37 van het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep de vraag voorgelegd over de toelaatbaarheid van bepaalde locaties in Nederland voor het organiseren van een bijeenkomst voor zorgprofessionals waarbij een leverancier betrokken is.

Achtergrondinformatie
Op basis van de adviesaanvraag gaat de Voorzitter van de volgende feiten uit. De aanvrager van het advies is X, een leverancier van medische hulpmiddelen. Uit de adviesaanvraag is af te leiden dat X samen met een Nederlandse vereniging van zorgprofessionals een aantal regionale trainings- en educatie-bijeenkomsten wil organiseren. X geeft aan dat de bijeenkomsten puur wetenschappelijk van aard zijn, een passende agenda hebben en plaatsvinden in de avonduren na werktijd. Tijdens de bijeenkomst wordt een diner geserveerd in de vergaderruimte waarbij de maximumbedragen voor gastvrijheid zullen worden gerespecteerd.

X heeft een aantal locaties op het oog en vraagt zich af of deze zijn toegestaan in het kader van de GMH Code:

  1. Villa Augustus, Dordrecht – https://www.villa-augustus.nl/
  2. Buitenplaats Elsloo – https://www.kasteelelsloo.nl/
  3. Landgoed Brakkesteyn – https://landgoedbrakkesteyn.nl/
  4. De Witte Gans, Dalfsen – https://wittegans.nl/
  5. Slangevegt – https://slangevegt.nl/

Toepasselijkheid van Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH Code)
De Voorzitter stelt vast dat, als X de bijeenkomsten financieel mede mogelijk maakt, er sprake zal zijn van een interactie in de zin van art. 1 onder f GMH Code, omdat de deelnemers aan de bijeenkomsten zorgprofessionals zijn in de zin van art. 1 onder b GMH Code en X een leverancier is van medische hulpmiddelen in de zin van art. 1 onder d GMH Code.

De beoordeling van de adviesaanvraag
Uit de adviesaanvraag blijkt dat de bijeenkomsten worden georganiseerd in samenwerking met een vereniging van zorgprofessionals. De Voorzitter gaat ervan uit dat de interactie moet worden getoetst aan art. 8 en 9 GMH Code, omdat het aannemelijk lijkt dat de vereniging primair de organiserende partij is en X daarbij zorg draagt voor (financiële) ondersteuning.

De Voorzitter beperkt zijn advies tot een oordeel over de toelaatbaarheid van de voorgestelde locaties en zal geen inhoudelijk oordeel geven over de overige eisen die de GMH Code stelt aan bijvoorbeeld het programma en de kosten die in art. 9 lid 2 onder a. en c. GMH Code zijn gesteld.

Art. 9 lid 2 onder b. GMH Code stelt de eis dat de locatie zowel wat faciliteiten als wat geografische ligging betreft gerechtvaardigd is. Daarbij wordt letterlijk aangesloten bij art. 8 lid 2 onder b. De toelichting bij art. 9 lid 2 verwijst dan ook naar de toelichting bij art. 8. Daarin staat, voor zover relevant, het volgende:
“De toets van de locatie omvat twee aspecten: de ligging en de faciliteiten. Beide moeten gerechtvaardigd zijn en of dat zo is zal per soort bijeenkomst kunnen verschillen. De faciliteiten mogen niet dermate aantrekkelijk zijn dat aannemelijk is dat zij de reden zijn voor de zorgprofessional om aan de bijeenkomst deel te nemen. Zo heeft de Codecommissie in advies A21.02 en advies A24.05 geoordeeld dat een dierentuin geen passende locatie is vanwege de (perceptie van een) recreatieve uitstraling.
De geografische ligging dient objectief gerechtvaardigd te zijn. Daarvan kan onder meer sprake zijn indien de locatie gezien de herkomst van sprekers en uitgenodigde deelnemers, dan wel de bereikbaarheid een logische keuze is.”

In A24.05 heeft de Voorzitter benadrukt dat de faciliteiten niet dermate aantrekkelijk mogen zijn dat aannemelijk is dat zij de reden zijn voor de zorgprofessional om aan de bijeenkomst deel te nemen. Als de locatie een sterk recreatieve of attractieve uitstraling heeft, ligt dat laatste voor de hand en is het niet passend dat leveranciers hieraan bijdragen. Daarbij speelt ook de perceptie een rol. De Voorzitter heeft daarbij ook belang gehecht aan adviezen van de (Codecommissie respectievelijk Keuringsraad van de) Stichting Code Geneesmiddelenreclame (hierna: CGR). De Code Geneesmiddelenreclame, waarop die adviezen zijn gebaseerd, kent een vergelijkbare eis voor de locatie van een bijeenkomst. In de toelichting bij het betreffende artikel uit de CGR Code (art. 6.4.1) wordt over de toelaatbaarheid van de locatie het volgende opgemerkt:

“Een locatie is qua uitstraling en faciliteiten ondergeschikt aan het hoofddoel van de bijeenkomst/manifestatie indien deze niet dermate aantrekkelijk is dat aannemelijk is dat de locatie op zichzelf de reden vormt voor de beroepsbeoefenaar om aan de bijeenkomst/manifestatie deel te nemen (bijvoorbeeld een sterrenrestaurant of een luxe resort). Een locatie met een (zeer) luxe uitstraling (bijvoorbeeld een kasteeltje of landgoed) met uitgebreide faciliteiten, zal niet snel passend zijn voor een wetenschappelijke bijeenkomst.”

