Loading...

Thema’s

Hieronder worden de regels over in de veelvoorkomende onderwerpen kort en bondig samengevat. Raadpleeg vooral ook de tekst van de GMH Code zelf en de artikelsgewijze toelichting. Hierin staan veel praktische aanwijzingen voor een juiste toepassing van de regels.

Thema – Maximale uurtarieven dienstverlening

Het tegen vergoeding verrichten van diensten voor een leverancier van medische hulpmiddelen door zorgprofessionals is op grond van GMH Code toegestaan mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (lees meer >).

Een van de voorwaarden is dat de vergoeding redelijk moet zijn. Redelijk betekent: een passend uurtarief en een – gezien de aard en omvang van de dienst en de expertise van de zorgprofessional – te verantwoorden aantal uren. In dit kader zijn door de GMH maximum uurtarieven vastgesteld. Deze uurtarieven zijn gekoppeld aan het opleidingsniveau/specialisme van de zorgprofessional. De maximum uurtarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

Voor 2025 gelden de volgende maximum uurtarieven:

Swipe naar rechts voor een goede mobiele weergave →

Categorie Geïndexeerde maximale uurtarieven 2025 Geïndexeerde maximale uurtarieven 2024 Geïndexeerde maximale uurtarieven 2023
1. Hoogleraar € 299,- € 284,- € 267,-
2. Universitair + geneeskundige vervolgopleiding > 3 jaar € 209,- € 199,- € 187,-
3. Universitair + geneeskundige vervolgopleiding ≤ 3 jaar € 150,- € 142,- € 133,-
4. Universitair/master zonder geneeskundige vervolgopleiding € 127,- € 121,- € 113,-
5. HBO/bachelor € 112,- € 107,- € 100,-
6. Overig € 97,- € 92,- € 87,-

Onder deze categorie valt ook de emeritus hoogleraar. N.B. Een associate professor valt niet onder de categorie hoogleraar.

Hieronder vallen onder meer opgave de volgende BIG-geregistreerde beroepen:

  • Anesthesioloog (5-jarige opleiding)
  • Arts Maatschappij en Gezondheid (4-jarige opleiding)
  • Arts klinische chemie (4-jarige opleiding)
  • Bedrijfsarts (4-jarige opleiding)
  • Cardioloog (6-jarige opleiding)
  • Cardio-thoracale chirurg (5/6-jarige opleiding)
  • Dermatoloog en veneroloog (5-jarige opleiding)
  • Chirurg (6-jarige opleiding)
  • Internist (5,5/6-jarige opleiding)
  • Kaakchirurg (4-jarige opleiding)
  • Keel-neus-oor-arts (5-jarige opleiding)
  • Kinderarts (5-jarige opleiding)
  • Klinische genetica (4-jarige opleiding)
  • Klinische geriater (5-jarige opleiding)
  • Longarts (6-jarige opleiding)
  • Maag-darm-leverarts (6-jarige opleiding)
  • Arts microbioloog (5-jarige opleiding)
  • Neurochirurg (6-jarige opleiding)
  • Neuroloog (6-jarige opleiding)
  • Nucleaire geneeskunde (5-jarige opleiding)
  • Gynaecoloog (6-jarige opleiding)
  • Oogarts (5-jarige opleiding)
  • Orthopedisch chirurg (6-jarige opleiding)
  • Patholoog (5-jarige opleiding)
  • Plastisch chirurg (6-jarige opleiding)
  • Psychiater (4,5-jarige opleiding)
  • Radioloog (5-jarige opleiding)
  • Radiotherapeut (5-jarige opleiding)
  • Reumatoloog (6-jarige opleiding)
  • Revalidatiearts (4-jarige opleiding)
  • Sportarts (4-jarige opleiding)
  • Uroloog (5,5-jarige opleiding)
  • Verzekeringsarts (4-jarige opleiding)

Onder deze categorie vallen verder de beroepen met de volgende afgeronde medische vervolgopleiding:

  • Orthodontist (4-jarige opleiding)
  • Ziekenhuisapotheker (4-jarige opleiding)
  • Psychotherapeut (3/4-jarige opleiding)
  • Klinisch neuropsycholoog (4-jarige opleiding)
  • Klinisch psycholoog (4-jarige opleiding)

Hieronder vallen onder meer de volgende BIG-geregistreerde beroepen:

