Leveranciers hulpmiddelen

Leveranciers van hulpmiddelen die zich (al dan niet via hun koepelorganisatie) hebben aangesloten bij de GMH zijn verantwoordelijk voor naleving van de GMH Code. Zij moeten ervoor zorg dragen dat de financiële relaties die zij aangaan met zorgprofessionals en ziekenhuizen volden aan de voorschriften die in de GMH Code aan deze relaties (gunstbetoon) worden gesteld. Ook gelden er voorschriften over transparantie.

Samenwerking tussen leveranciers en zorgprofessionals die hulpmiddelen gebruiken, toepassen, voorschrijven of (helpen) selecteren is nuttig en noodzakelijk. Het draagt bij aan innovatie, kennisoverdracht en veilige toepassing van medische hulpmiddelen. Deze samenwerking moet wel op verantwoorde en zorgvuldige wijze worden ingevuld. Als uitgangspunt geldt dat de patiënt erop moet kunnen vertrouwen dat beslissingen met betrekking tot een bepaald hulpmiddel of technologie worden genomen op zorginhoudelijke, integere gronden. Om ongewenste beïnvloeding te voorkomen worden daarom in de GMH Code voorschriften gesteld aan de volgende financiële relaties:

  • Bonussen en kortingen (art. 6)
  • Geschenken (art. 7)
  • Financiële bijdrage aan bijeenkomsten voor zorgprofessionals (art. 8-12)
  • Dienstverlening (art. 13-14)
  • Sponsoring van projecten (art. 15)
  • Sponsoring van studiebeurzen (art. 16)
  • Sponsoring van onderzoek (art. 17)

Hier vindt u de maximale uurtarieven die voor dienstverleningsovereenkomsten gelden.

Meer weten over de verschillende soorten bijeenkomsten die de GMH Code onderscheidt en de voorwaarden die gelden voor het geven van financiële bijdragen hieraan door leveranciers van medische hulpmiddelen? Kijk op deze themapagina.

Het is mogelijk om van te voren een advies aan te vragen bij de GMH Codecommissie over een voorgenomen financiële relatie.

In Paragraaf 5 GMH Code staan de regels m.b.t. transparantie. Het gaat om drie vormen van transparantie:

  1. (her)kenbaarheid van relaties en posities (disclosure) (art. 23)
  2. interne melding bij of voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur van een zorginstelling (art. 24-26)
  3. openbaarmaking in het Transparantieregister Zorg (art. 27-33).

Voor het aangaan van een dienstverlenings- of sponsorovereenkomst is de expliciete toestemming vereist van de raad van bestuur van de instelling waar de zorgprofessional werkt. Als een zorgprofessional een afspraak maakt met een leverancier over het vergoeden van kosten voor deelname aan een bijeenkomst (art. 9, 10 of 11), moet dit bij de raad van bestuur worden gemeld. Dit heet ‘interne transparantie’. Voor meer informatie zie themapagina Toestemming Raad van Bestuur.

Financiële relaties van meer dan € 500 per jaar moeten openbaar worden gemaakt in het Transparantieregister Zorg (TRZ). Over het algemeen is de leverancier verantwoordelijk om te melden aan het TRZ. Zie de themapagina over het Transparantieregister Zorg.

Op de website van het TRZ staat meer uitleg over welke relaties moeten worden gemeld: Stichting Transparantieregister Zorg – Wat is wel en niet geregistreerd. Hier vindt u meer informatie over het melden van relaties aan het TRZ: Stichting Transparantieregister Zorg – Informatie voor bedrijven.

De GMH Code is wederkerig. Ook zorgprofessionals, zorginstellingen en patiëntenorganisaties dragen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de Gedragscode (en daarmee de wettelijke normen) worden nageleefd.

Zorgprofessionals

Zorgprofessionals kunnen op vele manieren in aanraking komen met medische hulpmiddelen. Het kan zijn dat ze zelf medische hulpmiddelen gebruiken. Ook kan het zijn dat zij beslissen over de aanschaf of het gebruik van hulpmiddelen of dat ze betrokken zijn het proces rond het voorschrijven, selecteren, aanmeten van en/of adviseren over het gebruik van medische hulpmiddelen.

De GMH Code is wederkerig. Dat betekent dat zorgprofessionals net als hulpmiddelenleveranciers verantwoordelijk zijn om de Gedragscode (en daarmee de wettelijke normen) na te leven. Zorgprofessionals die ook bevoegd zijn om geneesmiddelen voor te schrijven, krijgen niet alleen te maken met de GMH Code maar ook met de gedragsregels voor geneesmiddelen (de CGR-Gedragscode). De website hoeblijfikonafhankelijk.nl geeft een overzicht van waar zorgprofessionals rekening mee moeten houden onder beide gedragscodes.

Binnen de GMH Code zijn de volgende onderwerpen in het bijzonder voor zorgprofessionals van belang:

Hier vindt u de maximale uurtarieven die zorgprofessionals kunnen ontvangen voor diensten verleend aan hulpmiddelenleveranciers.