Uit de diverse adviezen die inmiddels door de CGR zijn gegeven blijkt dat het van belang is op welke wijze de locatie op internet wordt aangeprezen, omdat dat kan leiden tot een ongewenste perceptie. Factoren die daarbij een rol spelen zijn onder meer de al dan niet luxe en exclusieve uitstraling, de gehanteerde prijzen en tarieven, de aan- of aanwezigheid van bijv. een toprestaurant, museum of relax- en sportfaciliteiten, en de mogelijkheid die het programma biedt om daar gebruik van te maken.

De Voorzitter verwijst naar de CGR adviezen A19.081 (Koninklijk instituut voor de Tropen), A20.001 (Wetenschapspark), A21.007 (Kasteel Vanenburg), A22.002 (Kasteel de Hooge Vuursche), A22.007 (Slot Zeist), A23.013 (Buitenplaats Makeryck), A23.016 (Omnisport Apeldoorn) en A25.003 (Kasteel Oud Poelgeest). Slot Zeist en Kasteel Oud Poelgeest werden, vanwege de positionering en uitstraling op de website waaruit de nodige ‘grandeur’ bleek, niet als passend aangemerkt. De overige locaties werden wel als passend aangemerkt, waarbij als elementen als rustige ligging, goede parkeerfaciliteiten en het feit dat het programma voor gebruikmaking van aanwezige faciliteiten geen gelegenheid bood, eveneens een rol speelden.

De GMH en de CGR richten zich op vergelijkbare doelgroepen en hebben met vergelijkbare regels hetzelfde doel. Consistentie in toepassing en uitleg is alleen daarom al van belang zodat de Voorzitter dat ook als aanknopingspunt neemt. Tegen deze achtergrond heeft de Voorzitter de door X genoemde locaties geoordeeld.

  1. Villa Augustus, Dordrecht – https://www.villa-augustus.nl/
  2. Buitenplaats Elsloo – https://www.kasteelelsloo.nl/
  3. Landgoed Brakkesteyn – https://landgoedbrakkesteyn.nl/
  4. De Witte Gans, Dalfsen – https://wittegans.nl/
  5. Slangevegt – https://slangevegt.nl/

De websites zijn bekeken op 5 augustus 2025. De Voorzitter constateert dat de aanprijzingen vergelijkbaar zijn in die zin dat ze allemaal de voordelen benadrukken van mooie ligging, sfeervolle ambiance, goede keuken, persoonlijke aandacht et cetera. De prijzen voor een diner ontlopen elkaar ook niet veel, uitgaande van een diner van 3 gangen zal bij alle locaties het totaalbedrag aan aangeboden gastvrijheid in het kader van de bijeenkomsten onder het toepasselijke redelijk geachte bedrag van € 75 kunnen blijven. X heeft overigens ook aangegeven zich aan dat normbedrag te zullen houden.
Bij geen van de genoemde locaties zijn de overige faciliteiten van dusdanige aard en uitstraling dat het organiseren van een bijeenkomst voor zorgprofessionals op die locaties als ongepast gepercipieerd zal worden, en ook niet valt te verwachten dat die locatie als voor een zorgprofessional de belangrijkste reden zal zijn om deel te nemen, waarbij bovendien een rol speelt dat alle bijeenkomsten in de avond plaatsvinden en het programma geen ruimte biedt voor eventueel gebruik van deze faciliteiten.

Tot slot merkt de Voorzitter op dat dit advies niet anders zou luiden wanneer X gezien zou worden als de organisator van de bijeenkomsten en getoetst zou moeten worden aan art. 8 en 10 GMH Code, omdat de eisen waar een locatie aan moet voldoen in beide situaties vergelijkbaar zijn.

Conclusie
Op grond van het bovenstaande komt de Voorzitter tot de conclusie dat de genoemde locaties passend zijn in de zin van art. 8 en 9 GMH Code. Het organiseren en financieel mede mogelijk maken van een bijeenkomst voor zorgprofessionals op die locaties is toegestaan, mits aan de overige eisen van de GMH Code wordt voldaan. Zo zal de geboden gastvrijheid in de vorm van een diner of lunch binnen de kaders van de GMH Code moeten blijven en het programma gerechtvaardigd moeten en geen aanleiding en ruimte mogen bieden voor gebruik van eventuele andere faciliteiten op die locatie.

Nummer:

A25.01

Onderwerp(en):

Individuele gastvrijheid bijeenkomsten, Sponsoring bijeenkomsten

Type:

Advies

Instantie:

Codecommissie

Datum advies:

12-08-2025

Relevante artikelen:

Het officiële document:

Print deze uitspraak