  • Algemeen militair arts (2-jarige opleiding)
  • Arts voor verstandelijk gehandicapten (3-jarige opleiding)
  • Cosmetische geneeskunde (2-jarige opleiding)
  • Huisarts (3-jarige opleiding)
  • Internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde (2 ¼ – jarige opleiding)
  • Luchtvaartgeneeskunde (basiscursus, opleidingstijd onduidelijk)
  • Specialist ouderengeneeskunde (3-jarige opleiding)
  • SEH-arts (3-jarige opleiding)
  • Verslavingsarts (2-jarige opleiding)
  • Ziekenhuisarts (3-jarige opleiding)

Onder deze categorie vallen verder de volgende overige (medisch specialistische) beroepen:

  • Openbaar apotheker (2-jarige opleiding)
  • Gezondheidszorgpsycholoog (2-jarige opleiding)
  • Orthopedagoog-generalist (2-jarige opleiding)

Onder deze categorie vallen onder meer de volgende beroepen:

  • Apotheker
  • Tandarts
  • Basisarts, ANIOS en AIOS
  • Verpleegkundig specialist algemene gezondheidszorg (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Verpleegkundig specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Verpleegkundig specialist preventieve zorg bij somatische aandoeningen masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Physician assistant (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Klinisch technoloog
  • Klinisch fysicus
  • Medisch bioloog
  • Medisch immunoloog
  • Medisch technoloog
  • Viroloog

Onder deze categorie vallen onder meer de volgende beroepen:

  • Fysiotherapeut
  • Verloskundige
  • Diëtist
  • Ergotherapeut
  • Verpleegkundige
  • Optometrist

Onder deze categorie vallen onder meer de volgende beroepen:

  • Apothekersassistent (MBO)
  • Verpleegkundige met MBO of in service opleiding
  • Opticiens
  • Audicien
  • Orthopedisch schoenmaker
  • Drogist
  • Patiëntvertegenwoordiger (patient advocate)

Thema – Wie is ‘zorgprofessional’?

De GMH Code is van toepassing op ‘zorgprofessionals’. Wie worden daarmee bedoeld?

De definitie van zorgprofessional is heel ruim omschreven. Het gaat om alle in Nederland werkzame natuurlijke personen die in het kader van zorg of ondersteuning zelf medische hulpmiddelen gebruiken of over de aanschaf of het gebruik daarvan beslissen dan wel betrokken zijn bij het proces rond het voorschrijven, selecteren, aanmeten van of adviseren over het gebruik van medische hulpmiddelen.

Het is niet relevant in welke setting een zorgprofessional werkzaam is: zelfstandig of werkzaam bij een zorginstelling, binnen een maatschap of ander samenwerkingsverband. De GMH Code is ook van toepassing op zorginstellingen [zie art. 1 sub c, art. 3, 20 en 24-26]. Daardoor vallen alle zorgprofessionals die binnen zorginstellingen werkzaam zijn onder de reikwijdte van de Gedragscode. Dus niet alleen artsen, verpleegkundigen, physician assistants en andere in het BIG register ingeschreven beroepsbeoefenaren, maar ook de medewerkers in bijv. de laboratoria en inkopers.

Thema – Congressen, bijeenkomsten en trainingen

In de GMH Code worden voorwaarden gesteld aan de financiële bijdrage, die leveranciers van medische hulpmiddelen mogen leveren aan bijeenkomsten voor zorgprofessionals. Voor een juiste toepassing van deze regels is het van groot belang dat eerst goed wordt vastgesteld om wat voor een soort bijeenkomst het gaat.

De GMH Code onderscheidt vier soorten:

  1. Door van leveranciers onafhankelijke derden georganiseerde bijeenkomsten
    Dit zijn bijeenkomsten, zoals congressen en (na)scholingen voor zorgprofessionals die zonder inhoudelijke bemoeienis van leveranciers worden georganiseerd. Dit betekent dat de inhoud van het programma, het uitnodigingsbeleid en de locatie van de bijeenkomst onafhankelijk van leveranciers worden vastgesteld.
  2. Door leveranciers georganiseerde productgerelateerde bijeenkomsten
    Dit zijn bijeenkomsten die een leverancier organiseert voor zorgprofessionals en die noodzakelijk zijn in het kader van gebruik en onderhoud van medische hulpmiddelen. In de hulpmiddelensector geldt dat veel hulpmiddelen alleen veilig en verantwoord kunnen worden gebruikt, toegepast en onderhouden na specifieke en regelmatige producttraining. Denk aan bijvoorbeeld aan trainingen met implantaten in een klinische setting, skill labs, enz.
  3. Door leveranciers georganiseerde geaccrediteerde bijeenkomsten
    Hieronder worden verstaan alle bijeenkomsten die door leveranciers worden georganiseerd en die door een door de betrokken beroepsgroep erkende instantie zijn geaccrediteerd.
  4. Door leveranciers georganiseerde overige bijeenkomsten
    Dit zijn alle door leveranciers georganiseerde bijeenkomsten die niet onder 2. en 3. vallen.