Voor het aangaan van de dienstverlenings- of sponsorovereenkomst is de expliciete toestemming vereist van de raad van bestuur van de instelling waar de zorgprofessional werkt. Als een zorgprofessional een afspraak maakt met een leverancier over het vergoeden van kosten voor deelname aan een bijeenkomst (artikelen 9, 10 of 11), moet dit bij de raad van bestuur worden gemeld. Dit heet ‘interne transparantie’. Voor meer informatie zie themapagina Toestemming Raad van Bestuur.

Financiële relaties van meer dan € 500 per jaar moeten openbaar worden gemaakt in het Transparantieregister Zorg (TRZ). Over het algemeen is de leverancier verantwoordelijk om te melden aan het TRZ. Zie de themapagina over het Transparantieregister Zorg.

Op de website van het TRZ staat meer uitleg over welke relaties moeten worden gemeld: Stichting Transparantieregister Zorg – Wat is wel en niet geregistreerd. Hier vindt u meer informatie over het melden van relaties aan het TRZ: Stichting Transparantieregister Zorg – Informatie voor bedrijven.

Zorginstellingen

Zorginstellingen, zoals ziekenhuizen en universitair medische centra, zijn ook aangesloten bij de GMH Code. Zij moeten er voor zorg dragen dat de zorgprofessionals die in hun instellingen werken, de voorschriften van de gedragscode naleven en hebben daarbij een zelfstandige verantwoordelijkheid.

Samenwerking tussen leveranciers en zorgprofessionals die hulpmiddelen gebruiken, toepassen, voorschrijven of (helpen) selecteren is nuttig en noodzakelijk. Het draagt bij aan innovatie, kennisoverdracht en veilige toepassing van medische hulpmiddelen. Deze samenwerking moet wel op verantwoorde en zorgvuldige wijze worden ingevuld. Als uitgangspunt geldt dat de patiënt erop moet kunnen vertrouwen dat beslissingen met betrekking tot een bepaald hulpmiddel of technologie worden genomen op zorginhoudelijke, integere gronden. Om ongewenste beïnvloeding te voorkomen worden daarom in de GMH Code voorschriften gesteld aan de volgende financiële relaties:

  • Bonussen en kortingen (art. 6)
  • Geschenken (art. 7)
  • Financiële bijdrage aan bijeenkomsten voor zorgprofessionals (art. 8-12)
  • Dienstverlening (art. 13-14)
  • Sponsoring van projecten (art. 15)
  • Sponsoring van studiebeurzen (art. 16)
  • Sponsoring van onderzoek (art. 17)

Deze voorschriften gelden voor individuele zorgprofessionals, maar ook voor de instellingen waarin zij werkzaam zijn. Instellingen dragen daarin een eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten de Gedragscode en erop toezien dat hun medewerkers en de zorgprofessionals die onder hun verantwoordelijkheid werken de Gedragscode naleven (art. 20).

Het is mogelijk om van te voren een advies aan te vragen bij de GMH Codecommissie over een voorgenomen financiële relatie.

Voor het aangaan van een dienstverlenings- of sponsorovereenkomst is de expliciete toestemming vereist van de raad van bestuur van de instelling waar de zorgprofessional werkt. Als een zorgprofessional een afspraak maakt met een leverancier over het vergoeden van kosten voor deelname aan een bijeenkomst (art. 9, 10 of 11), moet dit bij de raad van bestuur worden gemeld. Dit heet ‘interne transparantie’. Voor meer informatie zie themapagina Toestemming Raad van Bestuur.

De NVZ, NFU en FMS hebben een Handreiking Governance financiële relaties zorgprofessionals en industrie opgesteld. Hierin zijn aanbevelingen opgenomen hoe ziekenhuizen de procedure voor het verkrijgen van toestemming van de raad van bestuur voor dienstverlenings- en sponsorovereenkomsten kunnen inrichten.

Financiële relaties van meer dan € 500 per jaar moeten openbaar worden gemaakt in het Transparantieregister Zorg (TRZ). Over het algemeen is de leverancier verantwoordelijk om te melden aan het TRZ. Zie de themapagina over het Transparantieregister Zorg.

Op de website van het TRZ staat meer uitleg over welke relaties moeten worden gemeld: Stichting Transparantieregister Zorg – Wat is wel en niet geregistreerd. Hier vindt u meer informatie over het melden van relaties aan het TRZ: Stichting Transparantieregister Zorg – Informatie voor bedrijven.

Patiëntenorganisaties

De Gedragscode is wederkerig. Wat een leverancier van medische hulpmiddelen niet mag aanbieden of geven, mag een patiëntenorganisatie ook niet vragen of in ontvangst nemen.

  • Financiële relaties zijn toegestaan tussen leveranciers van hulpmiddelen enerzijds en patiëntenorganisaties anderzijds, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De voorwaarden worden uiteengezet in art. 19 GMH Code.
  • Het is mogelijk om van te voren een adviesuitspraak te vragen bij de GMH Codecommissie over een voorgenomen financiële relatie.

Financiële relaties tussen leveranciers en patiëntenorganisaties moeten sinds 1 januari 2024 openbaar worden gemaakt in het Transparantieregister Zorg (art. 33 GMH Code). Over het algemeen is de leverancier verantwoordelijk om financiële relaties jaarlijks te melden aan het TRZ.