Waarom is het onderscheid tussen deze bijeenkomsten zo belangrijk? Omdat er per categorie bijeenkomst verschillende eisen worden gesteld aan het programma, de locatie en de kosten die een leverancier voor zijn rekening mag nemen. Deze eisen zijn terug te vinden in:

Een leverancier zal bij een dergelijke bijeenkomst uitsluitend financieel betrokken zijn als sponsor van een deelnemende zorgprofessional of sponsor van de organisator van de bijeenkomst. Sponsoring is uitsluitend toegestaan indien deze bijeenkomst aan de navolgende voorwaarden voldoet.

Programma
gericht bevorderen kennis en/of vaardigheden gezondheidszorg en/of medische vooruitgang, voldoende inhoudelijk niveau, evenwichtig en redelijk (geen recreatieve / sociale activiteiten).

Locatie
Gerechtvaardigd en passend.

Kosten
Redelijk, met max. € 500 p.p. per bijeenkomsten (max. € 1.500 per jaar) of 50%.

Indien sponsoring deelname van individuele zorgprofessional voor deelname aan de bijeenkomst
Schriftelijke vastlegging.

Indien sponsoring van de organisator van een bijeenkomst
Overeenkomst met organisator (met onder meer afspraken over verantwoording achteraf en transparantie).

Programma
Productgerelateerd, gericht op demonstratie, overdragen kennis, trainen, onderhoud, etc. + evenwichtig en redelijk.

Locatie
Klinische/gepaste omgeving (laboratorium, trainingssetting, etc.) bijv. op locatie van leverancier zelf.

Kosten
Redelijk, met max. € 500 p.p. per bijeenkomsten (max. € 1.500 per jaar) of 50%.

Programma
Geaccrediteerd door een door beroepsgroep erkende instantie + evenwichtig en redelijk (geen recreatieve / sociale activiteiten).

Locatie
Geografisch logisch en gerechtvaardigd, gepaste omgeving.

Kosten
Redelijk, met max. € 500 p.p. per bijeenkomsten (max. € 1.500 per jaar) of 50%.

Programma
Mag commercieel zijn, wel een agenda vereist.

Locatie
Geografisch en wat locatie betreft gelegitimeerd.

Kosten
Redelijk, met max € 75 p.p. per bijeenkomst (max. € 375 per jaar).

Thema – Transparantieregister Zorg

Onderdeel van de GMH Code is dat bepaalde financiële relaties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals en/of zorginstellingen openbaar moeten worden gemaakt. Dit geldt sinds 2025 overigens ook voor financiële relaties met patiëntenorganisatie. Op deze wijze kunnen patiënten en andere geïnteresseerde partijen nagaan welke financiële relaties hun behandelaar of ziekenhuis heeft met hulpmiddelenleveranciers.

Stichting TRZ
Om deze openbaarmaking te realiseren, werkt de GMH samen met de stichting Transparantieregister Zorg (TRZ). Ook de farmaceutische bedrijven publiceren hun financiële relaties in het register van het TRZ. Meer informatie over het TRZ is hier te vinden.

Welke zorgprofessionals/instellingen vallen onder meldplicht?
In de GMH Code staat welke gegevens in het TRZ openbaargemaakt moet worden. Het gaat om bepaalde financiële relaties tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals die in het BIG-register staan ingeschreven onder een van de volgende titels:

  • arts
  • verpleegkundige
  • verpleegkundig specialist
  • physician assistant

De transparantieregels gelden ook voor samenwerkingsverbanden van deze zorgprofessionals en de instellingen waarin zij werkzaam zijn. Voor andere beroepsgroepen van zorgprofessionals gelden de transparantieregels dus niet.

Welke soorten financiële relaties moeten worden gemeld?
Niet alle financiële relaties hoeven in het TRZ gemeld te worden. De verplichting geldt voor:

Drempelbedrag
De verplichting tot openbaarmaking is gekoppeld aan een drempelbedrag. Het totale bedrag uit hoofde van (een of meerdere interacties) tussen een bepaalde leverancier en een bepaalde zorgprofessional of instelling moet hoger zijn dan € 500 per kalenderjaar. [art. 27 lid 2]

Wie moet melding bij TRZ doen?
Hoofdregel is dat de leverancier zorg draagt voor het aanleveren van de meldingen bij het TRZ [art. 27 lid 4]. Hierop geldt een uitzondering voor het geval een zorgprofessional of samenwerkingsverband/de instelling een interactie aangaat met een leverancier

  • die buiten Nederland is gevestigd, of
  • die niet is aangesloten bij de stichting GMH.

In dat geval moet de zorgprofessional of samenwerkingsverband/instelling zorgen voor openbaarmaking.

Wilt u weten of een leverancier is aangesloten bij de stichting GMH? Ga dan naar het Register Naleving.

Meer informatie over het melden van specifieke financiële relaties

Melden op BIG-nummer van betrokken zorgprofessional
Het uitgangspunt is dat financiële relaties zoveel mogelijk worden gemeld op het BIG-nummer/naam van de zorgprofessional die betrokken was bij de relatie. Van die betrokkenheid is sprake indien financiële relatie direct verband houdt met de werkzaamheden die door een bepaalde zorgprofessional worden uitgevoerd. De melding op naam van de zorgprofessional geldt ook als de overeenkomst formeel is gesloten door bijv. het ziekenhuis waar de zorgprofessional werkzaam is of door de BV van de zorgprofessional zelf, en geldt ook als de zorgprofessional niet zelf het bedrag ontvangt. Het doel van de transparantieregels is immers om met de openbaarmaking inzicht te geven in de intensiteit van de samenwerking, niet zozeer in wie de daadwerkelijke begunstigde is.

Veelgestelde vragen
Klik hier voor de antwoorden op de meest gestelde vragen over transparantie.

Thema – Toestemming Raad van Bestuur

De GMH acht het van belang dat ook binnen zorginstellingen bekend is welke financiële relaties de daar werkzame zorgprofessionals aangaan met leveranciers van medische hulpmiddelen. Dit heet ‘interne transparantie’. In een aantal gevallen is alleen het bekend zijn niet voldoende, maar moet er expliciete toestemming door de raad van bestuur van de betreffende instelling gegeven worden, voordat de financiële relaties kan worden aangegaan.

Voorafgaande toestemming raad van bestuur nodig bij dienstverlening en sponsoring
De CGR Code schrijft in twee gevallen voor dat toestemming van de raad van bestuur vereist is, voordat een overeenkomst tussen een leverancier van medische hulpmiddelen en (een samenwerkingsverband van) zorgprofessionals kan worden uitgevoerd. Het gaat om:

  • dienstverleningsovereenkomsten zoals bedoeld in art. 13 GMH Code,
  • sponsorovereenkomst zoals bedoeld in art. 15 t/m 17 (sponsoring van projecten, studiebeurzen en onderzoek).

De toestemming moet blijken uit medeondertekening van de overeenkomst door de raad van bestuur. De raad van bestuur kan dit delegeren.

Het is niet relevant op welke juridische titel de zorgprofessional werkzaam is (arbeidsovereenkomst, toelating, ZZP, PNIL), of de zorgprofessional contracteert op naam van diens BV en of de diensten al dan niet tijdens werktijd worden verricht. Het toestemmingsvereiste geldt altijd. Ook voor samenwerkingsverbanden van zorgprofessionals gerelateerd aan een instelling.

Als een zorgprofessional werkzaam is in meer dan één instelling, moet toestemming worden verleend door de raad van bestuur van de instelling waarvoor de betreffende overeenkomst het meest relevant is. Bij de andere instelling(en) waar de zorgprofessional werkzaam is, doet hij/zij melding van de overeenkomst. De Federatie Medisch Specialisten (FMS), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) hebben een Handreiking Governance financiële relaties zorgprofessionals en industrie opgesteld. Hierin zijn aanbevelingen opgenomen om de voorschriften rond het toestemmingsvereiste in de praktijk te implementeren.

Gastvrijheid bijeenkomsten moet intern worden gemeld
Als een zorgprofessional een afspraak maakt met een leverancier over het vergoeden van kosten voor deelname aan een bijeenkomst (artikelen 9, 10 of 11) moet dit bij de raad van bestuur worden gemeld. Dit geldt ook in het geval de leverancier de kosten niet aan de zorgprofessional vergoedt, maar rechtstreeks voor zijn rekening neemt (waardoor de zorgprofessional deze kosten niet in rekening gebracht krijgt).